Laatste Russische brigades vertrekken uit Tsjetsjenië

De laatste Russische tanks zijn gisteren uit Tsjetsjenië vertrokken, precies twee jaar nadat het Russische leger de Kaukasusrepubliek binnenviel om in opdracht van het Kremlin de 'constitutionele orde' te herstellen....

Van onze correspondent

Bert Lanting

MOSKOU

Opmerkelijk is dat het tankbataljon nu gelegerd wordt in Boedjonnovsk, de stad waar in juni vorig jaar de geruchtmakende Tsjetsjeense gijzelingsactie plaatsvond die voor een keerpunt zorgde in de oorlog in Tsjetsjenië. De gijzelingsactie onder leiding van Sjamil Basajev gaf de Tsjetsjenen weer moed en deed Moskou beseffen dat de oorlog, ondanks het overwicht van de Russische troepen, waarschijnlijk niet op het slagveld gewonnen kon worden.

De doorbraak kwam echter pas dit jaar, toen de Tsjetsjeense strijders de verwoeste hoofdstad Grozny heroverden op de Russen. Dat was voor president Jeltsins nieuwe veiligheidsadviseur, generaal Lebed - een verklaard tegenstander van de oorlog - het sein om een einde aan de strijd te maken: hij tekende een akkoord met de Tsjetsjenen waarin afgesproken werd de kwestie van de status van Tsjetsjenië - onafhankelijkheid of niet - vijf jaar uit te stellen in ruil voor de terugtrekking van de meeste Russische troepen.

Na de val van Lebed en de benoeming van Ivan Rybkin - een veel minder sterke figuur - leefde de vrees dat de oorlog weer zou oplaaien, maar de militaire situatie was inmiddels zo in het nadeel van de Russen veranderd dat Moskou slechts de keuze had zich neer te leggen bij de feiten of een nieuw massaal offensief te beginnen. Voor het laatste ontbrak de politieke wil.

De voorzitter van de defensiecommissie van het Russische parlement, generaal Rochlin, noemde de terugtrekking van de laatste twee brigades gisteren een grote fout. Rochlin, ooit commandant van een van de legereenheden die in februari 1995 na zware strijd Grozny innamen, klaagde dat Moskou met de terugtrekking van de troepen in feite de controle over Tsjetsjenië volledig uit handen geeft.

Andere militaire deskundigen vinden dat Moskou domweg geen andere keuze heeft: de twee brigades zijn zelfs onvoldoende om zichzelf te verdedigen, laat staan de Russische belangen in Tsjetsjenië te beschermen.

Wat de politieke consequenties betreft heeft Rochlin echter gelijk: Tsjetsjenië is nu feitelijk weer onafhankelijk, ook al hebben president Jeltsin en premier Tsjernomyrdin het steeds over de 'ondeelbaarheid' van Rusland.

Met de terugtrekking van de laatste troepen hoopt Moskou ook premier Maschadov een steuntje in de rug te geven bij zijn campagne voor de presidentsverkiezingen, die in januari in Tsjetsjenië worden gehouden. Maschadov mag dan de voormalige bevelhebber van de Tsjetsjeense troepen zijn, Moskou vertrouwt hem omdat hij de Tsjetsjeense strijders tot het akkoord met de Russen wist te bewegen.

Hoe weinig greep Moskou nog heeft op de gebeurtenissen in Tsjetsjenië, blijkt wel uit het feit dat Sjamil Basajev, ex-vliegtuigkaper en leider van de gijzelingsactie in Boedjonnovsk een van de kandidaten voor het Tsjetsjeense presidentschap is. Moskou hoopt echter dat de Tsjetsjenen, ondanks alle verbittering die de oorlog heeft nagelaten, zullen kiezen voor Maschadov - de gematigde kandidaat - en daarmee voor samenwerking met Rusland.

De Russen gaan ervan uit dat de Tsjetsjenen er uiteindelijk uit economische motieven voor zullen kiezen in de Russische Federatie te blijven. Zolang Tsjetsjenië deel uitmaakt van Rusland, komt het in aanmerking voor geld voor de wederopbouw van de verwoeste steden.

Daarbij komt dat Moskou en de Tsjetsjeense regering een gemeenschappelijk financieel belang hebben: het transport van miljoenen tonnen olie uit de Kaspische Zee en mogelijk ook de olievelden van Kazachstan door de oliepijpleiding die van Bakoe via Tsjetsjenië naar de Russische havenstad Novorossiisk loopt. Als de olie daar eenmaal doorheen stroomt, kan Rusland op zo'n 800 miljoen dollar per jaar rekenen. Een deel daarvan zal rechtstreeks in de staatskas van Tsjetsjenië vloeien.

In afwachting van de oliestroom zijn de Tsjetsjeense leiders inmiddels begonnen orde te scheppen in de wilde Tsjetsjeense oliemarkt. Tal van plaatselijke machthebbers hebben hun eigen raffinaderijtjes die olie verwerken die afgetapt wordt uit de pijpleiding naar Novorossiisk. Die hebben nu te horen gekregen dat zij volgens de sjaria - de islamitische wet - bestraft zullen worden als zij hun activiteiten niet staken.

Het is heel wel mogelijk dat de Tsjetsjenen zich voorlopig tevreden zullen stellen met de vage status van speciale economische zone binnen Rusland. Op die manier profiteren zij mee van de oliepijpleiding en de fondsen voor de wederopbouw.

In feite zal het er echter op neerkomen dat het land onafhankelijk is en zonder controle van Moskou zijn gang kan gaan, zoals in de jaren voor de oorlog. Toen verdienden de Tsjetsjenen schatten met doorvoer van belastingvrije importgoederen naar Rusland. Voor de Tsjetsjenen is zo'n status waarschijnlijk nog voordeliger dan echte onafhankelijkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.