Labour bedolven onder modder

‘De geschiedenis zal gunstig over me oordelen, aangezien ik van plan ben haar zelf te schrijven’, zei Winston Churchill ooit. De legendarische Britse ex-premier was ook amateurhistoricus, die het met de regels van de geschiedschrijving niet altijd even nauw nam.

De huidige generatie Britse politici geeft eveneens graag hun gekleurde versie van gebeurtenissen. Maar het tempo waarin ze dit doen, evenals het grote aantal ‘alles onthullende’ titels, begint ongekend te worden.

Peter Mandelson (56) trad amper twee maanden geleden af als minister, maar zijn vuistdikke memoires (The Third Man) verschijnen vandaag al. Zoals gebruikelijk heeft een krant, ditmaal The Times, grif betaald voor een voorpublicatie.

Smeuïg

Dat lijkt een uitstekende investering, want de ontboezemingen van de controversiële Mandelson – zo werd hij eerder tweemaal uit de regering gezet na schandaaltjes – zijn smeuïg. Samen met Tony Blair en Gordon Brown was hij de architect van New Labour, dat Groot-Brittannië dertien jaar regeerde. Het vormt een periode uit de moderne Britse geschiedenis die al tot in detail lijkt uitgemolken, hoewel Mandelsons beschrijving van Browns laatste dagen in Downing Street nieuw is. De desperate Schot deed alles om aan te blijven na de verkiezingen, maar LibDem-leider Nick Clegg wees hem de deur.

Het fascinerendst zijn echter details over het voornaamste thema van de Labourperiode: het onophoudelijke interne gekonkel, met name de vete tussen Tony Blair en Gordon Brown. Labour heeft de media lang beschuldigd van het opkloppen van roddels over ruzies en intriges. Het blijkt echter allemaal waar.

De rivaliteit was zo intens, dat het een wonder is dat de mannen het een decennium in hetzelfde kabinet hebben uitgehouden – tegenwerken ging boven regeren. Ze deelden slechts één obsessie: het behouden respectievelijk veroveren van de hoogste baan in de politiek. Pas in 2007 lukte het Brown om Blair te verjagen als premier.

Agressief en bruut

Hoe diep de twee voormalige vrienden waren gezonken, vertelt Mandelson. Blair noemde Brown ‘als iemand van de maffiosi. Hij is agressief en bruut in zijn pogingen zijn zin te krijgen. Niemand kan tippen aan Gordon als iemand die de meest hoogstaande principes uitdraagt, en zich tegelijkertijd schuldig maakt aan de laagste vorm van bedriegerij.’

Blair omschreef zijn minister van Financiën volgens Mandelson – trouw bondgenoot van de premier – tevens als ‘krankzinnig, slecht, gevaarlijk en reddeloos’, terwijl de ‘paranoïde’ Brown zou hebben ‘geweten dat er iets aan hem mankeert’.

Brown, op zijn beurt, had reden Blair te verachten. Het verhaal wil dat het duo medio jaren negentig, in een Londens restaurant, had afgesproken dat Blair op een gegeven moment opzij zou stappen als premier om Brown zijn ‘beurt’ te gunnen.

Maar volgens Mandelson is zo’n herenakkoord pas in 2003 gesloten. Tot woede van Brown bleef Blair echter gewoon aan, toen hij twee jaar later zijn derde verkiezingen inging, en won. Opvallend is dat Blair kennelijk toch zo bang was voor Brown, dat hij deze niet hard durfde aan te pakken.

Zo bedachten Mandelson en Blair een operatie (codenaam Teddybeer) om het ministerie van Financiën in tweeën te hakken, en Brown zodoende te beroven van veel macht. Het werd niets. Ook overwoog Blair om Brown over te plaatsen naar het ongevaarlijke Buitenlandse Zaken, maar schrok terug voor de gedachte dat de Schot dan mogelijk ontslag zou nemen, met alle chaos van dien.

Andere sleutelfiguren

Mandelsons boek werd voorgegaan door een reeks andere sleutelfiguren, onder wie spin doctor Alastair Campbell. Blairs echtgenote Cherie schreef haar memoires ook al, en zowel Brown – die zich niet meer vertoont in Londen – als zijn vrouw Sarah werken aan boeken. Eerst volgt Blair zelf; in september bevalt hij van memoires waarvoor hij naar verluidt vijf miljoen euro krijgt.

Mandelson heeft al kritiek gekregen voor zijn timing; binnen enkele maanden kiest Labour een nieuwe leider. Een nieuwe laag modder over de partij lijkt niet erg welkom. Maar juist van Mandelson valt een dubbele agenda te verwachten.

‘Ooit waren memoires een eerste versie van de geschiedschrijving’, schrijft The Times, ‘nu zijn ze de laatste versie van de politiek’. De moderne politicus die niet zo snel mogelijk zijn memoires schrijft, ‘loopt het risico dat iemand anders een onaardige geschiedenis over hem schrijft’.

In de populaire pers wordt Mandelson vaak ‘Mandy’, ‘Dark Lord’ en ‘Prince of Darkness’ genoemd, hetgeen zowel verwijst naar zijn reputatie als valse nicht, als zijn faam als briljant strateeg achter de schermen. Van 2004 tot 2008 was hij even uit zicht als eurocommissaris, maar Brown haalde hem terug.

In ruil kreeg Mandelson, erkend ijdeltuit, een zetel in het Hogerhuis. Hierbij werd hij als kersverse Lord – die hun eigen titels mogen kiezen – ‘Baron Mandelson of Foy in the County of Herefordshire and Hartlepool in the County of Durham’.

Het maakte hem tot de politicus met het grootste aantal ‘silly titles’, aangezien hij van Brown beroepshalve nog drie andere titels mocht voeren, te weten First Secretary of State, Lord President of the Council en Secretary of State for Business, Innovation and Skills.

Gordon Brown en Tony Blair (AFP)Beeld AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden