' Laatst zaten hier twee kogelgaten in de ruit'

Huisarts Rob Schotsman (50) werkt sinds 1985 in de Indische buurt in Amsterdam. De financiële situatie in de gezondheidszorg en scheldpartijen en intimidaties van patiënten zaten hem al lang dwars....

'Zag je die Marokkaanse mevrouw met dat jongetje die zojuist de spreekkamer uitliep? Het kind had vanmiddag overgegeven op de crèche. Ze heeft hem opgehaald en is rechtstreeks hier naartoe gekomen. ''Dokter, ik ben bang dat hij buikgriep heeft'', zei ze. Voor zover ik kon constateren was er niets aan de hand. Elk kind moet weleens overgeven. En al zou het buikgriep zijn: als zo'n kind niet al te ziek is, kijk je het nog even aan voordat je naar de huisarts stapt. Maar veel mensen van buitenlandse afkomst hebben een andere gezondheidsbeleving. Ze zijn sneller bang. Hoesten vooral ouderen denken nogal eens dat hoesten het begin van het einde is. Autoch to ne Nederlanders redeneren meestal: we hoes t en omdat we verkouden zijn. Het is bij buitenlanders vaak onwetendheid en een soms overdreven angst voor ziekte.

Ze eisen meer van je als arts. Laatst kwam hier een jongen met hoofdpijn die een half jaar geleden ook een keer hoofdpijn had. Hij zei: ''Ik wil een foto van m'n hoofd.'' Hij had zelf de diagnose al gesteld en dacht dat ie een tumor had. Ik heb geprobeerd het een en ander uit te leggen, maar hij wilde per se een foto. Zulke situaties geven vaak conflicten. Als je heel principieel bent en nee zegt, gaan ze naar een andere huisarts. Heel frustrerend is dat.

Houd me ten goede: ik heb een heleboel aardige en lieve patiënten. Ik werk al sinds 1985 in de Indische buurt, waar toen ook al veel mensen van buitenlandse afkomst woonden. Maar de buitenlanders van nu zijn toch een stuk mondiger om het zo maar even te zeggen. Vroeger sprak men de taal wat minder, ik moest elke dag de tolkentelefoon bellen of er kwam een kind mee om te vertalen. Maar het was naar mijn idee wat gemoedelijker, er was meer respect voor je.

Ik ben niet zo'n arts die in een ivoren toren wil zitten, ik praat op normaal niveau met de mensen. Maar als een patiënt zegt: jij moet dit en jij moet dat doen, dat kan gewoon niet. De irritatie en agressie zijn de afgelopen jaren flink toegenomen. En het is allemaal niet gering. Vraag maar aan mijn vrouw die hier als assistente werkt en zodoende de eerste laag krijgt. Haar worden soms woorden als stoephoer of kutwijf naar het hoofd geslingerd, nog los van allerlei bedreigingen.

Ik wil nadrukkelijk onderstrepen: het is een heel kleine groep die het verpest voor al die lieve, aardige, leuke patiënten in de praktijk. Vanochtend bijvoorbeeld komt er een Marokkaanse man op het spreekuur en zegt: ''Dokter, ik heb gehoord dat u een baksteen door de ruit hebt gekregen. Was de dader soms een Marokkaan?'' Ik zei: ''Eerlijk gezegd wel ja.'' Hij antwoordde: ''Ik schaam me voor mijn medelandgenoten.'' Dat was nergens voor nodig en dat heb ik hem ook verteld. Ik heb dan met zo'n man te doen.

Die man van die baksteen was hier geen patiënt en vroeg om medicijnen, waarop ik hem naar het ziekenfonds verwees. Een paar dagen later kwam hij terug en begon ons met de dood te bedreigen. Toen ik hem eindelijk buiten had, vloog er een baksteen door de ruit. Zo'n incident gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Je vraagt je af wanneer je echt een keer aan de beurt bent. Laatst zaten hier 's ochtends twee kogelgaten in de ruit. We weten niet waar ze vandaan kwamen. Mis schien was het toeval, maar toch.

De hele maatschappij is harder geworden, daar heeft het mee te maken. Het is er geleidelijk aan ingeslopen. We hebben te lang gezegd: ach, het komt wel goed. Maar op een gegeven moment is de maat vol en dan word je er toch een beetje door overvallen. Waar om is er elders in Amsterdam een zwembad gesloten, en een bioscoop? Waarom heeft tramlijn 13 problemen? Waarom rijdt die en die bus om? Mijn directe collega's schrokken zich mal toen ik zei dat ik ermee op wilde houden. Dat hadden ze uitgerekend van mij niet verwacht. Maar het was een kwestie van één plus één is drie. Een n- n- n-situatie. Wat voor mij evengoed meespeelde is de financiële kant van dit vak. Kijk, hier heb ik de nota van mijn arbeidsongeschiktheidsverzekering. In 1999 betaalde ik 6000 gulden, vorig jaar 8000 en nu is het plotseling 30.000 gulden, 7000 euro voor een halfjaar. De premie is verhoogd omdat veel collega's met een burn-out zitten. Zover wil ik het niet laten komen, maar ik moet dat geld w l opbrengen.

Ik had het er laatst over met een mevrouw die in het ziekenfonds zit. Ik leg uit: Me vrouw, ik krijg 160 gulden per jaar voor u van het ziekenfonds omdat dit een achter standswijk is. Al komt u elke dag of al kom ik elke dag bij u, ik krijg geen cent meer. Men gelooft dat gewoon niet.

We krijgen sinds vorig jaar wel iets meer, maar het dekt de toegenomen kosten lang niet. Laat ik duidelijk zijn: niet alles is met geld op te lossen. Maar het tekort aan personeel in het ziekenhuis, het verpleeghuis, de thuiszorg en de ggz komen deels op het bordje van de huisartsen. Een paar weken terug komt de echtgenoot van een demente vrouw onverwacht te overlijden. Hij had haar altijd verzorgd. Die vrouw kan niet alleen zijn, maar de verpleeghuizen zitten vol en het ziekenhuis zegt: bekijk het maar, dat is weer een bed bezet voor een aantal maanden. Rampen zijn dat. De overheid doet daar veel te weinig aan. Het lijkt wel of de huisarts alles moet oplossen: een aanpassing voor de woning, een urgentieverklaring, een machtiging voor een rollator, een briefje voor het schoolverzuim, enzovoort. Soms voel ik me net Postbus 51.

Tijdens de artsenopleiding is erin gestampt: niet zeuren, maar werken. Het is toch je roeping?! Toch geven veel collega's me groot gelijk. Eentje vertelde me dat hij ook zou willen ophouden, maar dat kan alleen als hij de staatsloterij wint. Ik krijg veel warme, begripvolle reacties van patiënten. En kelen vroegen: en wij dan? Ik heb ze duidelijk gemaakt dat we niet weggaan voordat er een opvolger is, maar het gaat me wel aan het hart.

Dat we er nu uitstappen is eigenlijk een samenloop van omstandigheden. Ik zei al: één plus één is drie. Sinds jaren gaan we in Frankrijk op vakantie, meestal met de tent. We hadden allang het idee dat we daar ooit wilden gaan wonen, maar veel verder dan het kopen van tijdschriften over huizen in Frankrijk waren we niet.

Vrienden van ons hebben een kasteel in de Auvergne waar ze chambres d'hotes zijn begonnen. We komen daar vaak tijdens vakanties. Als ik daar zie hoe ongedwongen en ontspannen dat leven is met de gasten, vrolijk, gezellig dat trekt ons beiden wel. Van die vrienden hoorden we dat enkele kilometers verderop een huis vrijkwam met een groot stuk grond erbij.

Het is een Ardennen-achtig gebied, maar nog niet zo toeristisch. Vanuit dat huis zie je de Puy de Dome liggen. Waar om zouden we daar geen hotelletje of zo beginnen, zeiden we tegen elkaar.

Het is toeval dat dit uitgerekend nu op ons pad kwam, anders waren we waarschijnlijk over een paar jaar pas gaan zoeken. Door die toestanden in de praktijk is het allemaal veel sneller gegaan.

We zijn nu bezig met dat huis. Wie weet wordt het iets.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden