Lammetjes aaien mag even niet, opeten wel

AMSTERDAM - De idylle van het lammetje, de lentebode bij uitstek, is er sinds de Q-koorts een beetje vanaf.

Pasgeboren lammetje in Benthuizen.Beeld anp

Je kunt het deze dagen hebben over het maarts viooltje, de heikikker en de citroenvlinder, over de tjiftjaf, de grutto en de boerenzwaluw, maar het meest tot de verbeelding sprekende lentebeeld blijft toch: lammetjes in de wei. Schattige, huppelende lammetjes, die af en toe nog door hun pootjes zakken, heel lieflijk en zachtjes blaten en dan weer onder hun moeder kruipen om te drinken.

Geen idylle meer
Maar de idylle is er wel een beetje vanaf, sinds vorig jaar, sinds de Q-koorts. Die trof weliswaar vooral geiten, maar ook schapen raakten besmet. En al is de kans op besmetting door schapen op mensen miniem, de schapenhouderij ontkwam niet helemaal aan maatregelen. Zo mag er geen publiek bij drachtige schapen en bij pasgeboren lammetjes, tot twee weken oud. Dat was vorig jaar zo, en dit jaar nog altijd, al is het volgens de schapenhouders allang niet meer nodig.
Gevolg: de lammetjesaaidagen, de open dagen die veel schapenhouders ieder jaar organiseren, gaan niet door. En ook de meeste lammetjesdagen, van schaapskuddes die voor natuurbeheer worden ingezet, zijn dit jaar afgelast.

Lammetjesaaidagen, of lammetjesdagen, zijn een onderschat fenomeen. Zij trekken ieder jaar tienduizenden, zo niet honderdduizenden bezoekers. Een van de grote attracties tijdens die dagen is dat kinderen lammetjes kunnen aaien. En dat kan dus dit jaar niet. Wel kunnen schaapskuddes en schaapskooien dit voorjaar gewoon bezocht worden, maar dan zijn de lammetjes al ouder dan twee weken en niet meer aaibaar. Schapen zijn namelijk vluchtdieren die, eenmaal twee weken oud, al zo hard lopen dat kinderen ze niet kunnen bijhouden. Overigens lopen de pasgeboren lammetjes wel gewoon in de wei, en zijn dus te bezichtigen van een afstandje.

Geval van jammer
'Een typisch geval van jammer,' zo vindt Nico Verduin, voorzitter van de vakgroep Schapenhouderij van boerenorganisatie LTO het niet doorgaan van de lammetjesdagen. 'Wij koesteren het imago dat de schapenhouderij extensief en natuurlijk is en dat lammetjes, net als de tulp, het voorjaarsgevoel uitdrukken. De open dagen bij schapenhouders versterken dat imago.'

Toch is de schapenhouderij de onschuld in wel meer opzichten ontgroeid. Zo worden lammetjes allang niet meer alleen in het voorjaar geboren. Door het gebruik van vruchtbare rassen lukt het schapenhouders om ooien twee keer in de drie jaar te laten lammeren. Soms worden hormonen gebruikt om dat zoveel mogelijk rond dezelfde tijd te laten gebeuren.

Minderheid
'Maar', zegt Verduin, 'je praat hier over een minderheid. 95 procent van de schapen wordt nog altijd in of net voor het voorjaar geboren.'
Van de ongeveer 1,2 miljoen schapen in Nederland wordt 60 procent professioneel gehouden, bijna altijd vanwege het vlees. Na twee, drie maanden in de wei zijn lammetjes eetbaar, maar de meeste lammetjes halen toch zeker het halve jaar. Een relatief onbezorgd half jaar, in de nabijheid van hun moeder.

Voor sommigen zal het feit dat lammetjes niet lang na het aaibare stadium in de pan verdwijnen iets afdoen aan de idylle, anderen ruiken juist het voorjaar in de vorm van mals lamsvlees met knoflook, rozemarijn of tijm. Het zijn niet de enige associaties: ook de liefde, de vrijheid en het Lam Gods worden wel genoemd. En het blijft natuurlijk een mooi plaatje, lammetjes in de wei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden