Land in zicht!

In Schiedam zal de komende twee jaar een expositie over Nederlandse kunst na 1945 te zien zijn. De landententoonstelling is in opkomst, van Brazilië tot Japan. Trend of toeval?

Is het een trendje of een serieus verlangen? Een vluchtige oprisping van nationalisme of een intense behoefte een land prominent en onderscheidend voor het voetlicht te brengen? Eerst maar eens de constatering: weinig seizoenen dat er zoveel landtentoonstellingen te zien zijn als de komende twaalf maanden. Het stikt ervan als je de uitnodigingen bestudeert. Welke landen er zoal om aandacht vragen: China, Australië, Mexico, Japan, Brazilië, India, Korea, Oceanië en Nederland. Allemaal worden ze als natie op de kaart gezet; en allemaal met een breed historisch gebaar. Stuk voor stuk zijn het exposities waarin decennia en soms eeuwen van kunstproductie worden ontvouwd om inzicht te geven in hoe die kunst is ontstaan en wat die kunstwerken hebben bijgedragen aan het beeld dat je van een land, volk of cultuur hebt.


Vreemd eigenlijk. Op veel academies is de helft van de studentenpopulatie afkomstig uit het buitenland. Kunstenaars vertrekken tegenwoordig vaak naar elders of zien vliegtuig en luchthaven als hun geëigende atelier.


Toch blijft er blijkbaar behoefte aan precies te weten wat de herkomst van bepaalde nationale kunstuitingen is. Dat een land zichzelf als een artistieke eenheid wil presenteren en andere landen daarin geïnteresseerd zijn. Het idee van een gemeenschap van kunstenaars en kunstwerken die zich uit de eigen geschiedenis (als vanzelf) heeft ontwikkeld.


Een voorbeeld: street art uit Brazilië. Tot in het najaar zal daarvan in de Schirn Kunsthalle in Frankfurt een overzicht te zien zijn. Niet alleen omdat graffitikunst uit de Braziliaanse steden onderscheidend is, maar ook om daarmee het 'politieke en sociale klimaat' te tonen waarin deze vrijgevochten muurschilderingen konden ontstaan. En alsof het niet genoeg is, organiseert de Kunsthal in Rotterdam, deels gelijktijdig, een overzicht van de Braziliaanse installatie- en performancekunst vanaf de jaren zestig. Een 'buitengewoon levendige, artistieke beweging' die 'politieke, sociale en ethische thema's op de agenda' zette, volgens het museum.


Het doel is duidelijk: door de twee exposities worden de twee kunststromingen in elkaars perspectief gezet. Dat de huidige straatkunst een voedingsbodem in de experimentele, geëngageerde flowerpowerjaren heeft. En andersom: dat de toenmalige experimenten tot de huidige generatie van straatkunstenaars hebben geleid. Waarbij, ook mooi, die hele kunstgeschiedenis ook nog eens in een maatschappelijk jasje wordt gekleed.


Ander voorbeeld: Ik hou van Holland. Ondanks de Linda de Mol-achtige titel is de tentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam er een om naar uit te kijken. Waarom? Onwaarschijnlijk maar waar: er is in Nederland nergens een goed overzicht te zien van de vaderlandse kunst van na de oorlog. In die omissie gaat het Schiedamse museum nu voorzien - gedurende de komend twee jaar! Met werk van alle bekende kunstenaars, van Appel tot Dumas en Schippers tot Van Lieshout.


Opmerkelijk is dat al die ruim honderd kunstwerken niet volgens de geëigende indeling naar stromingen worden geëxposeerd (Cobra, minimalisme, moderne figuratie). Het museum koos voor een indeling naar historisch-maatschappelijke thema's, zoals 'wederopbouw & welvaart' en 'emancipatie & identiteit'. Een benadering die de kunst uit haar ivoren toren wil halen, in een omvang die in Nederland niet eerder is getoond.


Het belang van nationale presentaties is dit jaar, op de 55ste Biënnale van Venetië, goed te zien. Was er de afgelopen edities van de kunstmanifestatie veel kritiek op dat landen nog steeds hun eigen paviljoen en expositie hadden in de Giardini en door de stad, dit jaar waren ze prominenter vertegenwoordigd dan ooit. Niemand zet meer vraagtekens bij hun aanwezigheid. Nieuwelingen als het Vaticaan, Angola, Bahrein, Kosovo, Koeweit en de Bahama's kozen Venetië als internationaal platform om zich te presenteren.


Maar ook bekendere kunstlanden benadrukken in Venetië hun nationale belang. Zo koos het Verenigd Koninkrijk voor Turner Prizewinnaar Jeremy Deller, die een eigenzinnig beeld geeft van de Britse cultuur en maatschappij. Met reportagefoto's van de IRA en David Bowie, designontwerpen van William Morris, een ingedeukte Range Rover en een heuse tearoom voor vermoeide bezoekers - alles onder het motto 'I searched for form and land'. In het Griekse paviljoen zijn films te zien van Stefanos Tsivopoulos, waarin een rijke verzamelaar origamibloemen vouwt van eurobiljetten en een Afrikaanse immigrant ronddoolt tussen afval en schroot. Twee uitersten die de wanhoop van de Griekse economie overtuigend illustreren.


Herkomst en onderscheid zijn belangrijk. Het lijkt erop dat, hoe internationaler de wereld wordt, hoe meer behoefte bestaat de eigen identiteit uit te dragen en te onderbouwen. Het gaat er niet alleen om de kunst van nu te exposeren. Eerder om die eigentijdse kunstproductie historisch te verifiëren. Om de vluchtigheid van de actualiteit te compenseren, door de diepere wortels van het nationale erfgoed te ontbloten. Waar komt het vandaan? Hoe heeft het zich ontwikkeld? De vragen gelden vooral landen die nieuw en in opkomst zijn in het mondiale kunstcircuit.


Deze zomer is er in The Royal Academy of Arts in Londen (tot eind september) een overzicht te zien van Mexicaanse kunst uit de jaren 1910-1940. De periode geldt als de 'revolutionaire' doorbraak van Mexico als artistieke vernieuwer, met kunstenaars als Diego Rivera, David Alfaro Siqueiros en Jose¿ Clemente Orozco. Het trio 'muralisten' (muurschilders) was destijds belangrijk in de ontwikkeling van de Amerikaanse kunst van Pollock en consorten. En voor de eigentijdse kunst uit Mexico zelf.


In het najaar wordt in hetzelfde Engelse instituut een historisch overzicht gegeven van 200 jaar Australische kunst. Ook die expositie geldt als een poging een fundament te leggen voor wat Australië heden ten dage aan kunst produceert. En om het misverstand uit de weg te ruimen dat kunst in Australië enkel ontstond onder Britse invloeden. Naast hardcore Engels georiënteerde impressionsten en modernisten zal er een flink aandeel zijn van abstracte 'dot painters' van aboriginalorigine.


Groots opgezet dit najaar is ook Masterpieces of Chinese Painting: 700-1900 in het Londense Victoria & Albert Museum. Twaalfhonderd jaar Chinese kunst om aan te tonen dat wat er de laatste tijd uit China aan eigentijdse kunst afkomstig is bepaald geen toevalstreffer is. Althans, zo kun je het uitleggen. Niet zo vreemd. Al op de huidige Biënnale in Venetië geeft China een overzicht van wat er afgelopen eeuw is geschilderd en gebeeldhouwd. Je kunt niet anders zeggen dan dat het land zichzelf presenteert in een totaalpakket.


Maar de kroon spant het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. India Belichaamd heet de monsterproductie van 250 objecten die maar liefst vijfduizend jaar Indiase kunst en cultuur belichten; van 3000 voor Christus tot nu. Met wulpse beelden, ascetische miniaturen en rijk versierde tempelsculpturen. Opzet van deze expositie, aldus het persbericht: de 'tijdloze schoonheid van India, de spiritualiteit en de verscheidenheid aan godsdiensten en feesten' ontdekken. Als dat geen poging is een historisch bodempje te leggen, wat dan wel?


Natuurlijk, veel nieuwkomers hebben andere motieven dan puur artistieke. Promotie is belangrijk. Veelal gaat het om landen die zich de afgelopen jaren hebben ontpopt als aanstormende, economische grootmachten. Dat ze zich nu ook artistiek roeren, ligt in het verlengde daarvan. Iedereen ziet dat hun expansie toeneemt, als handelsnaties en machtsfactoren om rekening mee te houden. Kunst is daarvan een onderdeel, als exportproduct.


Neemt niet weg dat we dankzij deze tentoonstellingen wel degelijk een groter cultureel inzicht kunnen krijgen. De kennis van hun kunst bleef tot nu toe veelal beperkt tot enkele historische blingblinghoogtepunten. Of tot wat er heden ten dage wordt gemaakt (wat onze westerse smaakpapillen teisterde). Bovendien, zonder dat daar veel samenhang in was te ontdekken. De kans dat die samenhang nu wel wordt geboden, is groot. Toch een winstpunt.


Mexico: A Revolution in Art.

Royal Academy. Londen.


Australia.

Royal Academy, Londen. 21/9 t/m 8/12.


India belichaamd.

Bozar, Brussel. 5/10 t/m 5/1/2014.


Street-Art Brazil.

Schirn Kunsthalle, Frankfurt. 5/9 t/m 27/10.


Brasiliana. Installationen von 1960 bis Heute.

Schirn Kunsthalle, Frankfurt. 2/10 t/m 5/1/2014.


Transfer Korea.

Kunsthalle, Düsseldorf. 18/10 t/m 5/1/2014.


Now Japan.

Kade, Amersfoort. 21/9 t/m 2/2/2014.


Ik hou van Holland.

Stedelijk Museum Schiedam. 21/9 t/m 6/9/2015.


Masterpieces of Chinese Painting: 700-1900.

Victoria & Albert Museum, Londen. 26/10 t/m 19/1/2014.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden