Laat migratiebeleid geen proeftuin worden voor nieuwe technologie

Te veel vertrouwen in de systemen waarmee migranten worden gescreend, is menselijk en politiek gevaarlijk, vinden Albert Meijer en Huub Dijstelbloem..

De staatssecretaris van Justitie werkt aan de modernisering van het migratiebeleid. Daarbij is de doelstelling dat het beleid niet alleen restrictief, maar ook selectief zal zijn. Met andere woorden: niet alleen wordt het moeilijker om als migrant Nederland binnen te komen, de overheid gaat ook scherper letten op wie er binnenkomt en of de migranten wel een gewenste aanvulling vormen op de samenleving. Om deze politieke doelen in de weerbarstige werkelijkheid te bereiken, wordt steeds vaker een beroep gedaan op technologie.

Veel van die verfijnde technologische toepassingen maken subtiel gebruik van de informatie die het lichaam van mensen kan bieden. Zo worden minderjarige asielzoekers onderworpen aan botanalyses waarmee hun leeftijd kan worden vastgesteld. Dna-tests kunnen uitsluitsel geven over de familierelatie wanneer migranten voor gezinshereniging in aanmerking willen komen. In het Europese Visum Informatie Systeem (VIS) kunnen straks de biometrische gegevens van 70 miljoen mensen worden opgeslagen. Voor veel andere migranten begint de reis al in het land van herkomst met een inburgeringsexamen met behulp van spraaktechnologie, computer en telefoon.

Het gevolg: het lichaam van migranten gaat als een leugendetector fungeren. De EU heeft de binnengrenzen opgeheven, maar aan de buitenkant verrijst een nieuwe technologische grens, die nog vele vragen oproept.

Zo is de betrouwbaarheid van veel technologie niet evident. Experts verschillen van mening over de betrouwbaarheid van het botonderzoek met röntgentechnologie op minderjarige asielzoekers. Het gebruik van MRI-scans in plaats van röntgenfoto’s levert veel betrouwbaarder resultaten op. Dat voorkomt ook dat minderjarigen zonder medische aanleiding worden blootgesteld aan röntgenstralen. Maar deze technologie is aanzienlijk duurder in aanschaf en gebruik; waarschijnlijk de reden dat deze aanpassing nog niet wordt overwogen.

De spraakherkenningstechnologie die in het buitenland wordt ingezet om het inburgeringsexamen af te nemen, wordt gebruikt voor een toepassing waarvan voor de gebruiker veel afhangt. Terwijl het de vraag is of de technologie daar klaar voor is. Ook biometrie is niet onfeilbaar: iedere vorm van identificatie is fundamenteel instabiel. Zo worden in het Schengen Informatie Systeem (SIS) de persoonsgegevens niet altijd binnen de wettelijke termijnen of voorwaarden verwijderd, met onterechte afwijzingen als gevolg.

Hoe effectief de technologie is, is ook verre van helder. Duidelijke cijfers en evaluaties ontbreken. Zo wordt momenteel gewerkt aan de opvolger van het SIS zonder dat het systeem van nu afdoende is geëvalueerd. Bovendien speelt het risico van verschuivende doelstellingen, zoals bij het inburgeringsexamen. Dit maakt formeel deel uit van het integratiebeleid. In politieke zin vormt het echter gaandeweg onderdeel van het migratiebeleid. Daarin fungeert het als een middel om de migratie moeilijker en selectiever te maken door het vereiste taalniveau aan te passen naar boven.

Nog een probleem is het gevaar van stigmatisering. Uitsluiting van migranten op basis van ras, huidskleur, etnische of sociale achtergrond of godsdienst is uiteraard verboden. Databases en het gebruik van biometrie maken het steeds beter mogelijk personen op basis van die kenmerken te onderscheiden, waardoor vormen van ‘categorische surveillance’ kunnen ontstaan die leiden tot discriminatie van migranten. De correctie- en beroepsmogelijkheden zijn voor hen echter beperkt.

Een terugkerend probleem is de ondoorzichtigheid van de technologische systemen. Voorbeelden zijn de ‘beslisbomen’ die medewerkers van de IND gebruiken bij besluiten over een asielaanvraag, en de informatiesystemen die de IND hanteert om het vluchtverhaal van een asielzoeker te verifiëren. Geautomatiseerde besluitvorming is niet toegestaan, dergelijke systemen nemen de rol van de ambtenaar ook niet over, maar praktisch gezien wordt het wel erg moeilijk af te wijken van het pad dat door de informatietechnologie al is uitgestippeld.

Ten slotte schieten het toezicht en de publieke controle tekort. Toezichthoudende instanties als de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming (EDPS) of het Nederlandse College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) hebben niet de bevoegdheid bindende adviezen te geven. Hun aanbevelingen worden vaak terzijde geschoven. Daarnaast is de verhouding tussen bemensing en bevoegdheden vaak zoek, waardoor toezicht de facto tekortschiet. Ondertussen is het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zeer kritisch op nationale overheden die te weinig toezichtmogelijkheden genereren.

Dit is geen pleidooi tegen de inzet van technologie. Integendeel. Nieuwe technologieën kunnen de ‘klantvriendelijkheid’ van het beleid versterken. Denk bijvoorbeeld aan het verkorten van de termijnen voor de afhandeling van verzoeken, of het vergroten van de transparantie van het proces.

Maar er kleven ook risico’s aan de inzet van technologie. Het grote gevaar is dat de rechtsgrond ervan wordt ondermijnd. Bijvoorbeeld omdat ze niet goed werkt, aanleiding geeft tot breed uitgemeten incidenten of zelfs de hele beleidspraktijk in opspraak brengt.

Problemen met het gebruik van technologie hebben eerder geleid tot felle kritiek op de IND. De regering heeft deze ter harte genomen en besloten tot een uitvoeringstoets op de gevolgen van het nieuwe migratiebeleid. Dat is echter onvoldoende.

Waar het om gaat is tot een afwegingskader te komen om de validiteit van de technologie te beoordelen. Dat is niet alleen een technische kwestie. Er een antwoord op bieden, is geen zaak om aan systeemontwerpers, programmeurs of databeheerders over te laten.

Die validiteit houdt ook in: kijken of de praktijk genoeg mogelijkheden open laat om de toepassing van de technologie in een concrete context te verbeteren en van de fouten te leren. De overheid moet daarvoor de juiste voelsprieten ontwikkelen. Fouten moeten zichtbaar worden, en publiek gemaakt. Zoals de belastingdienst vorig jaar openlijk bakzeil moest halen. Klachten moeten gehoord worden, en omgezet in werkbare kritiek. Denk aan hoe de stemcomputer van het toneel verdween.

De rol van technologie in het migratiebeleid is van groot belang: de komst of de vestiging van personen hangt ervan af. Voorkomen moet worden dat er een uitvoeringspraktijk ontstaat die hoogstaand lijkt, maar feitelijk een proeftuin is voor nog niet uitontwikkelde technologie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.