Laat nationale blik varen

Gisteren en vandaag vindt de 11e Nederlands-Duitse conferentie plaats. Thema is het stormachtige klimaat waarin de partijendemocratie in beide landen beland is geraakt. Kiezers zijn op drift geraakt en het vormen van een stabiele regering wordt een steeds ingewikkelder aangelegenheid. De dialoog over de grens is juist nu van groot belang. We kampen in Europa met dezelfde economische, maatschappelijke en ecologische vraagstukken en uitdagingen, die om een gemeenschappelijke aanpak roepen. De komende tijd moet blijken of we uit onze nationale schulp zullen kruipen en we ook in het politieke debat de neiging tot afscherming - die we terug zien in het integratiedebat en een afkeren van Europa -, zullen laten varen.

Bernard Wientjes en Rita Süssmuth

De hoop dat het nationale pad de veiligste weg is naar een zekere toekomst, is net zo ijdel als de hoop dat de storm overwaait. Samenwerking in Europa biedt meer perspectief.


Maar er is ook twijfel. Europa was het succesvolle antwoord op historische problemen, maar biedt Europa ook de oplossing voor mondiale problemen die zich steeds nadrukkelijker aanbieden?


In ieder geval kunnen globale vraagstukken zoals de wereldschaarste aan water, voedsel, energie niet effectief door de afzonderlijke landen aangepakt worden. Het zijn wel sectoren waar Nederland en Duitsland goed in zijn en waar we in Europees verband een belangrijke bijdrage aan kunnen leveren.


Maar zijn we daar ook klaar voor?


In principe hebben Nederland en Duitsland een uitstekende uitgangspositie om de toekomst met vertrouwen in te gaan: we beschikken over een goede infrastructuur, over uitstekend onderwijssysteem en onderzoek en techniek staan op hoog niveau. En ondanks de stormachtige tijden is sprake van grote stabiliteit en wereldopenheid. Toch lijkt het erop dat de politiek zich meer en meer verliest in provinciaalse kwesties. Natuurlijk, integratie van allochtonen is een belangrijk issue, maar niet het enige. De politieke en maatschappelijke aandacht moet weer meer in balans worden gebracht met de ambities voor de toekomst van een globaliserende wereld. Een echte kenniseconomie vereist niet alleen nationale investeringen in onderwijs en onderzoek, maar ook internationale samenwerking. En een goede afstemming tussen beroepsbevolking en arbeidsmarkt kan ook niet zonder open grenzen. Hetzelfde geldt voor onze infrastructuur. Om een optimaal investeringsklimaat te creëren moeten we de Nederlandse en Duitse infrastructuur het liefst als één geïntegreerde infrastructuur beschouwen.


Eigenlijk zijn dit thema's voor Europa, maar de grote verschillen tussen de lidstaten en regio's en de tanende liefde voor het Europese project, leiden ertoe dat pogingen om de EU als geheel fit voor de volgende globaliseringsgolf te maken soms te traag en te halfslachtig zijn. Mooie voornemens worden niet altijd gevolgd door effectief beleid. Dat is een realiteit die we kunnen betreuren maar waarmee we wel te leven hebben. Samenwerking in Europa hoeft echter niet alleen op een Europa-wijd niveau plaats te vinden. Specifieke regio's hebben specifieke belangen en uitdagingen. De noordwesthoek van Europa waartoe Nederland en Duitsland behoren is zo'n regio waarin economie en infrastructuur zo vervlochten zijn, dat het artificieel is om met een strikt nationale blik te kijken. Slechts één voorbeeld van de omvang van de handel. De export naar China mag het afgelopen decennium dan wel vertienvoudigd zijn, maar in absolute cijfers is de groei van de export naar Duitsland tien keer groter geweest. De economische globalisering verloopt voor Nederland voor een belangrijk deel via Duitsland.


Daarom is bilaterale samenwerking zo belangrijk, en juist tussen twee zo gelijkgezinde landen als Duitsland en Nederland voor de hand liggend. Wanneer Europa door een koele bries niet voldoende vaart kan maken, moeten landen als Duitsland en Nederland samen het voortouw nemen om de richting in Europa aan te geven en tempo te maken. Maar intensievere samenwerking betekent ook een permanente dialoog om de ontwikkelingen aan beide zijden van de grens beter te begrijpen. Daaruit ontstaan nieuwe gemeenschappelijke initiatieven en een nieuw elan. De grensoverschrijdende dialoog bevrijdt ons van nationale preoccupaties waarin we te vaak gevangen zitten. De ramen moeten weer open.


Bernard WientjesRita Süssmuth

De auteurs zijn voorzitter van de stuurgroep van de Nederlands-Duitse conferentie. Hun betoog: Nederland en Duitsland moeten niet wachten op de EU, maar kunnen samen het heft in handen nemen en tempo maken.


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden