Laatste Philips-manager van de oude stempel

Het eeuwige leven: Marten Kuilman (1925-2017)

Marten Kuilman was jarenlang de tweede man bij Philips en volgde noodgedwongen Swarttouw op bij noodlijdend Fokker.

Marten Kuilman. Foto Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo

'Hij vond het vreselijk dat al die onderdelen werden verkocht', zegt zijn echtgenote. Marten Kuilman was iemand van de oude stempel. 'De laatste man met het echte 'Philips-gevoel', zo werd hij in een van de reacties genoemd. 'Totale Philips-man', beaamt ze.

Marten Kuilman was de tweede man van Philips onder Wisse Dekker in de jaren tachtig, toen Philips nog een technologisch toonaangevend concern was met 400 duizend werknemers dat vanuit Eindhoven werd aangestuurd. Kuilman had er grote moeite mee dat Philips na zijn vertrek besloot het hoofdkantoor naar Amsterdam te verplaatsen. 'Hebben we nooit over gesproken', zei hij.

Kuilman overleed 30 augustus op 91-jarige leeftijd in Utrecht. Negen jaar geleden kreeg hij al een zwaar herseninfarct.

Kuilman werd geboren in Muiden, maar verhuisde al jong met zijn ouders naar Oldenzaal, waar zijn vader werkte bij de douane. In de oorlog werd hij opgepakt en kwam in een Duits werkkamp terecht. Na de oorlog moest hij in het leger en werd hij ingezet bij de politionele acties in Nederlands-Indië. Nadat hij was teruggekeerd, voltooide hij binnen drie jaar een studie werktuigbouwkunde in Delft. Hij kwam in 1953 in dienst van Philips en zou daar nooit meer weggaan. Hij leidde eerst een vestiging in Drachten om daarna in Brazilië en het Verenigd Koninkrijk sleutelrollen te vervullen.

In 1978 volgde zijn benoeming tot lid van de raad van bestuur, in welk college hij vier jaar later vicevoorzitter werd. In de jaren tachtig bekommerde hij zich vooral om de dagelijkse gang van zaken binnen het bedrijf, terwijl de visionaire Dekker zich boog over de toekomstige strategie van het concern.

Kuilman wilde de bureaucratie en de complexiteit van een grote organisatie als Philips verminderen. Halverwege de jaren zeventig was uit zijn analyse gebleken dat de helft van de activiteiten van Philips niets opleverde. Kuilman kwam daarop met het voorstel honderd van de vijfhonderd fabrieken te sluiten. Ook wilde hij tienduizend banen in de overhead schrappen. Maar de tijd was nog niet rijp voor een grote sanering, hoewel hij voorspelde dat 'Philips kapot zou gaan als niet zou worden gesaneerd'.

Kuilman was in 1988 kandidaat om Dekker op te volgen, maar de toenmalige commissarissen kozen voor Cor van der Klugt. Kuilman ging met pensioen en kwam in de raad van commissarissen. Toen het onder Van der Klugt misging, kwam de weg vrij voor de grote operatie Centurion van de nieuwe president Jan Timmer. Kuilman steunde die, hoewel onderdelen van het bedrijf die hij zelf had opgebouwd werden afgebroken.

Behalve bij Philips was hij commissaris bij aannemer HBG en Nedcar. Maar zijn belangrijkste rol was die bij Fokker. Als president-commissaris had hij daar twee jaar lang de dagelijkse leiding, nadat Frans Swarttouw in 1989 was opzijgeschoven.

Hij wilde Fokker behouden als Nederlands vliegtuigbouwer en zag daar ook kansen voor, al zou samenwerking met een buitenlands concern mogelijk nodig zijn. Nadat in 1991 Erik Jan Nederkoorn de nieuwe topman van Fokker werd, schikte hij zich weer in zijn rol van president-commissaris. Twee jaar later kwam de samenwerking met het Duitse DASA tot stand, die Fokker uiteindelijk ook niet kon redden. In 1996 ging Fokker failliet.

Kuilman was een actief sporter die na zijn loopbaan graag schaatste en golf speelde, totdat het niet meer ging. Kuilman trouwde twee keer en had met zijn eerste vrouw vier kinderen.