Lager loon voor bijna iedereen

Grote groepen werknemers zullen er dit jaar fors op achteruitgaan. De verhoging van de koopkracht die het kabinet had berekend, valt hun lelijk tegen....

Van onze verslaggever

Harko van den Hende

AMSTERDAM

Of de werknemer een eigen huis heeft of huurt, doet er voor de uitkomst weinig toe. De daling treft zowel mensen die in het ziekenfonds zitten als particulier verzekerden. Het geld dat de werknemers minder krijgen, valt de werkgevers toe.

Nieuwe berekeningen wijzen uit dat een werknemer met een maand-

inkomen van 4250 gulden bruto er netto rond honderd gulden (1200 gulden per jaar) op achteruit gaat.

Dat betekent een daling van koopkracht van ruim 3 procent. Dit verlies is nagenoeg even groot voor de werknemer die een eigen huis heeft als voor de werknemer die huurt.

Werknemers met een bruto-inkomen van rond de 5000 gulden zijn iets minder slecht af. Hun netto-nadeel bedraagt zo'n 1,5 procent voor huurders en bijna 3 procent voor woningbezitters.

Volgens berekeningen die gisteren in de Volkskrant zijn gepubliceerd, gaan ook alleenstaanden en tweeverdieners met een hoger inkomen en een eigen huis er volgend jaar op achteruit.

Hun inkomensverlies kan oplopen tot ruim 1 procent. De nieuwe cijfers wijzen uit dat een veel grotere groep werknemers getroffen wordt.

De daling van het netto loon betekent een extra klap voor de koopkracht van al deze werknemers. Blijft het loon gelijk, dan zouden ze al een koopkrachtverlies lijden, omdat de prijzen dit jaar naar verwachting met ruim 2 procent omhoog gaan. Door het lagere netto loon komt daar nog eens 2 tot 3 procent koopkrachtdaling bovenop. Hierdoor loopt het totale verlies op tot 4 à 5 procent.

Dit cijfer staat in schril contrast met de koopkrachtberekeningen van het kabinet. Volgens deze berekeningen zouden degenen met een maandinkomen van vier- tot vijfduizend gulden bruto er dit jaar minstens 0,5 procent op vooruitgaan. Ook andere inkomensgroepen, van laag tot hoog, zouden hun koopkracht zien verbeteren.

In alle berekeningen is ervan uitgegaan dat de werknemer dit jaar hetzelfde bruto loon ontvangt als vorig jaar. Dat geldt ook voor de koopkrachtcijfers van het kabinet.

Met speciale veranderingen op de loonstrook die bij een bedrijf of bij een bedrijfstak plaatsvinden, zoals een verandering van de pensioenpremie, is geen rekening gehouden.

De slechte uitkomsten voor veel werknemers zijn terug te voeren op drie veranderingen die per 1 januari zijn doorgevoerd.

De eerste is een verhoging van de WW-premie die werknemers betalen.

Daar staat tegenover dat werknemers dit jaar geen WAO-premie meer hoeven te betalen. Die last komt nu geheel voor rekening van de werkgevers. Het werknemersvoordeel van het vervallen van de WAO-premie bedraagt al gauw enkele honderden guldens per maand.

Het kabinet heeft dit voordeel proberen weg te nemen door een toeslag die de werkgever aan de werknemer betaalt (de zogeheten overhevelingstoeslag) aanzienlijk te verlagen. Door deze maatregel worden werkgevers ook weer gecompenseerd voor de WAO-premie die nu voor hun rekening komt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden