Lezersbrieven

Laat vluchtelingen iets doen

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 27 februari.

Vluchtelingen uit Afrika en Syrië spelen voetbal met leeftijdsgenoten in Stevensbeek Beeld Guus Dubbelman / De Volkskrant

Laat vluchtelingen iets doen

Wat een mooi stuk over leefbaarheid in Stevensbeek (Ten eerste, 20 februari). Hier wordt goed beschreven dat je ook op een positieve manier naar vluchtelingen kan kijken. Veel vluchtelingen zijn op zoek om iets te kunnen doen. Sport geeft ze deze mogelijkheid en dat is natuurlijk super. Zoals in het artikel staat, je gooit er een bal tussen en ze gaan spelen. Sport verbroedert en verbindt. Nederlandse kinderen, maar ook volwassenen, leren de buitenlandse mensen op een positieve manier kennen en leren dat je niet bang hoeft te zijn voor mensen, die in jouw ogen, anders zijn.

In Arnhem, waar ik woon, organiseert 'Arnhem voor vluchtelingen' allerlei activiteiten voor de vluchtelingen. Er wonen in de Koepelgevangenis in Arnhem vooral alleenstaande mannen, maar ook die vinden het heerlijk om te sporten. Ook op de badmintonclub van mijn vader speelt een Syrische man mee. Hij komt niet één keer per week maar wel vijf keer! Hier kun je wel aan zien dat elk mens iets te doen moet hebben. Daarom vindt ik dus ook dat elk dorp of elke stad plaats moet maken op sport- of muziekverenigingen, zodat elke vluchteling die daar behoefte aan heeft ook echt ergens terecht kan.

Sari van der Meer, 15 jaar, Arnhem

Mijn waardigheid

Ik wil graag reageren op 'Schnabel dwingt mensen buiten de wet te treden' in O&D van 26 februari

In de eerste plaats stoort het mij dat de 'voltooid leven'-aanhangers het altijd hebben over 'waardig sterven' en verder vind ik het niet erg dat mensen die dit zo graag willen, dat eventueel met hulp van anderen op één of andere manier regelen.

Waar ik bang voor ben, is dat dit op een bepaald moment zó waardig, respectabel en gewoon wordt gevonden en ook nog wettelijk geregeld, dat ik, als ik over een paar jaar een hulpbehoevende bejaarde ben geworden, wel zal uitkijken om daarover te klagen. Als het niet meer leuk is, dan stop je er toch mee!

Anneke Klok (70), Bergen

Woordvinding

De documentaire over de Levenseindekliniek heeft veel stof doen opwaaien. Dit geldt met name voor de casus van mevrouw Goudriaan met de diagnose semantische dementie.

Deze vorm van dementie wordt gekenmerkt door een taalstoornis waarbij zowel het begrijpen van woorden als de woordvinding ernstig gestoord is. Er kan ook sprake zijn van perseveratie, dit is het herhalen van steeds dezelfde (typische) woorden. De woorden hebben echter geen betekenis.

In de documentaire zien we dat mevrouw gesproken taal niet begrijpt en veel lege taal gebruikt , waardoor de verbale communicatie ernstig gestoord is. Zowel de echtgenoot als de arts lijken onvoldoende uitgerust om met deze specifieke taalstoornis om te gaan. Zij lijken zich hier echter niet van bewust te zijn, wat hun niet te verwijten valt .

Hierdoor blijft het voor de kijker tot het einde toe onduidelijk of mevrouw echt begrijpt wat er op die bewuste dag, genoteerd in de agenda als 'huppakee, weg', gaat gebeuren.

Dit is volgens mij de crux waarom er zoveel reacties zijn binnengekomen over deze casus. Een logopedist, die specifieke kennis en vaardigheden heeft om een taalstoornis in kaart te brengen en om de omgeving handelingsadviezen te geven, zou misschien in soortgelijke situaties een bijdrage kunnen leveren aan deze voor iedereen zo moeilijke kwestie.

Miriam van der Kleij, logopedist, Amersfoort

Onder archeologen

Tweeduizend middeleeuwse graven worden geruimd bij de Nieuwe Kerk in Delft. Alle stoffelijke resten moeten worden onderzocht en geconserveerd 'op een archeologisch beschaafde manier', in de woorden van Dick Bakkenes, regiobestuurder van de Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie (AWN). (Ten eerste, 24 februari)

Onderzoek van skeletten is een uiterst gespecialiseerde bezigheid . Daar moet je als archeoloog geen mening over willen hebben. Wat ga je onderzoeken, hoeveel, hoe neem je de steekproef, wat wil je weten, wat is belangrijk, wat niet? Ik vraag me af of men in Delft wel een specialist geraadpleegd heeft. Waarom geen second opinion gevraagd aan George Maat of een andere fysisch antropoloog?

Henk Stoepker, archeoloog en archeologisch adviseur, Wijlre (Zuid-Limburg)

Nieuwe kerk in Delft Beeld anp

Hup Nononono

Wat een heerlijke column van Peter de Waard over de 'Kletsende Klasse' (Economie, 24 februari). Hierbij karakteriseert hij het viertal clowneske televisiecelebs Jort Kelder, Maarten van Rossem, Johan Derksen en Peter R. de Vries, dat voor de kijkcijfers elke talkshow met politiek incorrecte opmerkingen moet opjutten, als de Klukkluk, Pipo de Clown en Snuf en Snuitje van de 21ste eeuw.

Jammer dat er voor Pipo's ezel Nononono geen vaste plaats is aan de huidige talkshowtafels. Veel tafelgasten doen de naam van Pipo's trek-/lastdier dagelijks eer aan.

Mario van der Ende, Laren

Wonderlijke studie

In een studie die verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS staan de grootste boosdoeners als het gaat om ongelukken met auto's (Ten eerste, 23 februari). Met ook wonderlijke uitkomsten zoals 'een ander gevaar schuilt in het (...) gedurende langere tijd de blik gericht houden op een object buiten de auto'. Misschien moeten we dan toch maar alle ramen van de auto blinderen.

Fred Kleinveld, Batenburg

Bidden helpt

Max Pam haalt een onderzoek aan (V, 25 februari), waaruit blijkt dat gebed geen of een contraproductief resultaat heeft. Er zijn in medische vakbladen genoeg onderzoeken te vinden die een positief effect van gebed aantonen.

Een voorbeeld: een Amerikaans onderzoek (Archives of Internal Medicine 25 oktober 1999), bij 990 hartpatiënten, toonde een duidelijk gunstiger verloop van de ziekte bij de groep waarvoor gebeden werd, dan bij de controlegroep. De patiënten wisten niet dat er voor hen gebeden werd.

In het door Pam aangehaalde onderzoek van Benson zijn drie groepen: één wist dat er voor hen gebeden werd, één wist het niet en één waarvoor niet gebeden werd. De eerste kreeg het moeilijker, want ze begonnen te tobben over de spirituele aandacht.

Ik denk dat als de groepen verdeeld waren in gelovigen en niet-gelovigen, zou blijken dat gelovigen baat hebben bij gebed; ze bidden zelf ook en waarderen het als er voor hen gebeden wordt.

A. van Daal, Overloon

Verspild geld? Echt niet

In haar column van 20 februari nam Ionica Smeets de toekenning van de NWO Vici-beurzen onder de loep. Ik ga uiteraard het cijferen niet overdoen, maar haar basisgegeven behoeft wel een nuance: er waren 215 vooraanmelders, van wie 122 een uitnodiging kregen een voorstel in te dienen en dat daadwerkelijk deden. 32 onderzoekers kregen de Vici-financiering. Deze senioronderzoekers bouwen met het Vici-geld een eigen onderzoeksgroep op, waardoor 32 onderzoeksgroepen enkele jaren onderzoek kunnen doen.

Ik beaam dat de aanvragers veel aandacht en dus veel tijd besteden aan het formuleren van een onderzoeksvoorstel. En ja, andere wetenschappers besteden veel aandacht aan de beoordeling en selectie van de voorstellen. Het is een zorgvuldige werkwijze, maar ik geloof niet dat het een 'onhandige aanpak' is.

Want ik kan niet genoeg benadrukken dat dit nodig is om tot de best mogelijke selectie te komen. De voorstellen voor onderzoek worden beoordeeld op kwaliteit en op hun vernieuwende karakter, en de onderzoekers onder meer op hun vermogen jongere onderzoekers te coachen. Het gaat dus niet louter om een geldverdelingsmechanisme dat zo efficiënt mogelijk ingericht moet worden, het beoordelingsproces moet ook zijn doel bereiken.

Het is daarom ook niet zozeer de vraag of dit verspilde tijd en geld is van wetenschappers. Wat mij echt dwarszit, is dat NWO niet alle als goed beoordeelde onderzoeksvoorstellen kan financieren met het beschikbare geld. Daar ligt het echte knelpunt.

Jos Engelen, voorzitter algemeen bestuur NWO, Den Haag

Verspild geld? Echt wel

Ionica Smeets berekent dat de Nederlandse samenleving 12 miljoen euro aan arbeidsloon kwijt is voor het uitkiezen van 32 wetenschappelijke onderzoeksvoorstellen voor financiering door een nationaal overheidsfonds. Zij pleit voor betere besteding van die 12 miljoen (Sir Edmund, 20 februari). Decennia geleden waren er ook al bedenkingen over het verspillen van tijd en geld bij het financieren van onderzoek door verschillende fondsen.

Bovendien, hoewel er doorgaans oprechtheid, zorgvuldigheid en transparantie tegenover stond, leken de toewijzingssystemen ook ruimte te bieden voor nepotisme, cliëntelisme, statusjacht, concurrentie, intimidatie, diefstal, lobbyvaardigheid en monopoliedrang, al of niet gevoed door hebzucht, onzekerheid, heerszucht, jaloezie of wraaklust.

Ik draaide ook mee in dit systeem, voor mij als antropologische waarnemer een waar paradijs. Ik zat in thematische en centrale beoordelingscommissies, gaf anonieme beoordelingen, reed naar Haagse fondskantoren en leerde kansrijke onderzoeksvoorstellen schrijven. De moeite zag ik beloond met financieringen van mijn onderzoeksprojecten.

Maar mijn pleidooi bleef om toewijzingssystemen af te schaffen, de kantoren van onderzoekfondsen te sluiten en de beschikbare gelden rechtstreeks, naar rato van de bestaande financiering, aan de universiteiten te geven.

Ik kreeg wel telkens geld voor het verkennen van mogelijkheden tot maatschappelijke herstructurering in de Derde Wereld, maar over een efficiëntere onderzoeksfinanciering in Nederland kon ik beter niet beginnen. Het onderzoeksysteem zat te vast in routines en gevestigde belangen en had te weinig creativiteit en durf om zichzelf te verbeteren.

Dat is misschien nog steeds wel zo.

Peter van der Werff, antropoloog, Amsterdam

Dwing tbs af

Gerard T. is veroordeeld tot 16 jaar cel voor drie verkrachtingen in Utrecht in 1995 en één in 2001. De strafmaat is indrukwekkend, maar het vonnis is tegelijkertijd zeer verontrustend. T. krijgt immers geen psychiatrische behandeling en blijft daardoor onnodig een gevaar voor de maatschappij.

De rechtbank sprak van een gebrek aan geweten bij T. en van een onvoorstelbare bruutheid van de delicten. De wreedheid onderstreept hij nog eens door niets te zeggen tijdens onderzoek in het Pieter Baan Centrum én in de rechtbank. Op geen enkel moment betuigt hij spijt aan zijn slachtoffers.

T. is een typisch voorbeeld van de weigerende observandus, een verdachte die niet meewerkt aan psychiatrisch onderzoek. Het OM en de rechtbank kozen ervoor geen tbs te eisen en op te leggen. In ons rechtssysteem is het echter wel degelijk mogelijk om een niet meewerkende verdachte tbs op te leggen.

Ik vind dit vonnis een dwaling, waarbij de maatschappij in de toekomst onnodig in gevaar wordt gebracht. T. zal na zijn straf onbehandeld terugkeren in de maatschappij.

Verdachten die weigeren mee te werken aan psychiatrisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum zouden tbs opgelegd moeten krijgen ondanks twijfel over hun psychische gesteldheid. Ik zou graag zien dat de wet daarom wordt aangepast zodat in de toekomst een vonnis als bij T. niet meer mogelijk zal zijn.

Machiel Polak, forensisch psychiater en voorzitter raad van bestuur FPC de Kijvelanden, Mijnsheerenland

Medemenselijkheid

Wat een logisch en helder verhaal door de burgemeesters Jan Hamming en Mark Buijs over de opvang van vluchtelingen (Voorpagina, 22 februari). Ieder weldenkend mens zou hiermee moeten kunnen instemmen, zeker de staatssecretaris die hiervoor verantwoordelijk is. Wat staat hoger op de agenda?Afschrikbeleid of medemenselijkheid? In het eerste geval kiest men voor grootschalige opvang, geen onderwijs, geen werk en uitzichtloosheid. In het tweede geval voor het beleid van de burgemeesters, kleinschalig. Ik hoop dat de medemenselijkheid overwint

Gert Hartog, Zaandam

Wie helpt me?

Wouter Beekman en Frederique De-fesche breken in de Volkskrant (O&D, 26 februari) mijns inziens terecht een lans voor de opvatting dat zowel 'beschermwaardigheid van het leven' als 'weloverogen waardige zelfdoding' een visie is die haar bedding in de samenleving heeft en dat daarom beide gerespecteerd moeten worden.

Uit beginsel opgevoed tot zelfredzaamheid, en met twee ouders die over hun dood voor zover mogelijk de regie in eigen vaste hand hielden, zal het wel niemand verbazen dat ik mijzelf reken tot degenen die zelf willen kunnen beslissen over het meest verkieslijke moment van hun eigen dood.

Dit op zichzelf particuliere, d.w.z. wat mij betreft niet per se publiekelijk te delen standpunt kan ik niet achterwege laten nu ik Beekman en Defesche wil melden dat ik niettemin met een mijns inziens filosofisch onoplosbaar probleem zit, waarop ik ook in hun stuk geen antwoord vond.

Ik ben zeer benieuwd naar 'een regeling' die mij in staat stelt mijn leven waardig te beëindigen zonder mijn arts daarmee te belasten en ik zal er zeker gebruik van maken als ik daartoe de kans krijg. Maar ik acht dit strijdig met mijn andere wens: hiervoor niemand te hoeven lastigvallen. Een principieel verschil tussen een moedige arts die ik niet graag zou belasten enerzijds en de 'moedige naasten en hulpverleners' van Beekman en Defesche door wie ik mij dan wél laat helpen, bestaat volgens mij niet.

Zelfs al zou ik 'de pil van Drion' uit een automaat kunnen halen, dan nog is er eerst 'iemand' mee belast geweest om die erin te doen. Kortom 100 procent zelfbeschikking anders dan door zelfmoord, is onmogelijk. Hier ben ik voorlopig dus nog niet uit en ik houd me aanbevolen voor wie dat wel is.

Wouter van Oorschot, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden