Laat scholen kiezen tussen filosofie of maatschappijleer

De pleidooien voor opneming van het vak filosofie in het voortgezet onderwijs blinken niet uit door zorgvuldigheid, meent Ursie Lambrechts....

URSIE LAMBRECHTS

DE OPROEP van het Kamerlid Rabbae (GroenLinks) om filosofie toch vooral op te nemen als vak in het voortgezet onderwijs (Forum, 28 november) doet merkwaardig aan. Wie niet beter weet, zou denken dat Rabbae voor het eerst met deze zaak wordt geconfronteerd.

Net als de rest van de Kamer heeft hij echter volop de gelegenheid gekregen om zijn standpunt te ventileren. Eerst in een overleg met staatssecretaris Netelenbos en later nog eens naar aanleiding van een hoogst ongebruikelijke brief van haar waarin alle fracties gevraagd wordt of zij inmiddels van gedachten zijn veranderd over de positie van filosofie in het voortgezet onderwijs en dat 'per ommegaande te laten weten'. Voor zover mij bekend, heeft Rabbae noch op het een, noch op het ander gereageerd.

In diverse andere dag- en weekbladen hebben prominente Nederlanders een soortgelijk pleidooi gehouden als Rabbae. Helaas blinken de meeste betogen niet uit door zorgvuldigheid.

Allereerst blijken er misverstanden te bestaan over de inrichting van het toekomstige voortgezet onderwijs. De tweede fase bestaat uit drie lagen. Alle leerlingen volgen de vakken van het gemeenschappelijk deel. Daarnaast kiezen ze een van de vier 'doorstroomprofielen', met daarin vier of vijf verplichte vakken. En tot slot kiezen ze uit een aantal keuzevakken in de zogenoemde vrije ruimte. Het is dus niet zo dat, zoals Rabbae suggereert, alleen de vakken van het doorstroomprofiel er toe doen.

De filosofen hebben van de stuurgroep tweede fase een plaats in het gemeenschappelijke deel aangeboden gekregen, maar kunnen daar door gebrek aan bevoegde leerkrachten niet aan voldoen. Nu lobbyen zij om filosofie op te laten nemen in een van de vier profielen en wel ten koste van culturele en kunstzinnige vorming, terwijl dit nu juist een kernvak is binnen het profiel 'cultuur en maatschappij'.

Ten tweede wordt onrecht gedaan aan cultuur en kunstzinnige vorming.

Het is een vak dat berust op een traditie van meer dan honderd jaar tekenonderwijs. Tekenen werd eind vorige eeuw ingevoerd op de middelbare scholen in een poging om de achterstand in industriële vormgeving in te halen die Nederland had op andere landen en die pijnlijk duidelijk was geworden op diverse wereldtentoonstellingen. Bestond het vak aanvankelijk alleen uit tekenen, in de afgelopen twintig jaar heeft het zich ontwikkeld tot een volwaardig eindexamenvak.

Kunst vormt weliswaar het uitgangspunt, maar wordt wel degelijk in de politieke, literaire en maatschappelijke context geplaatst waarin het tot stand is gekomen. Het zwaartepunt bij kunstzinnige vorming zal dan ook op de theorie komen te liggen. Vanzelfsprekend zullen cultuurfilosofie en esthetica daarvan onderdeel uitmaken.

Ten derde spreekt Rabbae over 'het oorspronkelijke voorstel' van Netelenbos om filosofie als kernvak op te nemen in het profiel 'cultuur en maatschappij'. Dit is een onjuiste voorstelling van zaken. In de Nota Tweede Fase, vorig jaar door beide Kamers geaccepteerd, staat dat kunstzinnige vorming een kernvak moet worden binnen het profiel 'cultuur en maatschappij'.

Begin juni van dit jaar stelde de staatssecretaris dat het vak in dat profiel vervangen zou worden door filosofie. De Tweede Kamer heeft deze eigenhandige actie van Netelenbos echter afgewezen en nogmaals benadrukt dat kunstzinnige vorming kernvak moet blijven in het profiel 'cultuur en maatschappij', zoals vanaf het begin af aan de bedoeling is geweest.

Tot slot is het niet zo dat, als filosofie geen plaats krijgt in 'cultuur en maatschappij', het helemaal niet in tweede fase aan de orde kan komen. De onderwijscommissie van de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris geadviseerd om filosofie als keuzevak op te nemen in de vrije ruimte.

Als filosofie voor het leven van alle leerlingen en voor hun verdere loopbaan in het onderwijs inderdaad zo onmisbaar is als Rabbae en anderen beweren, dan moet het voor hen toch onbevredigend zijn als het vak in slechts een van de vier profielen een plaats krijgt. Plaatsing van filosofie als volwaardig eindexamenvak in de vrije ruimte biedt dan meer perspectief omdat het zo binnen het bereik komt van alle leerlingen.

Ik kan me echter de angst bij filosofen wel voorstellen dat scholen, die nu nog filosofie aanbieden, dat vak als eerste zullen laten vallen als het niet een gemeenschappeliJk vak of profielvak is. Ook de leraren maatschappijleer hebben deze angst voor hun vak.

Ik stel daarom het volgende voor: laten we het zo regelen dat elke school in de vrije ruimte ten minste een van beide vakken, filosofie of maatschappijleer, aanbiedt. Een dergelijke variant komt zowel tegemoet aan de praktische mogelijkheden van de filosofen als aan de wens van velen om de vakken filosofie en maatschappijleer een ontwikkelingskans te bieden in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Ursie Lambrechts is lid van de Tweede Kamer voor D66.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden