Laatste column Paul Brill: Hoe de onttakeling van Amerikaans leiderschap het wereldtoneel overhoop haalt

De temperatuur ligt even boven het vriespunt en Washington is bedekt met een dunne laag sneeuw. Na te zijn beëdigd voor zijn tweede ambtstermijn houdt de president een bezielende toespraak, waarin hij zich concentreert op de internationale missie van de Verenigde Staten. 'Geen enkel volk kan de rest van de wereld de rug toekeren', houdt hij zijn gehoor voor. 'Zelfs de welvaart van Amerika zou niet lang voortduren als andere landen niet evenzeer tot bloei komen.'

Deze zinnen heb ik eerder geschreven. Ze vormen de eerste alinea van mijn derde buitenlandcolumn, die stond in de Volkskrant van 22 januari 2005. Het was de week van de inauguratie van George W. Bush voor zijn tweede presidentiële ambtstermijn.

Maar de president die ik in die eerste alinea opvoerde, was niet Bush junior maar Dwight Eisenhower, die op 21 januari 1957 voor de tweede maal werd geïnaugureerd als president van de Verenigde Staten. Waarom deed ik die stap terug in de geschiedenis? Omdat zich, bij alle verschillen tussen de herboren christen Bush en de gelauwerde beroepsmilitair Eisenhower, toch een duidelijke parallel opdrong: allebei verknoopten ze het lot van hun land nadrukkelijk met dat van de wereld als geheel.

Eisenhower sprak vooral over ontwikkeling en verheffing, Bush bracht een ode aan vrijheid en democratie. Maar de grondhouding was dezelfde en klonk trouwens ook door in de inauguratietoespraken van de acht mannen, Republikeinen en Democraten, die in de tussenliggende periode het Witte Huis bewoonden. In verschillende toonaarden betoogden ze allemaal dat de internationale situatie de Amerikanen niet onberoerd kan laten en dat de VS een speciale verantwoordelijkheid dragen voor vrede, veiligheid en vooruitgang in de wereld.

Het is niet mijn gewoonte om te citeren uit eigen werk. Maar dit is een bijzondere gelegenheid: ik zet een punt achter deze weekrubriek, die het levenslicht zag op 8 januari 2005. Twaalfenhalf jaar later staat de teller op zo'n 540 columns. Vijf keer ben ik verhuisd in de krant, meestal naar een wat kleiner onderkomen, waar ik toch wel weer uit de voeten kon. Maar de verhuizing van twee maanden geleden, resulterend in een veertiendaagse frequentie, bevalt me slecht. Tijd om de bakens te verzetten.

Het is verleidelijk in een afscheidscolumn een stichtelijk woord te spreken over het Nederlandse opinieklimaat, maar laat ik deze privé-Brexit afhechten op een wijze die past bij de stijl van de rubriek. Dus: welke internationale ontwikkeling heeft de meeste impact gehad in de periode waarin ik wekelijks de balans probeerde op te maken?

Is het de doorbraak van China en andere nieuwe economieën? Is het de uitslaande brand in het Midden-Oosten? Het revanchistische machtsspel van Vladimir Poetin? De opkomst van het populisme? Het prestigeverlies van de westerse democratie? Het vertrek van Groot-Brittannië uit een Europese Unie die na de eurocrisis ook nog in een identiteitscrisis is beland?

Allemaal struikelstenen op het veld van de contemporaine geschiedenis. Maar wat het wereldtoneel toch het ingrijpendst overhoophaalt, is de onttakeling van het Amerikaanse leiderschap.

Niet dat de VS een tweederangs mogendheid zijn geworden. Washington is nog steeds een hoofdrolspeler. Maar de wil en de discipline om sturend op te treden, om tirannie en wanorde te beteugelen, zijn verschrompeld. Dat begon al enigszins onder Barack Obama en heeft een rigoureuze versnelling gekregen onder het grillige bewind van Donald Trump met zijn minachting voor allianties en instituties.

Misschien wel het beste bewijs daarvoor is geleverd door twee naaste medewerkers van Trump, die bij uitstek geacht werden hem te weerhouden van al te bruuske stappen. 'De wereld is geen mondiale gemeenschap, maar een arena waar naties, niet-gouvernementele spelers en bedrijven wedijveren voor het meeste voordeel', schreven H.R. McMaster en Gary Cohn onlangs in de Wall Street Journal. 'In plaats van deze grondtrek van de internationale verhoudingen te ontkennen, omarmen we hem', aldus de twee topadviseurs van Trump.

Er zit zeker een kern van waarheid in deze typering. Maar wat het Amerikaanse optreden sinds de Tweede Wereldoorlog altijd heeft gekenmerkt, is de ambitie om toch iets hoger te reiken, om de wereldarena ordelijker en beter te maken. Een ambitie die soms door eigen misstappen werd gefrustreerd, maar die node zal worden gemist in een wereld met zoveel hoogmoedige autocraten op het vinkentouw.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Dit is zijn laatste column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.