Lameirinhas' onvermogen om echte fado te schrijven

Muziek: Fernando Lameirinhas met Leoni Jansen en Henny Vrienten. Kleine Komedie, Amsterdam, 20 januari...

'Tussen Lissabon en Amsterdam' was de titel van dit concert, want daar ergens plukt Fernando Lameirinhas zijn werk uit de lucht. En zoals in 1994 al bleek uit zijn cd Lagrimas e Risos, en tijdens dit optreden weer onderstreept werd, is de Portugese Amsterdammer op zijn best als de wind uit Lissabon waait. Want na een lange carrière waarin onder meer soul, samba, reggae en jazz werden verkend is de 51-jarige zanger, gitarist maar vooral liedjesschrijver van groepen als Sail/Joia de laatste jaren zijn wortels aan het herontdekken: de Portugese blues, de fado.

Met zijn uitgebreide groep Oxalá werkt Lameirinhas die wortels vooral improviserend uit, maar bij dit concert, een voorproefje van een tournee die in september van start gaat, lag de nadruk op de liedjes. Die hebben de bewondering gewekt van Leoni Jansen en Henny Vrienten, zodat ze als gast optraden om dat oeuvre meer bekendheid te geven. Hun bijdragen waren leuk en sympathiek, hoewel Jansens nederlandstalige Het Weten van de Ziel en de inleidende monoloog, met hun kleinkunst-achtige sfeer, ietwat uit de toon vielen. Gelukkig draaide de avond voornamelijk om Lameirinhas zelf, en dat was terecht want hij is niet alleen een songwriter die op internationaal niveau tot de hele groten behoort, maar ook een uitstekend zanger.

Naast bijna alle nummers van Lagrimas e Risos bracht hij ook een van de oude Portugese liederen die hij met de hulp van zijn moeder verzamelt: Très Dias, Très Noites. De sterke emotionaliteit van dit treurige volksliedje, ondanks de grote directheid toch waardig en onsentimenteel, is ook de kracht van Lameirinhas' eigen werk. Dramatische onderwerpen als de dood van een kind, of het afscheid van een soldaat in oorlogstijd aan zijn dochtertje, ontaarden niet in smartlappen maar worden intieme taferelen, vervat in prachtige melodieën.

Het kunnen verklanken van gevoelens zonder overdrijving of vlucht in de ironie is een van de heilzame werkingen van een eeuwenoude volkskunst-traditie. Lameirinhas is van die traditie losgescheurd toen hij Portugal verliet, en ondanks de recente toenadering blijft hij in zekere zin een buitenstaander. Dat tragische inzicht wordt uitgedrukt in één van zijn beste liedjes, Fado A Meu Pai, dat niet alleen gaat over een zoon die een overleden vader alsnog alles zou willen zeggen wat hij voor diens dood niet uitdrukken kon, maar ook over het onvermogen om een echte fado te schrijven, omdat hij daarvoor te zeer veranderd is.

Niet alle muziek van Lameirinhas is zo droevig van toon, hij kan ook bruisende nummers schrijven, gebruikmakend van zijn brede kennis op het gebied van exotische ritmes. Die brede smaak wordt weerspiegeld in de bezetting van zijn begeleidingsgroep. De Schotse percussionist Alan Purves kan voorbeeldig stuwen en inkleuren, en bovendien op zoiets simpels als een stel kleppers een muzikale solo spelen. Leonardo Amuedo, uit Uruguay, is een gitaarvirtuoos met smaak, de Amerikaan Paul Stocker een jazz-lyricus op de alt-en sopraansax. Fernando's onafscheidelijke broer Antonio zorgt voor een degelijke ondergrond, tegenwoordig op de akoestische basgitaar. Deze harde kern werd dit keer aangevuld met pianist Onno Krijn en bandoneon-speler Carel Kraayenhof, Nederlanders met gevoel voor Latijns-Amerikaanse stijlen. Letterlijk wereldmuziek dus.

Frank van Herk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden