Laat miljoenen Rode Boekjes bloeien

De Volksrepubliek China is zojuist een halve eeuw oud geworden. Maar het beeld van miljoenen geestdriftige Chinezen, uitgedost met Mao-buttons en zwaaiend met Mao's Rode Boekje, is tekenend voor de jaren zestig....

SOLDATEN troffen beter, chirurgen sneden efficiënter, boeren ploegden enthousiaster en vrouwen bevielen gemakkelijker met behulp van Mao's diepzinnige gedachten. Dat werd niet met zoveel woorden gezegd, maar het was wél de officiële partijlijn. De ideeën van de Grote Roerganger stonden in een klein, rood boekje dat iedere rechtgeaarde Chinees dag en nacht bij zich hoorde te dragen.

Het idee voor dit Rode Boekje dateerde uit 1964, juist in een tijd dat de spanningen tussen China en de Sovjet-Unie bijna op een oorlog uitliepen. Lin Biao, minister van Defensie, bedacht het concept als onderdeel van een reorganisatie van het leger. Hij liet de Algemene Politieke Afdeling van het Volksbevrijdingsleger een aantal passende citaten uit Mao's geschriften bundelen in een handzaam formaat met een rood plastic kaft, zodat het in een uniformzak paste en na herhaalde lezing niet uit elkaar viel.

Het Rode Boekje was aanvankelijk bedoeld als een soort politiek 'Handboek soldaat', maar zou uitgroeien tot ideologische leidraad voor het hele volk. Het Chinese leger was niet alleen een militaire machine, maar een communistische leerschool waar het hele volk uiteindelijk profijt van moest trekken. Het revolutionaire geschrift moest tevens Mao's imago oppoetsen, dat na de mislukte Grote Sprong Voorwaarts een gevoelige deuk had opgelopen.

De eerste druk verscheen in mei 1964. Voorin een portretfoto van de minzaam glimlachende auteur en een voorwoord met een ondubbelzinnige aansporing van Lin Biao: 'Bestudeer de geschriften van voorzitter Mao, gehoorzaam de woorden van voorzitter Mao en handel volgens de aanwijzingen van voorzitter Mao.' Binnen twee jaar drukten de persen van het Chinese propaganda-apparaat 740 miljoen exemplaren, 40 miljoen meer dan het toenmalige aantal Chinezen.

De citaten waren verdeeld over 33 onderwerpen, beginnend bij de communistische partij, klassen en klassenstrijd en eindigend bij studie, tezamen goed voor 427 uitspraken. 'Om zich het marxisme werkelijk eigen te kunnen maken, moet men het niet alleen uit boeken leren, maar ook en vooral door klassenstrijd, door praktisch werk en door toenadering tot de massa van arbeiders en boeren', waarschuwde het laatste advies. De samenstellers hadden de werken van hun leidsman van A tot Z doorgenomen. Sommige uitspraken waren van vrij recente datum, maar andere dateerden van ver voor de Tweede Wereldoorlog.

Dat een groot deel van de Chinese bevolking analfabeet was, maakte niet uit. In kleine groepjes werd onderricht gegeven om de gedachtewereld van de Grote Roerganger ook voor de ongeletterden toegankelijk te maken. Het Rode Boekje werd een vast onderdeel van de Mao-cultus. Miljoenen Chinezen begonnen en eindigden de dag met het gezamenlijk lezen van de uitspraken van de Voorzitter.

Een bijkomend gevolg van de publicatie was dat Mao ook bekender werd in de rest van de wereld. De uitbundige persoonsverheerlijking trok vooral de aandacht van links georiënteerde jongeren in het Westen. Eind 1966 kwam Wim van Beusekom, redacteur bij uitgeverij Bruna, op het idee het Rode Boekje in Nederlandse vertaling uit te geven. Bruna-directeur Piet Hagers zocht contact met het Sinologisch Instituut in Leiden, waar Cornelis Schepel werd aangezocht voor de vertaling. Hoewel officieel geen toestemming voor de vertaling was vereist, omdat de Volksrepubliek China niet aangesloten was bij enige internationale auteursrechtenconventie, zocht Hagers toch contact met de Chinese ambassade. Want Schepel was van de Chinezen afhankelijk voor zijn visa en wilde de autoriteiten niet tegen zich in het harnas jagen.

Men koos de weg van de glimlach. Bruna wilde het boekje absoluut niet in de oorspronkelijke vorm uitbrengen, om elke politieke implicatie te voorkomen. Maar de Chinese ambassade was niet erg toeschietelijk bij het idee dat de uitspraken van hun beminde leider in de met name door detectives populair geworden Zwarte-Beertjesreeks zouden verschijnen.

Hagers werd door de Chinese diplomaten ontvangen in een immens vertrek van de ambassade in Den Haag, met veel rood pluche en muren die rijkelijk van Chinese karakters waren voorzien en die ongetwijfeld de zegeningen van de rode revolutie uitdrukten. 'In totaal heb ik in dat vertrek drie sessies van vele uren doorstaan, met veel geginnegap, veel bleke thee en veel hooiachtige sigaretten, voor ik me - net bijtijds - van hun chicanes en vertragingstactiek heb weten te bevrijden', herinnerde de uitgever zich later.

DE CHINEZEN wilden een editie die als twee druppels water leek op hun eigen uitgave, compleet met vloeipapiertje over Mao's portret. Als vertaler wilden ze per se een 'maoïstisch denker'. Hun keus viel uitgerekend op de sinoloog-diplomaat Robert van Gulik, schrijver van de populaire reeks Rechter Tie. Hagers moest alle zeilen bijzetten om de Chinezen ervan te overtuigen dat Schepel een verantwoorde keus was.

Het was een taaie klus. Schepel probeerde niet zozeer vloeiend Nederlands van de tekst te maken, maar hij hield vast aan het staccato van het Chinese origineel. 'Deze citaten zijn niet bedoeld als bellettrie, maar als leerstellingen en motto's die men - ieder voor zich, maar vooral in groepsverband - leest, voorleest en creatief bestudeert en toepast', schreef hij in de inleiding. In 1967 lag het Rode Boekje als Zwart Beertje nummer 1090 in de boekwinkels.

Het werkje vond zonder moeite zijn weg naar een Nederlands lezerspubliek. Piet Hagers meent dat de oplage rond de 150 duizend stuks moet hebben gelegen. In België verscheen vrijwel tezelfdertijd een uitgave, uit het Engels vertaald. Deze uitgave verscheen wél met de goedkeuring van Peking. Dat leek een detail, maar in sommige linkse kringen luisterde dat zeer nauw. Zo adverteerde het Nederlands marxistisch-leninistische maandblad De Rode Tribune alleen met de Belgische editie onder zijn aanhang.

Naast de inhoudelijke kant miste ook de revolutionaire vormgeving van het boekje zijn uitwerking niet. Schepels vertaling gaf het startsein voor een ware hausse in 'rode boekjes'. In 1968 verscheen, eveneens bij Bruna, en nu wél in de oorspronkelijke vorm omdat het een overduidelijke pastiche was, Het rode boekje van Wandelganger, pseudoniem van Henry Faas, parlementair redacteur van de Volkskrant. Opland verzorgde de illustraties. Faas vond dat we eigenlijk toch niets met Mao te maken hadden. 'Mao immers staat nog in het tijdperk van het brengen van zekerheden aan een menigte die behoefte heeft aan leiding', schreef hij. 'Zijn uitspraken doen vaak encycliekerig aan. Dit boekje komt echter uit een wereld van twijfelende mensen; van mensen, die veel fouten maken, van zeer menselijke mensen dus. Het komt uit een de-Mao-cratie'.

In 1970 volgde bij Bruna Het rode boekje voor scholieren van de werkgroep 'kritische leraren', die daarmee de onmondige scholier een wapen in hand gaven om de strijd op school te beginnen. De hoofdstukken over seks, drugs en militaire dienst riepen veel verontwaardigde reacties op. Boer Koekoek stelde op hoge toon vragen in de Tweede Kamer en Elsevier-hoofdredacteur Lunshof maakte meteen daarop Het groene boekje als 'nuchter protest tegen het Rode Boekje'.

In België werd het Rode boekje voor scholieren verboden en alle inmiddels verspreide exemplaren werden in beslag genomen. Als de Belgische jeugd de ideeën zou overnemen, kon dat wel eens betekenen dat België binnen enkele jaren een onderontwikkeld land zou worden, vreesde minister van Justitie Vranckx. De Nederlandse Bond voor Dienstplichtigen gaf in 1971 bij uitgeverij Van Gennep Het rode boekje voor soldaten uit, waarin de tactiek van het actievoeren in het leger uit de doeken werd gedaan.

Hoe verging het Mao's eigen uitgave in China? Eind jaren zeventig, lang na de Mao-verering, lagen eindeloze stapels onverkochte rode boekjes en ander werk van de Voorzitter opgeslagen in een gebouw dat in de volksmond 'Bawanba' werd genoemd, wat zoveel betekende als 88 duizend, gelijk aan het aantal vierkante meters van de opslagruimte. Hier lagen rijen boeken te wachten op lezers die nooit zouden komen. De markt was meer dan verzadigd.

In 1979 verbood het departement voor Centrale Propaganda nog langer exemplaren van het Rode Boekje te verkopen. Alle overgebleven exemplaren moesten tot pulp worden vermalen. Alleen de Selected Works of Mao Zedong konden nog geleverd worden. Inmiddels kwam in de jaren negentig een tweede, kleinere Mao-cultus op gang en verscheen een herziene versie van de Selected Works, die in januari 1992 al een oplage van 10 miljoen had bereikt.

Maar ook het oorspronkelijke Rode Boekje is nog niet dood. Onlangs kondigde China aan Het Rode Boekje op cd-rom uit te brengen, samen met film-, radio- en tv-fragmenten van de Grote Roerganger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden