Lage wisselkoers van euro is overwegend goed

De ECB verkocht onlangs een deel van haar dollar-reserves, maar weigerde dat ondersteuning van de euro te noemen. Alman Metten meent dat valutareserves achterhaald zijn en dat met de verkoop beter de schulden van EU-lidstaten kunnen worden verminderd....

DE Europese Centrale Bank is afgelopen donderdag begonnen 2,5 miljard euro van haar dollarreserves te verkopen, en maakt daar een hele goede prijs voor. Zij zegt in haar persbericht dat die 2,5 miljard euro slechts de rente-inkomsten op voornamelijk dollar beleggingen zijn, en dat de verkoop daarvan ook bij andere centrale banken heel gebruikelijk is. Met andere woorden: dit is geen poging tot ondersteuning van de euro, en dus geen interventie.

Niet iedereen slikt deze uitleg. Is de ECB niet het water aan het testen voor een echte interventie? De roep om iets aan de zwakke wisselkoers van de euro te doen klinkt steeds luider. Zou het Europees Stelsel van Centrale Banken, waar de ECB samen met de nationale Centrale Banken deel van uitmaakt, inderdaad haar dollar-reserves moeten aanspreken en tot steunaankopen voor de euro moeten overgaan?

Onomstreden is dat de euro momenteel ondergewaardeerd is (en de dollar derhalve overgewaardeerd). Als de koopkracht van beide munten als maatstaf wordt gehanteerd, dan zou de euro ongeveer 1,15 dollar moeten opleveren, terwijl hij nu op 0,86 dollar staat. De onderwaardering wordt meestal verklaard door de hardnekkige groeiverschillen tussen de eurozone en de VS, in het voordeel van de VS, bijvoorbeeld door overnames. Alleen de eerste helft van dit jaar veroorzaakte die al een netto uitstroom van de eurozone naar de VS van 165 miljard dollar!

Het gevolg van de onderwaardering van de euro is juist dat de Europese economie een extra opkikkertje krijgt en dus veel harder groeit dan met een reëlere waardering van de euro het geval zou zijn. De vraag is dus of de waardering van de euro wel zo'n probleem is voor de eurozone.

Volgens de ECB is dat het geval als de lage euro de inflatie aanwakkert. Nu is de inflatie inderdaad toegenomen, maar wel vooral door de dure olie (en door het procyclische beleid van sommige regeringen, zoals de Nederlandse en de Ierse). Zelfs inclusief het effect van de dure olie behoort de inflatie in de eurozone nog steeds tot de laagste ter wereld. De lage wisselkoers van de euro is dus overwegend goed voor de eurozone.

Heeft de VS er dan misschien problemen mee? Integendeel.

De VS wensen hun houding van benign neglect ten opzichte van de koers van de dollar des te meer vast te houden, omdat de dure dollar (die de tegenhanger is van de goedkope euro) de invoerprijzen laag houdt. Doordat de economie van de VS nog harder groeit dan die van de eurozone, is het inflatiegevaar nu Amerika's probleem nummer één. De goedkope invoer houdt die inflatie (die met 3,5 procent naar de smaak van de ECB al veel te hoog is) nog net in de hand. Ook de Amerikanen zijn dus tevreden met de huidige situatie. Waarom zou die dan moeten veranderen?

Wellicht is een houding van benign neglect van de wisselkoersen ook voor de ECB de meest gepaste. Nu de eurozone een even zo gesloten economie is geworden als die van de VS, met een handelsafhankelijkheid van rond de 15 procent van het bnp, is de invloed van de wisselkoers relatief gering geworden. En bij de enorme kapitaalstromen die dagelijks over de aardbol suizen, is er toch het besef dat centrale banken alleen wat aan de wisselkoers zouden kunnen veranderen, wanneer dat de VS, Europa en Japan gezamenlijk gedaan zou worden, zoals dat in de jaren tachtig is gebeurd met het Louvre- en Plaza-akkoord.

Moet de ECB de huidige situatie van zwevende wisselkoersen niet gewoon accepteren? Daarmee kom ik terug op de aanleiding voor dit artikel, de verkoop door de ECB van een deel van haar buitenlandse valuta-reserves. Want als de ECB tot benign neglect overgaat, waartoe dienen dan die immense reserves valuta (en goud) die het ECB beheert?

Dit overblijfsel uit de pre-eurotijd, waarin de huidige eurozone-landen nog kleine tot middelgrote open economieën waren, heeft zichzelf overleefd. Het past niet meer bij de grote, vrij gesloten economie die de eurozone is. De reserves in goud en vreemde valuta zijn niet alleen disproportioneel (ruim vierhonderd miljard euro, de helft van de totale reserves en al bijna net zo groot als de totale monetaire basis die de totale reserves beogen te dekken), maar de ze kunnen ook door de huidige onderwaardering van de euro tegen een zeer gunstige prijs worden verkocht).

Ter vergelijking: in de VS bedragen deze reserves slechts 8,1 procent van een veel kleiner totaal! Met de opbrengsten van de verkoop van deze reserves zou heel goed de staatsschuld in de lidstaten van de eurozone kunnen worden verminderd. Dat maakt het voor de Centrale Banken waarschijnlijk wat acceptabeler afstand van hun schatten te doen.

Vrees voor een valutacrisis hoeven ze niet te hebben: een centrale bank van een groot land zonder schuld in buitenlandse valuta kan heel goede zonder buitenlandse reserves. En als ze die reserves toch onverhoopt nodig mocht hebben, dan kan ze die met haar binnenlandse reserves gewoon van de particuliere banken kopen. Er is kortom geen enkele goede reden meer voor de ECB om nog langer op dollars te blijven zitten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden