Label van vrolijke sh'booms en doowah's

Met United Records leidde kleermaker Leonard Allen begin jaren vijftig een labeltje vol Amerikaanse 'roots'-muziek gericht op de zwarten in de armere wijken....

Leonard Allen was jarenlang politieman geweest in Chicago, en werd vervolgens kleermaker. Daarnaast had hij een warme belangstelling voor zo'n beetje alle vormen van Afro-Amerikaanse muziek, dus toen Lew Simpkins, producer en klant van de kleermakerij, hem polste over de oprichting van een label trok hij al snel zijn portemonnee. Zo ontstond United Records, een van de leukste onafhankelijke maatschappijtjes op het gebied van blues, jazz, rhythm & blues, gospel en doowop uit de jaren vijftig, en het eerste dat volledig in zwarte handen was.

United begon in 1951, in 1952 kwam er een zustermaatschappij bij (States), maar al in 1953 stond Allen er alleen voor, want Simpkins overleed aan leukemie, 35 jaar oud. Behalve voor de financiering moest hij nu ook zorgen voor artiesten en repertoire, en verbazend genoeg ging hem dat goed af, want wat hij opnam, van redelijk bekend tot totaal obscuur, is vrijwel allemaal de moeite waard: Amerikaanse 'roots'-muziek gericht op de zwarten in de armere wijken, vaak met die rauwheid en stevige groove die typerend is voor Chicago. Bovendien bewaakte hij de kwaliteit door meestal te werken met Universal Recording, een studio met een uitstekend geluid.

In 1975, United/States was toen al lang ter ziele, werd de catalogus opgekocht door Delmark, dat vrijwel alles op cd uitbrengt, waaronder ook veel dat destijds op de plank bleef liggen.

Vier recente releases geven een goed beeld van de diepte van de schatkist.

Allereerst uiteraard The United Records Story, een overzicht van het gebied dat het label bestreek. Vreemd genoeg staat de grootste hit, Jimmy Forrest's Night Train, er niet op, maar wel veel andere lekkere jazz met een sterke r & b-smaak. Want van de 'moeilijke' bebop moest Allen niets hebben: saxofonisten als Leo Parker en Gene Ammons namen voor hem toegankelijke stukken op met een herkenbare 'hook'.

De blues wordt op de compilatie vertegenwoordigd door grote namen als Memphis Slim, Robert Nighthawk, Roosevelt Sykes en de toen nog piepjonge Junior Wells. Diens Cut That Out komt van de aanrader Blues Hit Big Town, waarop de zanger en harmonicaspeler brutaal

tekeergaat, op het overmoedige af, begeleid maar niet geimideerd door reuzen als Muddy Waters en Elmore James.

Twee van de andere nieuwe uitgaven zijn ook bloemlezingen. Yes Indeed! belicht de zangeressen die voor United opnamen, vaak met jazzorkesten van mensen als Jimmy Hamilton en J.J. Johnson maar, opnieuw, met een behoorlijk aardse inslag. Vooral de machtige alt van Della Reese valt op, iets tussen gospel en opera in, maar ook de andere dames, van wie sommigen met Ellington en Basie hebben gewerkt, doen recht aan de sensuele songs.

Tell Me bevat singles van The Five C's, een van de bekendste doowop-formaties uit Chicago, maar ook van andere zanggroepen met al even kleurrijke namen als The Danderliers, The Dewtones en The Strollers. Deze compilatie bevat veel onuitgebracht materiaal, zoals 'alternate takes' en zelfs auditiebandjes, maar tussen de opzwepende swingers en smachtende ballads, allemaal gebracht met smeuiige vier-of vijfstemmige zang, staat werkelijk niet slecht nummer.

De humor, zo belangrijk bij veel van deze 'vocal groups', komt aan bod in het kostelijke Rockalick Baby van The Dewtones, met komische stukjes scat, in het bizarre Congo A Cha Cha Cha van The Strollers (waarin Mobutu wordt bezongen), en in de talloze vrolijke sh'booms en doowah's elders op de plaat, waarmee de stemmen allerlei instrumenten imiteren.

Naast Jimmy Forrest was Tab Smith de grootste hitmaker van United; hij heeft veel voor ze opgenomen en verdient daarom zijn eigen cdheruitgaven, waarvan Crazy Walk de vierde en laatste in de reeks is. Zijn toon op tenor-en altsax was een stalen vuist in een fluwelen handschoen, en vooral op het hoger gestemde instrument deed hij sterk denken aan de eindeloos buigzame klanken van Johnny Hodges, wiens glissando's al even halsbrekende toeren uithalen: tergend langzaam naar de juiste noot toe glijden, tot je denkt dat het nu echt niet meer lukt, om dan perfect getimed toch goed uit te komen.

Ook Smith mikte vooral op de jukeboxen in de getto's, en op dit laatste deel staan voornamelijk stukken met het aldaar zo populaire orgel, maar hij laat horen hoeveel verfijning er binnen dat genre nog mogelijk is. Daarmee vormt hij een iets chiquere tegenhanger van de heerlijk ordinaire tenoren in de driedelige serie Honkers & Bar Walkers, met hun smerige, moddervette en op de onderbuik gerichte scheurgeluid.

Ondanks al dat moois heeft United niet lang bestaan. In 1957 was het alweer afgelopen te weinig hits uiteindelijk, en Allen had geen affiniteit met de opkomende rock 'n' roll. Hij stapte uit de business en bedigde zijn carri in omgekeerde volgorde: hij werd weer kleermaker, en daarna deputy sheriff in Cook County, tot hij in 1985 overleed, 85 jaar oud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden