Lakei op de kassei

Het moest een vrolijke fietsfilm worden, het werd een ontmaskering. Oscar- winnaar Alex Gibney maakte een documentaire over Lance Armstrong, nu in première op het IDFA.

Alex Gibney, Oscarwinnend documentairemaker en wielrenleek, dacht een vrolijk heroïsche fietsfilm te maken over de comeback van Lance Armstrong. Het liep anders. Vandaag in première op het IDFA: The Armstrong Lie.

Dochter 1: 'Waarom neem je bloed, papa?'

Vader: 'Voor mijn werk.'

Dochter 2: 'Het is zijn werk om bloed te nemen.'

Vader: 'Nee, dat is haar werk.'

Dopingcontroleur: 'Dat is mijn werk.'

Koddig misverstand in The Armstrong Lie, de verfilmde ontmaskering van Lance Armstrong. In zijn buitenverblijf in Aspen krijgt de zevenvoudig Tourwinnaar twee dopingcontroleurs op bezoek. Ze komen bloed bij hem afnemen - niet dat Armstrong doping zou nemen, zegt hij met een stalen gezicht tegen zijn kinderen.

In werkelijkheid maakte hij toen al jarenlang gebruik van bloedtransfusies, epo, groeihormonen en alles wat hij verder nodig achtte in de wapenwedloop op wielen die de Tour de France heet. Maar dat hoge woord is er bij Armstrong nog lang niet uit, als hij een naald in zijn arm zet voor dopingcontrole 32 sinds zijn aankondiging in 2009 weer op de fiets te stappen.

Voor The Armstrong Lie moest maker Alex Gibney twee films ineenschuiven. Voor zijn oorspronkelijke plan zou hij Armstrong volgen tijdens diens terugkeer in de Tour van 2009, de ronde die hij tussen 1999 en 2005 met ijzeren vuist had geregeerd. Zo groot was zijn dominantie dat renners hoopten dat hij zijn gezicht nooit meer in de sport zou laten zien.

Lang lukte Armstrong dat. Tot in september 2008 de telefoon piepte van Johan Bruyneel, de ploegleider aan wiens zijde hij zijn successen vierde. Armstrong wil weer de Tour rijden, kondigt hij aan. De Belg denkt dat hij een grap uithaalt. 'Ik heb hem een bericht teruggestuurd en gevraagd: ben je op een feest of zo? Ben je wel nuchter?'

Armstrong was broodnuchter. Tien maanden later is hij op weg naar de start van de Tour de France, in Monaco. 'Hoe voel je je?', vraagt Gibney.

'Goed, heel goed', antwoordt Armstrong. 'Nerveus, maar dat is goed. Ik ben altijd nerveus voor zulke dingen.' De man die dineerde met presidenten en onder ede loog over zijn dopinggebruik, kan zich dus nog opwinden over een Tourstart.

Het effect van zijn aanwezigheid in 2009 is onverminderd verpletterend. Overal voelde je de walging én de bewondering voor de Texaan die wereldkampioen werd, teelbalkanker doorstond, en zijn erelijst tot een koninkrijk uitbouwde waarin slechts plaats was voor lakeien en slippendragers.

Ook Gibney is zo'n lakei - hij maakt er geen punt van in zijn film. Het is hem niet te doen om Armstrong het vuur aan de schenen te leggen. Hij ziet vooral een plek op het erepodium van filmmakers voor zich: als enige mag hij de terugkeer van de wielergod op aarde vastleggen. Als een vlieg op de muur kijkt hij over de schouder van Armstrong mee. En ziet hoe de Tour van 2009 op een fiasco uitloopt. Armstrong eindigt als derde, maar dat is natuurlijk niet genoeg voor iemand die 'verliezen ervaart als sterven.'

De Armstrong van 2009 is die van 2005 niet meer. Hij is de regie kwijtgeraakt aan zijn jongere Spaanse ploeggenoot Alberto Contador. Die zal de Tour winnen, juist door Armstrong met gelijke wapens te bestrijden.

Hij acteert even koelbloedig als zijn Amerikaanse nemesis, ook als ploegleider Bruyneel hem opdraagt zijn benen stil te houden. Twee tellen later valt Contador aan en zet hij schaduwkopman Andreas Klöden op achterstand in de bergen. De woedeaanval van Bruyneel komt feilloos in beeld dankzij Gibney, die als onderdeel van Armstrongs entourage met argwaan wordt bekeken.

Drievoudig Tourwinnaar Greg LeMond trekt zelfs met een cameraploeg naar Frankrijk voor een anti-Gibneyfilm. Die komt er niet, zoals ook de oorspronkelijke Armstrongdocumentaire nooit in première zal gaan. Net als Gibney zijn werk af heeft, wordt de renner hoofdpersoon in een omvangrijk dopingonderzoek. Dat eindigt vorig jaar, als al zijn Tourzeges Armstrong worden afgenomen.

Bij Oprah Winfrey volgt een bekentenis die er volgens hem nooit zou zijn geweest als hij de sport met rust had gelaten. Voor Gibney rest reparatiewerk, nu zijn film is ingehaald door de waarheid. De oude beelden besluit hij te vermengen met de realiteit anno 2013. Ploeggenoten van Armstrong als Hincapie en Andreu en oude vijanden zoals journalist Walsh en mevrouw Andreu krijgen zo de kans hun gelijk te halen.

Geen van allen begrijpen ze de motieven achter zijn comeback ('de Tour schoon winnen'). Armstrong, zegt schrijver Daniel Coyle, is als een overvaller die dezelfde bank nog eens probeert binnen te dringen - maar nu terwijl iedereen toekijkt.

Zijn boezemvriend George Hincapie: 'Waarom zou je willen terugkomen om samen met ons te moeten lijden?' Armstrong, tot slot: 'Het is heel zwaar om de waarheid voor altijd te bedekken. Precies dat is mijn ondergang geworden.'

Hollywood aan de telefoon. Twee bekende producenten zoeken iemand die een documentaire wil maken over de comeback van Lance Armstrong. Ze hebben een grote zak geld en medewerking van Lance; de camera mag overal bij zijn. Het is dan 2008.

Oscar-winnaar Alex Gibney, bekend van zijn onthullende films over martelende militairen (Taxi to the Dark Side) en de Enron-fraudeurs (The Smartest Guys in the Room), was meteen enthousiast. Na al het graafwerk naar doofpotaffaires was hij toe aan iets simpelers, een feelgoodfietsfilm. Gewoon een mooi gefilmd portret van een man die op zijn 38ste wil bewijzen dat hij de Tour schoon kan rijden. Werktitel: The Road Back.

Tot zover de theorie.

'Lance Armstrong beschikt over een speciaal talent: hij kijkt je recht in de ogen, hij zegt iets - en op dat moment geloof je hem. Bij het weglopen denk je al: ho eens even, klopt dit nou wel...'

Was u naïef, toen u toezegde de regie te doen?

'Ik denk het wel. Een beetje naïef, maar ook weer niet achterlijk. Het leek me waarschijnlijk dat hij eerder doping had gebruikt. Maar toen ik hem volgde tijdens de Tour dacht ik dat hij clean reed. Overigens had ik wel in het contract laten vastleggen dat niemand anders dan ik de eindversie van de film bepaalde.'

'De montage van The Road Back was bijna afgerond, toen het dopingschandaal rond de Texaanse wielrenner ontplofte. Weg comeback, weg film. 'Hij vertelde onzin, ik had het vastgelegd. Ik bleek verstrikt als een fan, als een onderdeel van zijn pr-machine. Bergen fantastisch ongebruikt fietsbeeld, die ik niet meer kon gebruiken. Later, toen ik er over nadacht, zag ik in dat ik er een soort omgekeerde detectivedocumentaire van kon maken. Waarom trapte ik erin?'

Ja, waarom?

'Omdat het verhaal zó mooi was. Een topatleet die geneest van kanker en nog sterker terugkeert dan hij al was. Dat is krachtig materiaal hoor. Leven en dood, alles of niets - dat is Lance z'n verhaal.

Kijk naar de man die afgelopen zomer de Tour won: saai, methodisch, geen emotie. Lance was een opwindende coureur, charismatisch ook.'

Denkt u dat het iets dwangmatigs is, zijn liegen?

'Ik denk dat zijn keuze aanvankelijk simpel was: clean verliezen of met doping winnen. Als iemand dat eenmaal van zichzelf accepteert en er vanuit gaat dat iedereen het doet, wordt liegen over doping iets normaals, iets noodzakelijks. Wat Lance verder bracht was die kanker: niemand droeg hem op om de hele kankergemeenschap onderdeel te maken van zijn leugens. Ik denk dat hij zichzelf wijsmaakte dat hij wel moest. Dat is iets wat de politie in Amerika noble cause corruption noemt, het liegen voor de goede zaak.'

Wat in uw film was nog onbekend, over het dopingcircus?

'Ik denk dat je, na het zien van deze film, beter begrijpt hoe de fietswereld werkte mét Armstrong. Men wilde ook dat hij won. Iemand als Hein Verbruggen (oud-voorzitter Internationale Wielerunie) die opbelt en alvast informeert: onze vriend lijkt positief te testen voor een steroïde. Zo kon Armstrongs team nog snel een doktersrecept vinden (voor een middeltje tegen zadelpijn) om zijn hoge waarden te verklaren. Verbruggen ontkent dat, maar hij heeft wel toegegeven dat ze op renners afgingen die te dicht bij de grens kwamen: je moet oppassen. Kortom: ze weten dat renners valsspelen, die moeten alleen niet te veel valsspelen.'

Hoe is het nu tussen u en Armstrong?

'Het is niet zo dat we super supergoede buddy's zijn. Hij heeft me zijn excuses aangeboden, dat waardeer ik zeer. Hij heeft de film nog niet gezien, maar ik heb hem wel even gebeld dat die eraan kwam. Lance was niet blij met de titel.'

'Lance bood excuses aan'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden