Laermans maakte hongerige wolven van eeltig gepeupel

Eugène Laermans, tot en met 25 juni in de tentoonstellingsgalerie van het Gemeentekrediet in Brussel...

De dronkaard waggelt, geholpen door zijn vrouw en kind, naar huis. Twee mannen dragen een dode naar het kerkhof. De stakers vormen een stoet. De enigszins vergeten Belgische kunstenaar Eugène Laermans (1864-1940), waarvan in de tentoonstellingsgalerie van het Gemeentekrediet in Brussel een overzicht is te zien, schilderde boeren en arbeiders in het nevelachtige Brabantse Pajottenland of in de groezelige voorsteden van Brussel.

Het lijken soms ietwat pamflettistische schilderijen, gemaakt voor de rode burchten en 'arbeiderspaleizen' van de vakbonden. Laermans' werk is verwant aan dat van de beeldhouwer Constantin Meunier - beroemd omwille van zijn 'mijnwerkers' - maar ook aan de ingetogen schilderijen van Jakob Smits.

Laermans was ten gevolge van een hersenvliesontsteking of een tyfuskoorts al op elfjarige leeftijd volledig doof. Hij kon zich met moeite verstaanbaar maken. Later werd hij ook blind. Vanaf 1924 kon hij niet meer schilderen.

Hij zocht troost in de literatuur. Laermans was een hartstochtelijk lezer. Tot zijn favoriete lectuur behoorden Rabelais en Charles De Coster, Emile Verhaeren, Jules Verne en vooral Charles Baudelaire, van wie hij Les fleurs du mal illustreerde. Laermans' werk wordt soms 'symbolistisch' genoemd omdat zijn schilderijen evoceren en suggereren, een idee weergeven. Maar in hoofdzaak is Laermans de schilder van het arbeidersvolk in 'het Belgische Manchester' - de Brusselse voorstad Sint-Jans-Molenbeek en van de boerendorpen in het Pajottenland.

Je moet, om het werk van Laermans te begrijpen, niet de geschiedenis van de mijnstakingen in de Borinage of van de aardappelziekte in Vlaanderen kennen. In zijn werk herken je sporen van het modernisme, hoe oubollig en archaïsch enkele doeken ook zijn gecomponeerd. De stakingsavond uit 1893, een tafereel met een menigte en een rode vlag, is een meesterwerk van 'sociale kunst'. De hoofden van de betogers zijn geschilderd alsof het straatstenen zijn, anonieme figuren onder een arbeiderspet. Zoals zoveel laat-negentiende-eeuwse stakingstaferelen is ook bij Laermans' schilderij de vorm uiterst belangrijk: er is beweging - het is een protesttocht tegen 'het kapitaal'.

De stakingen en rellen aan het eind van de negentiende eeuw, soms moordend oproer, heeft in België diepe sporen in de geesten achtergelaten. Laermans tekende de semi-industriële banlieue. Hij observeerde zijn onmiddellijke omgeving. Op zijn schilderijen zie je niet zozeer 'de verworpenen der aarde' maar wel de dorpelingen die niet meer op het platteland werken maar in de stad op zoek gaan naar beter betaald fabriekswerk.

Laermans schilderde types, De zwerver, het haast Bruegheliaanse De blinde, boeren en jeu-de-boules-spelers. Zijn personages ziet men uiterst zelden aan het werk. Maar Laermans maakte ook duivelse Félicien Rops-achtige taferelen, zoals het drieluik Perversiteit of zijn erotische schetsen. Die schilderijen en tekeningen van femmes fatales laten als het ware op een symbolistische manier zien waar bijna al het werk van Laermans over gaat: de vampierachtige kus waaraan de man is overgeleverd is de metafoor voor het platteland dat door de tentakels van de geïndustrialiseerde stad wordt ingesloten.

Soms herinnert een schilderij van Laermans (zoals De optocht) aan Jan Toorop, aan Na de werkstaking uit de collectie van het Kröller-Müller in Otterlo. Ook Toorop schildert die tegenstelling tussen stad en platteland, de woekering van nieuwe industrieën aan het eind van de vorige eeuw. Laermans is ongetwijfeld beïnvloed door Courbet's Steenkloppers, dat in 1851 op de Brusselse Salon was te zien. 'Het was alsof een hele menigte uit het gemeen en eeltig gepeupel als hongerige wolven binnenviel', schreef de criticus Camille Lemonnier, 'en revolutionair haar recht op kunst opeiste nadat ze eerst op de barricaden haar recht op leven had opgeëist.' De kunst van Courbet, en ontegenzeggelijk ook die van Laermans, was 'democratische' kunst.

De Brusselse expositie, het eerste overzicht sinds de jaren zestig, toont Laermans' mededogen. Hij wentelde zijn penselen in de rode inkt van het socialisme.

Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden