Laatste vertrouweling van Hitler en Goebbels overleden

Op vijf jaar krijgsgevangenschap na, was Brunhilde Pomsel tot haar pensioen secretaresse. Ze leerde het vak in de jaren twintig bij een Joodse advocaat, en zwaaide vijftig jaar later af bij de chef van de Duitse publieke omroep ARD. Daartussen werkte ze twaalf jaar voor de nazi's. Van 1942 tot 1945 was ze een van de persoonlijke assistenten van propagandaminister Joseph Goebbels.

Brunhilde Pomsel, de voormalige secretaresse van Nazi propagandaminister Joseph Goebbels overleed op 27 januari en werd 106 jaar.Beeld afp

Vrijdag overleed Pomsel op 106-jarige leeftijd in München. Ze gold als een van de laatste nog levende mensen die in nauw contact had gestaan met Hitler en zijn meest directe vertrouwelingen. De laatste oorlogsweken bracht ze met hen door in de Hitlerbunker.

Pas daar onder de grond, begreep Pomsel pas dat het allemaal 'heel slecht ging aflopen', zei ze in de film die drie jaar geleden over haar werd gemaakt, Ein Deutsches Leben.

Over Goebbels zegt ze onder andere: 'Ik had medelijden met hem, omdat hij mank liep. Om dat te compenseren gedroeg hij zich een beetje arrogant.' Toch vond Pomsel Goebbels 'op kantoor' een aangenaam mens, 'haast edel'.

Ze schrok pas toen ze hem in 1943 voor het eerst een publieke toespraak hoorde geven. Op het podium van het Olympisch Stadion in Berlijn, zag ze haar baas veranderen in een 'razende dwerg.'

Pomsel bleef in die film herhalen wat ze haar hele naoorlogse leven al met grote stelligheid had gezegd: over wat zij 'de kwestie met de Joden' noemt, hoorde ze pas na de capitulatie, in een Russisch krijgsgevangenenkamp. 'Niks hebben we geweten, het werd allemaal verzwegen en dat werkte', zei ze.

Apolitiek worstje

Maar Pomsel was dan ook, in haar eigen woorden, 'een dom apolitiek worstje.' Ze wijt dat aan de 'typisch Pruisische' opvoeding waarin plichtsbesef en gezagsgetrouwheid de twee belangrijkste deugden waren.

Toen Hitler aan de macht kwam in 1933, maakte ze deel uit van de mensenmassa die hem toejuichte bij de Brandenburger Tor. Dat vertelde ze niet aan haar Joodse werkgever, die kort daarop naar de VS vluchtte.

Na zijn vertrek organiseerde ze via een bevriende nazi een baantje als secretaresse bij Berlijnse publieke omroep, een goedbetaalde baan. Pomsel moest alleen even lid worden van de NSDAP, dan kon ze beginnen. 'Het was mijn lot', zei ze in de film. 'En wie kan iets beginnen tegen het lot? Zeker in woelige tijden.'

Brunhilde Pomsel.

En ook als ze wel iets had geweten, zei ze, wist ze niet hoe ze zou hebben gehandeld. 'Ik ben het soort persoon dat zegt: Nee dat kan ik niet! Ik behoor tot de lafaards!'

Ze wist natuurlijk wel dat er Joden gedeporteerd werden. Het gebeurde ook haar jeugdvriendin Eva Lowenthal, met wie Pomsel ook nog contact had toen ze voor de nazi's werkte.

Maar ze dacht dat de Duitse Joden 'werden verplaatst naar Sudetenland', het stuk Tsjechië dat de nazi's in 1938 veroverden. Haar vriendin kwam om in Auschwitz, hoorde Pomsel later. Zelf kon ze nadat ze in 1951 vrij kwam, via kennissen meteen bij de publieke omroep aan de slag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden