Laat ons een kaarsje aansteken voor morsige Verlaine

Voor de morsige dichter was het 'elke dag Oud- en Nieuwjaar', las Arjan Peters. Zijn laatste verzen zingen nog steeds.

Beeld Lisa Klaverstijn & Marie Wanders

Dit speelde in de laatste maanden van 1895 te Parijs. De 51-jarige dichter Paul Verlaine, beroemd maar al vroeg verloederd, kwam bij de boekenstalletjes aan de Seine de bibliofiel Pierre Dauze tegen. Op diens verzoek zegde hij hem een reeks sonnetten toe met als thema Het Boek. Tien francs per gedicht zou hij krijgen.

In de rue Descartes 39, waar Verlaine woonde met zijn maîtresse Eugénie Krantz, sleepte de gesloopte poëet er bij het licht van een petroleumlamp nog dertien sonnetten uit, met koortsige ogen en eeuwige dorst.

De zogeheten Biblio-sonnetten van Paul Verlaine zouden in 1913 pas in een uitgave van 131 exquise exemplaren het licht zien. Weinig over geschreven. Daarom alleen al is de eerste Nederlandse vertaling, van Martin Hulsenboom, die ruim honderd jaar later in 500 exemplaren verschijnt, een fijn geschenk, mét een leeslint en een in- en uitleiding vol details waarvan de schoonheid schrijnt (Stichting Cultureel Brabant; euro 29).

De jaarwisseling nadert, liet Verlaine aan zijn opdrachtgever weten toen hij op 18 december 1895 weer twee sonnetten stuurde, dus of het honorarium misschien snel kon komen.

En hij voegde eraan toe: 'Voor mij is het trouwens elke dag Oud- en Nieuwjaar...'

Talloos waren de kwalen waaraan hij leed, en toen Jules Renard hem over straat zag strompelen, omgeven door een walm van het gifgroene goedje absint, noemde hij Verlaine in zijn dagboek 'een morsige Socrates'.

Na sonnet 13 legde de dichter het loodje. De verzen handelen over rijke verzamelaars en kostbare banden. 'De bibliofiel ontvangt zijn post! In euforie,/ Zelfs vóór hij tast naar kennelijk intieme brieven,/ Werpt hij zich onverwijld op de Catalogi', dichtte de man die zelf niet meer dan een schamel plankje met afgeragde exemplaren over had gehouden, en wiens erfenis zou bestaan uit zes pijpen, twee binocles, een hoed, een paar schoenen en een katoenen muts.

Op 8 januari 1896 blaast God zijn lampje uit. Vele vrienden en bekenden brengen het lijk een laatste groet. Op de trap naar de kamer vindt zelfs een handgemeen plaats, als Eugénie aan de nieuwsgierige journalist Maurice Feuillet 5 francs entreegeld vraagt, 'pour voir Verlaine mort'.

Kaarsen rond de kist, de kamer een chapelle ardente. Laat ons nu, 121 jaar later, alsnog een kaarsje aansteken voor Paul Verlaine. Ook toen hij een ruïne was, bleven zijn verzen zingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden