Laatbloeier met een snelle arm

Wiskundelerares Monique Jansen (32) werpt de discus ver genoeg om naar de Olympische Spelen te mogen. Met een topsportcarrière had ze nooit rekening gehouden.

LISSE - Atletiek: Ter Specke Bokaal


Bijna was ze gezwicht voor de eervolle uitnodiging uit Shanghai. Daar had Monique Jansen zondag haar debuut kunnen maken in de Diamond League, tussen de sterren van de atletiek. Maar tussen droom en daad stonden flinke praktische bezwaren.


De discuswerpster en lerares wis- en scheikunde schetste zaterdag bij de Ter Specke Bokaal in Lisse, waar ze simpel won met een worp van 59.94 meter, hoe haar weekeinde eruit had gezien als ze voor Shanghai had gekozen.


Op vrijdag had ze 10 uur naar China moeten vliegen om op zondag te kunnen werpen. Op zondagavond, meteen na haar optreden, had ze in allerijl moeten terugkeren naar Nederland, zodat ze maandagochtend, dankzij het tijdverschil met China, nog op tijd voor de klas had kunnen staan.


Het idee maakte Jansen (32) al moe. Ze zou gebroken zijn, wist ze. Ze had zaterdag de vlucht van vorige week maandag nauwelijks verteerd. Toen keerde ze terug van een trainingskamp uit Californië, waar ze zich met een afstand van 62.22 meter wist te plaatsen voor de WK en een nominatie verdiende voor de Olympische Spelen van Londen. De dag na terugkeer stond ze op school alweer les te geven.


Ze heeft een druk leven voor een topatlete, weet Jansen. Te druk eigelijk. Maar het kan niet anders. Ze heeft geen zin om op een kamertje te gaan wonen voor de sport. Ze had al een maatschappelijke loopbaan opgebouwd, voordat ze het discuswerpen ontdekte.


Jansen is een laatbloeier. Door toeval kwam ze op haar 21ste in de atletiek terecht, toen ze bij een oefenwedstrijd een natuurtalent bleek te zijn. Ze gooide zonder training 34 meter met de schijf van één kilo. 'Dat is tamelijk goed als je nog nooit een discus hebt aangeraakt.'


Vijf jaar geleden kwam ze terecht bij bondscoach Gert Damkat, de trainer van Rutger Smith en Eric Cadée (die zich in Californië ook plaatsten voor de WK en nomineerden voor de Spelen van Londen). Onder zijn leiding groeide ze uit van een aardige clubwerpster tot een mogelijk lid van de mondiale toptien. 'Toen ik bij Gert ging trainen had ik een persoonlijk record van 51 meter, een record dat al drie jaar oud was. Binnen een jaar had ik 56 meter geworpen. En nu dus 62.'


Bij haar EK-debuut, vorig jaar in Barcelona, werd Jansen negende met 56.29. Ze acht zichzelf tot meer in staat. Ze meet 1.86 meter en haar armen hebben een spanwijdte van 1.87. In vergelijking tot vorig jaar is ze afgevallen: van 112 naar 103 kilo. Daardoor kan ze in de ring sneller draaien en de discus, mits ze de juiste techniek gebruikt, verder werpen. 'Ik denk dat 100 kilo ideaal is.'


Over een modeltechniek beschikt Jansen niet. Wel heeft ze volgens trainer Damkat een 'heel snelle arm'. Dankzij trainingen met Smith en Cadée is ze sterker geworden. Als ze in de nabijheid van de twee krachtpatsers verkeert, kan ze net iets dieper gaan dan wanneer ze alleen met gewichten in de weer is. 'Ik ben qua kracht op het niveau om 64 meter te werpen. Technisch is het nog niet goed genoeg.'


Bij de Olympische Spelen zal Jansen de vierde Nederlandse discuswerpster zijn, na Jacqueline Goormachtigh, Corrie de Bruin en Ria Stalman, de olympisch kampioene van 1984. De prestatie van Stalman is geregeld in verband gebracht met doping, al heeft ze publiekelijk haar onschuld altijd volgehouden. Haar persoonlijke record uit 1984 staat op 71.22. In deze eeuw heeft geen enkele discuswerpster de 70 meter gehaald.


Jansen beseft dat haar discipline berucht is. Ze vindt sommige concurrenten uit het voormalige Oostblok verdacht, al wil ze geen namen noemen. Ze schat dat twee à drie atletes uit de toptien van de wereldranglijst doping gebruiken.


'Bij sommigen zie je het gewoon. En als ze schreeuwen hoor je een heel lage stem. Dat is twijfelachtig. Bij mij stond gisteren nog een dopingcontroleur voor de deur. Wij worden vaak gecontroleerd. In de Oostbloklanden is het gemakkelijker iets uit te halen. Het is niet helemaal eerlijk.'


Jansen accepteert de situatie en probeert te genieten van haar onverwachte sportloopbaan. Normaal gesproken werpt ze als 33-jarige atlete haar laatste wedstrijd bij de Spelen, ook al zou ze in fysiek opzicht nog gemakkelijk vijf jaar door kunnen gaan. 'Stel dat ik in Londen hoog eindig, dan ga ik misschien nog een jaar door. Maar er is ook leven na de atletiek. Ik zou ook nog graag kinderen krijgen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden