Laat me feesten, laat me freaken

Sokrates zei het al in de 5de eeuw voor Christus: 'De jeugd van tegenwoordig houdt van luxe.' Veel lijkt er niet veranderd....

door Peter Giesen

'Verontrustend is het toenemend aantal jongeren dat er een ongezonde levensstijl op na houdt; zij roken meer, gebruiken meer alcohol en drugs en doen te weinig aan lichaamsbeweging', sprak koningin Beatrix in haar Troonrede van 1997. 'Bijzondere aandacht vraagt de jeugdcriminaliteit.'

Het is tot de hoogste kringen doorgedrongen: de jonge generatie is in gevaar. Ze slikken, snuiven en zuipen. Ze doen steeds eerder aan seks. Ze vinden het gewelddadige computerspelletje Carmageddon leuker dan de Volkskrant. Ze hechten meer belang aan de nieuwste modellen van Nike dan aan solidariteit met de Derde Wereld. Maar bovenal: ze zijn gewelddadig. Ze dragen ploertendoders en vlindermessen. Als je ze geen respect betoont, heb je zo een ram voor je kop te pakken.

Wie tegenwoordig een krant openslaat, krijgt wel eens de indruk dat jongeren sinds de jaren tachtig in een soort vrije val zijn beland: gedwelddadiger, egoïstischer en materialistischer dan ooit. Natuurlijk zijn er verontrustende ontwikkelingen, zoals een toename van geweld en wapenbezit. Toch wordt er met verbazend gemak gesproken over 'de' jongeren als rampzalig product van 'de' falende opvoeding. Uit landelijk onderzoek, uitgevoerd door het ministerie van Justitie, blijkt dat ongeveer vijftien procent van de middelbare scholieren in het voorgaande schooljaar bij een vechtpartij betrokken was, en dat drie procent iemand werkelijk in elkaar geslagen heeft. Dat is uiteraard ernstig genoeg - het gaat immers om grote aantallen - maar loodzware doemgedachten over 'de' jeugd zijn overdreven.

Het overgrote deel van de jongeren is immers serieus bezig met school, kan goed met zijn ouders opschieten, werkt misschien wel harder dan ooit en wil niets liever dan een oplettende, brave burger worden. Bij elke jongerenenquête staat 'een gelukkig gezinsleven' bovenaan de lijst met nastrevenswaardige levensdoelen. Tien tot vijftien procent van de jongeren heeft problemen of veroorzaakt die zelf, concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau in een overzichtsstudie. Met de rest, de overgrote meerderheid, gaat het goed.

In elk tijdperk maken ouderen zich zorgen over de ontwikkeling van de jeugd. Achteraf bezien lijken de 'brave' jaren vijftig louter bevolkt door poëzieschrijvende hbs'ers, kunstminnende gymnasiasten, gezonde arbeidersjongeren, misdienaars en bezoekers van de zondagsschool. In de jaren vijftig zelf dacht men daar echter heel anders over. Veel ouderen geloofden dat de jeugd ten prooi was gevallen aan een rampzalige vorm van hedonisme en materialisme. De regering stelde zelfs een commissie in die het jeugdprobleem moest onderzoeken. In 1952 verscheen haar rapport, Maatschappelijke verwildering der jeugd, geschreven door de destijds befaamde pedagoog Langeveld.

De situatie was alarmerend, vond hij. Neem 'Johny', een typische massajongen uit de burgerij. 'Hij hangt in de bank. Hij is of ongelofelijk slordig of akelig precies op zijn uiterlijk. Maar opvallen moet hij. Hij voelt zich de intellectueel, maar geen enkel vak interesseert hem. Hij kankert altijd op het schoolblad, de clubs, de uitvoeringen, op alles en nog wat, maar doet zelf nergens aan mee. Van zuiver geestelijke idealen is bij hem niets te bespeuren. Idealen zijn bij hem beperkt tot veel zakgeld en zo spoedig mogelijk van school af en dan veel geld verdienen.'

Alleen al de houding van deze 'verwilderde' jongeren demonstreerde dat zij maling hadden aan het volwassen ideaal van een fris en verantwoordelijk jongmens. 'Men leunt, hangt, slentert. Ook de stem en de articulatie geven de persoonlijke uitdrukking van de holle leegte: men loeit, men brult, men kletst als een eindeloos geleuter, men gilt en giert, men jengelt en zeurt. Men wiebelt en springt in een boogy-woogy, rumba, samba, maar men kent niet meer de openspringende persoonlijke vreugdesprong of -dans.'

In Vrij Nederland gaf Jan Vrijman de rebelse jongere een naam: nozem. Motorrijden, boksen, jiujitsu, dat hield de nozem bezig. Domweg gelukkig zijn zonder de burgerlijke sleur van werk en gezin. 'Een partij knokken met de andere nozems, of met de politie: dan brandt je hart in je donder. Dat is avontuur, dat is je reinste geluk. De rest is verveling, maar geen leven.'

Het nihilisme van de nozem was echter schijn. Na zijn 20ste kwam hij tot inkeer, constateerde criminoloog Wouter Buikhuisen. 'Hij heeft ondertussen vaste verkering of is inmiddels getrouwd. In plaats van doelloos op straat te zwerven of in een cafetaria rond te hangen, zal hij nu in de huiskamer zitten.'

Diezelfde burgerlijkheid is karakteristiek voor hedendaagse subculturen als de gabbers. In het boek Hakkuh & Strak Staan van Margot van der Wal en Hetty Bleeker wordt het gedicht Toekomst van gabberdichteres Melody geciteerd:

Ik wil worden

groot schrijver & heel oud

maar dit alles

missen? Nee nooit

voor geen goud

uiteindelijk is 't

toch mijn leven waar

ik 't meest van houd

dus maak je geen zorgen

laat me slikken & snuiven

laat me gaan

is 't nu nog niet

van belang

voor mijn bestaan

maar over tien jaar

man, huis, auto, kind

en 'n vette baan

laat me feesten

laat me freaken

laat me gaan

Nog nooit is er zo uitbundig gefeest, zo fanatiek naar kicks gezocht als in de jaren negentig. Live life to the max! Het is waar dat in dit heftige universum te veel ongelukken gebeuren, vooral door overvloedig alcoholgebruik. Maar achter de feestcultuur schuilt de geruisloze aanpassing aan de wereld der volwassenen.

Ongerustheid over de jeugd loopt als een rode draad door de geschiedenis. Een van de belangrijkste redenen daarvoor ligt uiteraard in de psychologie van de adolescent. 'Egocentrisme en wat verkennend rondhangen horen bij opgroeien', zegt hoogleraar jeugdstudies Wim Meeus in Elsevier. 'Vanuit ontwikkelingspsychologisch oogpunt bezien zou ik me zorgen maken als ze het niet deden.'

De angst voor ontspoorde jeugd past bovendien naadloos in een meer fundamentele vorm van onzekerheid die veel ouderen plaagt. Ooit hebben ouderen de tijd meegemaakt dat zij 'modern' waren en het leven feilloos in hun greep leken te hebben. Naarmate zij ouder worden, gebeuren er steeds meer dingen die zij niet begrijpen of waar zij geen affiniteit mee hebben. Jongeren zijn het symbool van die verandering. Ze vertegenwoordigen de opkomst van een lelijke nieuwe wereld en de teloorgang van de oude, vertrouwde samenleving.

Die onzekerheid is van alle tijden. Veel mensen geloven dat we juist nu in een wereld leven die razendsnel verandert, waardoor menigeen het spoor bijster raakt. Maar, zoals de historicus Hermann von der Dunk zegt, mensen hebben altijd het idee dat ze in een wereld leven die snel verandert. Daarom blikken ze ook met veel nostalgie terug op hun verleden. Vergeleken bij het chaotische, onzekere heden lijkt het verleden een oase van rust en overzichtelijkheid.

Zo worden de jaren vijftig tegenwoordig weer gezien als een periode 'toen geluk nog heel gewoon was'. Maar wie bronnen uit de tijd zelf raadpleegt, stuit op een heel ander beeld: dynamisch, chaotisch en zelfs grimmig. Nederlanders leefden onder de dreiging van de Bom en de Koude Oorlog. De geborgenheid van een dorpse samenleving maakte in rap tempo plaats voor een stadse, industriële wereld, waar de aloude sociale controle goeddeels ontbrak.

'Vatten we crisisbesef op als het besef dat bepaalde waarden en tradities, die ons hebben gevormd en waarop wij ons hebben georiënteerd bij de zingeving of organisatie van ons leven, veranderen of verdwijnen, dan is crisisbesef inherent aan de cultuur en geschiedenis', schrijft historicus Von der Dunk in zijn bundel Elke tijd is overgangstijd. 'Algemene cultuurfilosofische analyses van de eigen tijd komen, als volgens een onweerstaanbare dwang, een geheim denkpatroon, in een mineurtoonaard terecht.'

Vaak zien ouderen vooral wat er verdwijnt en hebben zij weinig oog voor de opkomst van het nieuwe. Ze betreuren de dalende belangstelling voor klassieke muziek - een opvatting die overigens te betwisten is - maar zien de opkomst van jazz, soul, dance en wereldmuziek over het hoofd, simpelweg omdat ze er geen verstand van hebben. Ze missen de traditionele gemeenschap, maar miskennen dat mensen zich tegenwoordig in informeel verband organiseren. Ze hekelen het verdwijnen van de ouderwetse beleefdheid, maar zien niet dat mensen veel meer aandacht voor elkaars psychische problemen hebben.

Niet alleen zetten jongeren zich tegen ouderen af, zegt psycholoog M. de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, maar ook het omgekeerde is het geval. Kennelijk hebben ouderen de jeugd als tegenstander nodig. De strijd tegen de 'verloedering' geeft hun ideeën, die door sociale veranderingen allengs minder relevant worden, nieuwe glans. Ze kunnen zich opwerpen als de hoeder van de klassieke cultuur, de gemeenschapszin, het idealisme of de goede smaak.

Veel ouderen hebben hun idealen zien verkruimelen. Hun onvrede over materialisme en consumentisme projecteren zij op jongeren, hoewel die niet meer of minder koopziek zijn dan andere leeftijdsgroepen. Terwijl de linkse vijftiger een nieuwe Italiaanse keuken laat installeren, schudt hij misprijzend het hoofd over de scholier die voor driehonderd gulden een paar Nikes aanschaft. Zo zijn jongeren een geschikte zondebok voor alles wat er in de maatschappij verkeerd is, of als verkeerd wordt gezien.

Natuurlijk kan niet alle zorg over jongeren worden weggeredeneerd met de opmerking dat puberaal wangedrag van alle tijden is. Maar de ontkenning van een stijgende criminaliteit, door de linkse 'niets-aan-de-hand-sociologie' van de jaren zeventig, dreigt om te slaan in morele paniek en demonisering van de jeugd. Ook dat is overigens niet nieuw. 'De jeugd van tegenwoordig houdt van luxe', zei Sokrates al in de 5de eeuw voor Christus. 'Ze heeft slechte manieren, veracht alle gezag, heeft geen respect en praat, als ze zou moeten werken. Jongeren spreken hun ouders tegen, kletsen in gezelschap, schrokken aan tafel, slaan hun benen over elkaar en tiranniseren hun ouders.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden