Column

Lachen en griezelen in een enclave van witte yuppen

Nadia Ezzeroili in Amsterdam

Zelfspot is de enige manier om met racisme om te gaan vinden Kartopawiro en Melanie.

Ik dacht: waar kun je nou beter een horrorfilm over racisme kijken dan in de Filmhallen - een bioscoop op een dun strookje witte yuppenenclave in hartje Amsterdam-West. Na alle media-aandacht voor het boek Hallo witte mensen van Anousha Nzumé vroeg ik me namelijk af of er al witte mensen zijn die zichzelf 's ochtends niet meer in de spiegel durven aan te kijken. Of ze nog wel van hun cultureel gestolen pitabroodje falafel durven te genieten.

En bovendien: waarom zou ik naar Deventer moeten afreizen om vooroordelen te begrijpen als ik ook gewoon op safari kan naar de witte gebieden van de meest gesegregeerde stad van Nederland?

De trailer van de film Get Out (zie onder artikel) belooft veel humor, behapbaar genoeg om witte mensen die ietwat geagiteerd zijn door het racismedebat niet af te schrikken. Een goed lokkertje, want in de bijna uitverkochte bioscoopzaal steken vooral blonde hoofden boven de stoelen uit - op één donkere man na. Heel luchtig blijkt de film overigens niet te zijn: wie de subtiele verwijzingen naar onversneden racisme begrijpt, krijgt af en toe de rillingen. Af en toe is de film zelfs naargeestig, zoals de scène (spoileralert) waarin zwarte mannen als seksslaven worden opgekocht door witte mensen.

Aanvankelijk was het mijn intentie om na de film enkele witte bezoekers te vragen of ze zichzelf nou een griezel vinden na het zien van de film. Maar het loopt anders.

Bij het verlaten van de zaal hoor ik plots iemand roepen: 'Ik ga er maar gauw vandoor, straks verkopen jullie me nog als seksslaaf!'

Bulderend gelach.

Hallo witte mens! Jij bent gewoon niet gewend dat je wordt aangesproken op je huidskleur

Sander Donkers ging er altijd gedachteloos vanuit dat hij veel gemeen heeft met actrice Anousha Nzume, die hij al kent van toen ze nog Anna heette. Niet echt, blijkt als hij haar spreekt naar aanleiding van haar boek 'Hallo witte mensen' waarin ze schrijft over wit privilege. (+)

De grappenmaker blijkt die enige donkere man in de zaal te zijn. Joel Kartopawiro (35) heet hij. Komt uit Almere, is getrouwd met UWV-medewerker Melanie Bennik (32), reist als IT-consultant de wereld over en is evenals zijn vrouw van Surinaamse komaf. Hij had het tegen twee witte mannen die voor hem stonden toen hij met zijn vrouw naar buiten liep. Erg grappig vonden ze zijn opmerking, ja, hahaha, en beenden snel weer door.

'Wat was dat nou?' vraag ik hem. Kartopawiro, geamuseerd: 'Goed grapje toch?' Doet hij vaker, legt hij uit. Een ongemakkelijke situatie rondom zijn huidskleur proberen te neutraliseren met een zo mogelijk nog ongemakkelijker grapje. Wat hij dan zo ongemakkelijk vond? Dat hij de enige zwarte man in de zaal was, nota bene met een horrorfilm over racisme op het witte doek. 'Je vóelt gewoon dat mensen zich dan heel bewust zijn van je huidskleur. En ze bedoelen het niet slecht, hoor, dat weet ik ook wel.'

Het getrouwde koppel maakt zulke situaties continu mee, vertelt Kartopawiro stoïcijns. Zelfspot is de enige manier om ermee om te gaan, vinden ze allebei. Bennik: 'Een keer vroeg de buurman of mijn man soms werkloos was, omdat hij hem thuis altijd achter de laptop zag zitten.' Kartopawiro rolt met zijn ogen ('Die man wist niet dat ik mijn eigen baas ben en ondertussen misschien wel sta te skypen met een zakenrelatie in Dubai'). Bennik vervolgt: 'Toen zei ik: ja klopt, lui zijn die negers hè. Daarna nooit meer zo'n opmerking van die buurman gehoord.'

Ze vertellen gretig. Ik ken dit soort gesprekken. Zet twee of drie onbekenden met een getinte of zwarte huidskleur bij elkaar en binnen tien minuten worden de ervaringen met discriminatie gierend met elkaar gedeeld. Dat begint vaak gezellig, maar eindigt meestal in een miserabele groepstherapiesessie.

Op safari in de Filmhallen, een witte yuppenenclave.

Dat laatste valt hier nog mee, maar de vele voorbeelden die het stel in drie kwartier opdreunt zijn duizelingwekkend. Ik vraag of Kartopawiro weleens staande is gehouden door de politie. Ze gooien allebei hun handen in de lucht en maken een geluid alsof een band leegloopt. 'Alleen maar!' roept Bennik. 'Op een dag reden we zo van de ene controlefuik de andere in.' Ze schateren weer van het lachen.

Het lachen vergaat ze als ze vertellen over een incident waarbij hun zoon van negen jaar betrokken was. Het kereltje mocht van een buurtbewoner niet meer in zijn nette buurt van Almere skaten. Kartopawiro ging op de man af. 'Dit klinkt misschien hard', zegt hij, 'maar om die man bewust te maken van zijn vooroordelen ben ik bereid mijn eigen kind te vernederen. Dat heb ik toen ook gedaan. Ik dwong mijn zoon om ten overstaan van die man diepe excuses te maken voor de overlast. Die man slikte zijn woorden meteen in en bood toen zelf zijn excuses aan.'

Sommige horrorsituaties zijn niet te verwerken in een film.

Lees ook:
Vaak is het onbeholpenheid. De mensen hebben heus het hart op de juiste plaats. Maar het effect van opmerkingen over huidskleur is verschrikkelijk. Pure horror, eigenlijk. Zoals in de geestige film Get Out, schrijft Chris Buur (+).

Meer over