Laat verbod op asbest zal tot ver in 21ste eeuw tol eisen

De Nederlandse volksgezondheid zal in de toekomst de hoge tol moeten betalen voor de eens zo bejubelde toepassing van asbest....

Van onze correspondent

De schadeclaims die aan deze groep zal worden uitgekeerd, gaat de overheid en het bedrijfsleven ongeveer vier miljard gulden kosten. Het kabinet heeft zich er vrijdag over uitgesproken hoe de overheid met de duizenden slachtoffers en nabestaanden moet omgaan. Er komt een asbestfonds, een speciaal instituut om de slachtoffers juridisch bij te staan en ook gaat de verjaringstermijn van dertig jaar, waarbinnen schadeclaims kunnen worden ingediend, op de helling.

Het kabinet heeft zich met deze maatregelen aansprakelijk willen stellen. De overheid heeft de afgelopen decennia een tamelijk halfslachtig beleid gevoerd. Waarschuwingen uit de medische wetenschap werden stelselmatig genegeerd.

Pas in 1993 werd het gebruik van asbest officieel verboden in Nederland. Duizenden dodelijke slachtoffers waren toen al gevallen, hoofdzakelijk werknemers die sinds de jaren vijftig veelvuldig met asbest in aanraking zijn gekomen. Nederland liep in Europa nog voorop met het verbod - samen met Denemarken en Italië. Toch kwam het verbod, gezien de talloze wetenschappelijke publicaties waarin al decennia lang op de dodelijke risico's van asbest werd gewezen, nog rijkelijk laat.

Begin jaren twintig wordt asbestose, een vorm van stoflongen, voor het eerst in de medische vakliteratuur alarmerend beschreven. Dat het inademen van de microscopisch kleine asbestvezeltjes ook longkanker kan veroorzaken, raakt eind jaren dertig bekend. Longkanker door blootstelling aan asbest wordt in 1955 definitief bevestigd in een baanbrekend Engels onderzoek.

Maar maatregelen blijven uit. Asbest is een ideaal isolatie- en bouwmateriaal, brandwerend, onverwoestbaar en bovenal goedkoop: mooi meegenomen bij de wederopbouw van Nederland. Het advies van de Arbeidsinspectie in 1966 van een 'rigoureuze bestrijding van ontstaan en verspreiding van asbeststof' wordt dan ook genegeerd.

In de jaren zestig wordt er nog een derde asbestziekte vastgesteld: mesothelioom, een vorm van long- en buikvlieskanker die verantwoordelijk is voor de helft van het toekomstig aantal asbestdoden. 90 Procent van de patiënten sterft binnen twee jaar.

In 1969 ontstaat in Nederland commotie als bij 22 werknemers van scheepswerf De Schelde in Vlissingen de ziekte is vastgesteld. Op scheepswerven is traditioneel veel met asbest gewerkt.

De toenmalige minister van Sociale Zaken Roolvink bagatelliseert het gevaar. 'De relatie tussen de hoeveelheid ingeademd asbest en het op de lange duur ontstaan van mesothelioom is onvoldoende bekend om daarop beleid te baseren', zegt Roolvink in de Tweede Kamer. Intussen sterven er in die tijd honderd mensen per jaar aan mesothelioom.

Volgens Roolvink en zijn latere opvolgers verschilden wetenschappers van mening over het oorzakelijk verband tussen asbest en mesothelioom. Dat is ver bezijden de waarheid. Waar de wetenschap dan nog geen duidelijkheid over heeft, is de hoeveelheid asbest die iemand moet inademen om onherstelbare schade op te lopen. Op de eerste internationale Asbestconferentie in 1964 is bovendien reeds alle twijfel weggenomen over dodelijke risico's van het inademen van blauwe asbest (crocidoliet). Maar een verbod op het gebruik van deze asbestsoort komt er pas met het Asbestbesluit uit 1977.

Dit besluit komt uiterst moeizaam tot stand, net als het definitieve verbod van 1993. De werkgelegenheid in de asbestproducerende en -verwerkende industrie (in de jaren zeventig goed voor zesduizend banen) prevaleert boven de gezondheidsrisico's. Veiligheidsvoorschriften worden getorpedeerd door de lobby van de asbestindustrie en de nutsbedrijven met hun duizenden kilometers asbesthoudende leidingen. Als in 1976 een veilige luchtnormering voor asbest moet worden vastgesteld, komt de regering dan ook uit op een 'zo laag mogelijke waarde als economisch nog verantwoord is'.

In het eerste Asbestbesluit kunnen bedrijven die met asbest willen blijven werken eenvoudig een ontheffing krijgen. In 1979 en 1980 mogen bijvoorbeeld 240 bedrijven doorgaan met het gebruiken en verwerken van het levensgevaarlijke blauwe asbest. Ook op de scheepswerven en in de bouw blijven de werknemers onbeschermd met asbest werken. De vakbeweging, met name de FNV, komt in het geweer als in 1980 wetenschappelijk komt vast te staan dat ook het inademen van de geringste hoeveelheid asbest al levensgevaarlijk kan zijn.

De FNV eist een algeheel verbod, maar in de Tweede Kamer is daar pas in 1989 een meerderheid voor te vinden. Werkgelegenheid en financiën blijven de discussie in parlement en kabinet domineren. Een plotselinge overschakeling van asbest op ander materiaal kost het bedrijfsleven miljoenen guldens en in sommige sectoren ook banen.

Schadeclaims van asbestslachtoffers worden na een arrest uit 1990 van de Hoge Raad en masse toegewezen, gemiddeld honderdduizend gulden per claim. Rechtbanken wijzen smartegeld toe, nadat de Hoge Raad had bepaald dat het bedrijfsleven en de overheid uit wetenschappelijke literatuur hadden kunnen opmaken dat werken met asbest levensgevaarlijk was.

In Den Haag vormen de uitspraken van de Hoge Raad de laatste aanzet om tot een algeheel verbod te komen. Langer uitstel zou de Nederlandse gemeenschap nog wel eens meer geld hebben kunnen gaan kosten. Duur wordt het sowieso. Aan alleen al de 40 duizend asbestdoden in de komende 35 jaar is de overheid en het bedrijfsleven al zo'n vier miljard gulden kwijt (uitgaande van een gemiddelde schadevergoeding van honderdduizend gulden). Daarbij is het immateriële leed voor slachtoffers en nabestaanden nog buiten beschouwing gelaten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden