Lachgas

Weinig auto's weten een lach tevoorschijn te toveren, maar al jakkert de Porsche 911 voorbij, dan krijgt schrijver Koen Vergeer spontaan een lach op zijn gezicht. Geen uitbundige lach, maar een milde glimlach om de mengeling van stoer en cult.

Auto's wekken emoties op. Verbijstering. Ongeloof. Ontzag. Afschuw. Hebberigheid. Toch ken ik weinig auto's die een lach te voorschijn weten te toveren. Eigenlijk is er maar één: de Porsche 911. Elke keer wanneer ik een 911 tussen het drukke stadsverkeer door zie rollen, rolt er een lach over mijn gezicht. Geen uitbundige of neerbuigende lach, maar een milde glimlach om die mooie mengeling van stoer en cult. Stoer om zijn robuuste rondingen en z'n motortje, dat op een rotonde gemoedelijk bromt in de wetenschap dat hij op de Autobahn ook 280 kan halen. Cult om zijn ietwat oubollige uiterlijk, om die ooit sportieve voorkant met die enorme klep en de ronde koplampen. Oerdegelijk, weinig sexy. Je zou bijna zeggen: achterhaald, maar niets is minder waar. De 911 is al een halve eeuw niet achterhaald. Je kunt gerust stellen dat Porsche sinds 1963 geen andere straatauto meer heeft gemaakt. Want al die latere, dikkere nummers, zoals de 993 en 997, zijn klonen van de 911. Zelfs de huidige modellen zijn er allemaal van afgeleid. Zoals de Boxster en de Cayman. Zelfs de Panamera is volgens mij een 911 die met zijn trekhaak ergens vast is blijven zitten. Kan Top Gear dát niet een keer uittesten?


Alleen de Cayenne, met zijn obesitas, is een beetje een buitenbeentje. Maar ja, een Porsche moet je ook niet willen opblazen. Gelukkig is de nieuwe 918 weer een echte Porsche, want in de plaatjes en filmpjes die de firma zorgvuldig getimed laat uitlekken, herkennen we onmiddellijk het silhouet van zijn onverwoestbare oervader.


Ik denk eigenlijk dat ik ook moet lachen omdat de 911 al zo lang meegaat. Het is een lach van herkenning, van vertrouwdheid. Ik heb de afgelopen vijftig jaar heel wat 911'jes voorbij zien rijden op straat en op het circuit. De ultieme Porsche 911 is dan ook niet voor niets vereeuwigd op de plaats waar straat en circuit samenkomen: in Le Mans. Ik heb het over die leisteengrijze 911 met het nummerbord S-B 2795, de Porsche die Steve McQueen gebruikt in de openingsscène van zijn film Le Mans. Volkomen relaxed komt de auto de film en het stadje binnenrijden. McQueen heeft hem net in de fabriek opgehaald. Kostprijs 30.000 Deutschmark. State-of-the-art anno 1970: met airco, mistlampen, Blaupunkt Frankfurtradio en aluminiumvelgen van Fuchs. Die velgen maken de auto: de vijf verchroomde, met stroboscopisch effect draaiende taartpunten geven de auto precies de juiste lichtheid - zo hoort een 911 te zijn.


De auto is niet op het witte doek gebleven. Na het schieten van de film heeft McQueen hem meegenomen naar Amerika. Toen hij daar ontdekte dat hij al een 911 in zijn garage had staan, heeft hij hem maar te koop gezet in de Los Angeles Times. De koper, stomverbaasd ineens zaken te doen met de filmheld himself, heeft daarna gewoon dik dertig jaar met dé Porsche door L.A. gereden! Naar zijn werk, naar het strand, naar de supermarkt. Prachtig: na zijn moment van glorie blijkt de ultieme 911 even geschikt voor het dagelijks verkeer.


Dit verhaal bevestigt mijn idee bij de 911. Het is tegelijk een bijzondere en een heel gewone auto. Ik denk dat Ferdinand Porsche zoiets bedoelde met zijn adagium dat een goed ontwerp je gerust moet stellen. Daar ergens schuilt ook de diepste oorzaak van mijn 911-lach. Niet gemaakt om te blitsen, blitst de 911 overal tussendoor. Overigens werd de auto met het nummerbord S-B 2795 in augustus 2011 verkocht op een veiling in Monterey, California. Opbrengst: 1.375.000 dollar. Om zulke bedragen lach ik natuurlijk ook. Kun je maar beter doen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden