'Laat ze aan niemand zien, mama'

Olga Dogaru, de liefhebbende moeder van Radu Dogaru, had snel door dat er iets was met de vreemde schilderijen die zoonlief in de late herfst in paniekerige staat bij haar had ondergebracht, thuis in Carcaliu, aan de Donau in de arme zuidoosthoek van Roemenië. 'Laat ze aan niemand zien, mama', had haar schat Radu tegen haar gezegd.


Toen haar zoon in januari door de Roemeense politie in de boeien werd geslagen, wist Olga Dogaru het zeker: het is goed mis, en het komt door die schilderijen. Op 13 februari werd Radu Dogaru met drie kompanen officieel aangeklaagd voor de roof van zeven werken uit de Rotterdamse kunsthal. Geschatte gezamenlijke waarde: bijna twintig miljoen euro. Enkele dagen later besloot Olga Dogaru het vuur aan te maken in de tegelkachel van haar badkamer. Dat vertelde ze de Roemeense openbare aanklagers gedurende verhoren die dinsdag uitlekten.


Toen de kachel eenmaal goed brandde, was ze volgens eigen zeggen met een spade naar het kerkhof geslopen. Direct na haar zoons arrestatie had Olga Dogaru de schilderijen in een vlaag van paniek begraven in de tuin van haar zus Natasja. Later bedacht ze zich: op een kerkhof ligt alles en iedereen het veiligst. Maar niet heus: nu haar zoon was aangeklaagd, zou de politie overal in Carcaliu komen zoeken.


Twee dikke vuilniszakken haalde Olga Dogaru op het kerkhof uit de grond. Inhoud: twee Monets, een Gauguin, Matisse, Picasso, Lucian Freud en Meyer de Haan. Thuisgekomen gingen ze allemaal de tegelkachel in. 'Alles vatte snel vlam', vertelde zij de aanklagers. 'De volgende dag heb ik zelf de kachel schoongemaakt.'


Wat ze had gedaan was het beste voor haar zoon, geloofde Olga in februari: al het bewijsmateriaal tegen hem was nu vernietigd. Inmiddels weet ze dat die inschatting onjuist was. Als haar bekentenis klopt, hangt haar in Roemenië een gevangenisstraf van twintig jaar boven het hoofd voor destructie van Europees cultureel erfgoed. Om Olga's verhaal te verifiëren, zal een team van experts van het Roemeens Nationaalhistorisch Museum de komende tijd asresten in Carcaliu aan de Donau onder de loep gaan nemen.


Roemeense media gingen gisteren uitgebreid in op Olga Dogaru's uit de hand gelopen moederliefde. Tegen haar aanklagers zei ze: 'Ik betreur dat ik niet vanaf het begin met justitie heb samengewerkt en de schilderijen niet heb teruggegeven toen dat nog mogelijk was.' Zoals een commentator het zei: 'Haar liefde voor haar zoon was sterker dan die voor de schilderkunst en het eigendomsrecht.'


Als verzachtende omstandigheid kan fungeren dat het niet haar persoonlijk initiatief was met schilderijen uit de Kunsthal aan de haal te gaan. De dieven hadden zelf aanvankelijk ook andere plannen. Uit de verhoren blijkt dat Radu Dogaru en zijn collega's Eugen Darie en Adrian Procop van plan waren objecten te ontvreemden uit het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Nadat ze zich bewust waren geworden van het onpraktische karakter van dinosaurusbotten bij een eventueel transport, viel hun oog op een affiche van de Rotterdamse Kunsthal. In de nacht van 15 op 16 oktober haalden Dogaru en Darie daar in minder dan drie minuten zeven schilderijen weg.


De dag erna probeerden ze die in Brussel te slijten aan een tussenpersoon met de bijnaam George Hotu ('George Dief'). Toen ze ontdekten dat de schilderijenroof in de media groot nieuws was, werd in de haast besloten tot een transfer naar Roemenië. Op 19 oktober passeerden de schilderijen ingepakt in kussens bij Nadlac de Hongaars-Roemeense grens, in een auto die bestuurd werd door Eugen Darie. Pogingen de schilderijen in de weken erna te slijten aan Roemeense tussenpersonen, onder hen een vertrouweling van een bekende modeontwerper, mislukten. Na omstreeks een maand realiseerden de daders zich dat de schilderijen te bekend waren om door te verkopen. Radu Dogaru besloot toen de kunstwerken voorlopig onder te brengen bij zijn moeder.


EEN BEROEMDE PICASSO GESTOLEN, EN DAN?


Door Sjors Koevoets


Het is niet ongebruikelijk dat dieven geroofde kunstwerken verbranden of vernietigen. Het verkopen van gestolen kunst is nu eenmaal lastig.


In stukken geknipt


De Fransman Stéphane Breitwieser stal eind jaren negentig maar liefst 239 kunstwerken. Niet om te verkopen, maar voor zijn eigen collectie. Breitwieser was kleptomaan én kunstliefhebber. Toen zijn moeder van zijn arrestatie hoorde, vernielde zij een groot deel van de kunstwerken om het bewijs te vernietigen. Zij knipte de schilderijen in stukken en gooide ze daarna in een afvalcontainer. Werken van middeleeuwse schilders als Pieter Breughel de Jonge gingen voorgoed verloren. Andere kunstobjecten zoals potten, vazen en juwelen gooide ze in een kanaal. Een deel kon van de bodem worden gevist.


In de vuilcontainer


Uit het Musée d'Art Moderne in Parijs werden op 20 mei 2010 vijf schilderijen gestolen, waaronder Duif met groene erwten van Picasso. De dief verklaarde na zijn arrestatie dat hij het werk uit paniek voor een politie-inval in een vuilcontainer had gegooid. De container was al geleegd voordat de Picasso gered kon worden. De Franse politie twijfelt aan het verhaal en denkt dat de dief het schilderij ergens heeft verborgen.


Aangevreten door muizen


Het 17de-eeuwse schilderij De geboorte van Christus met de heilige Laurentius en Franciscus van Assisi van Caravaggio werd in 1969 geroofd uit het Oratorio di San Lorenzo in Palermo. Waarschijnlijk zat de Siciliaanse maffia er achter. In 2009 vertelde een informant aan de Italiaanse politie dat het werk vermoedelijk verloren is gegaan. Nadat het schilderij jaren in een stal had gestaan en was aangevreten door muizen en varkens, was het volgens de informant verbrand. De resten zijn nooit teruggevonden.


Spoorloos


Op 11 april 1934 werden uit de Sint-Baafskathedraal in Gent twee panelen gestolen uit het vijfhonderd jaar oude altaarstuk Het Lam God van de gebroeders Van Eyck. De roof kreeg bekendheid als 'de stoutmoedige diefte'. De ontvoerders probeerden de bisschop van Gent af persen. Een paneel lieten ze opzettelijk terugvinden om hun eis kracht bij te zetten. De kerk en de Belgische overheid weigerden echter met de dieven te onderhandelen. Het tweede paneel, De rechtvaardige rechters, is daarom nog altijd spoorloos. De vermoedelijke dader stierf voordat hij kon worden verhoord. Er duiken nog regelmatig aanwijzingen op over de verblijfplaats van het tweede paneel, maar men vermoedt dat het is vernietigd. In het altaarstuk hangt nu een kopie uit 1559.


DIEFSTAL UIT BRUSSELS MUSEUM


In de nacht van dinsdag op woensdag zijn tien schilderijen gestolen uit het Van Buuren Museum in de Brusselse gemeente Ukkel. Onder de gestolen werken met een geschatte waarde van 1,2 miljoen euro, bevinden zich La penseuse van de Nederlandse schilder Kees van Dongen en Crevettes et coquillages van de Vlaamse kunstenaar James Ensor.


De dieven kwamen binnen door het forceren van een vensterdeur. Het alarm is afgegaan, maar de daders hadden vermoedelijk nog geen twee minuten nodig om de tien kunstwerken te pakken en ermee vandoor te gaan. Opvallend is dat ze de belangrijkste doeken van het museum hebben laten hangen. Vermoed wordt dat de daders zeer gericht en op bestelling te werk zijn gegaan.


Het museum is ondergebracht in de artdecovilla van het Nederlands-Brusselse echtpaar David en Alice van Buuren die een grote kunstcollectie hadden aangelegd en als mecenassen veel 20ste-eeuwse kunstenaars hebben ondersteund, onder wie Gustave Van de Woestyne. De collectie omspant vijf eeuwen schilderkunst, Vlaamse en Italiaanse meesters van de 15de tot de 19de eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden