Laat leraren rompslomp zelf opruimen

Leraren moeten van hun scholen het vertrouwen krijgen om de bureaucratie waarmee zij te maken krijgen, zelf aan te pakken, betoogt Chris Sigaloff....

Bovenaan de Onderwijsagenda van de Volkskrant prijkt de ergernis over de organisatorische rompslomp. Leraren klagen nog steeds volop over het gedoe waarmee ze te maken hebben naast het lesgeven. Maar de afgelopen jaren hebben scholen meer zelfstandigheid gekregen en is er driftig geschrapt in regels. Maar waar komt die rompslomp dan vandaan? En hoe die op te ruimen?

Een belangrijke verklaring is dat de bureaucratie zich heeft verplaatst. Hoewel scholen meer zelfstandigheid hebben gekregen en de zogeheten lumpsumfinanciering is ingevoerd, zijn er tal van andere actoren die bepalen hoe de taak van een individuele school en leraar ingevuld dient te worden.

Uit recent onderzoek van de Kafkabrigade, die strijdt tegen onnodige bureaucratie, blijkt dat de meeste rompslomp op school afkomstig is van het eigen schoolbestuur, de gemeente en alles wat te maken heeft met zorgleerlingen. De leemte die Den Haag heeft achtergelaten, lijkt moeiteloos te zijn opgevuld.

Een aardig voorbeeld is de inspectie. Om de verantwoordingsplicht voor scholen te verkleinen, vraagt de inspectie tegenwoordig informatie aan het schoolbestuur. De inspectie komt nu nog maar eens in de vier jaar langs op de school, tenzij vaker nodig wordt geacht. Scholen leggen nu verantwoording af aan hun bestuur.

Het resultaat hiervan is echter dat de verantwoordingslast alleen maar is verschoven. Nu vragen de besturen aan de scholen zich te verantwoorden in jaarplannen, verslagen en allerhande managementinformatie. De rompslomp komt op een andere plek weer naar boven. Bovendien voelen scholen zich intussen niet erkend als professionele organisatie, aangezien ze alleen op papier beoordeeld worden en niet zelf met de inspectie over hun eigen resultaten kunnen overleggen.

Een andere veel gehoorde verklaring is dat leraren gewoon te veel klagen. Ze willen het liefst helemaal geen administratieve taken doen en beroepen zich vaak op hun autonomie.

Deze verklaring is mij echter te gemakkelijk. Mijn ervaring is dat leraren best bereid zijn zich in te zetten om de organisatie te verbeteren. En daar zelfs wat extra’s voor willen doen. Wat daarbij essentieel is, is dat je leraren anders tegemoet moet treden. Overmatige controle leidt tot zeurende en weerbarstige leraren, terwijl het geven van verantwoordelijkheid en zeggenschap leidt tot initiatief en ondernemerschap.

In ons programma Onderwijs Pioniers, waar leraren uitgedaagd worden met plannen te komen om hun school te verbeteren, loopt het storm met ideeën en is men bereid daar veel vrije tijd aan te besteden. Maar waar leraren slecht tegen kunnen, is opgezadeld worden met regels, beleid en vernieuwingen die van bovenaf worden opgelegd en waarvan niet duidelijk is waartoe ze dienen. Dat wordt snel ervaren als rompslomp.

Beide verklaringen zijn geworteld in eenzelfde oorzaak: een gebrek aan vertrouwen in de professionaliteit van scholen en leraren. En het onvoldoende aanspreken op die professionaliteit. Zoals Everard van Kemenade stelt (Binnenland, 14 januari) wordt veel in het onderwijs gekenmerkt door een sfeer van onderling wantrouwen. De directeur wantrouwt zijn leraren, het bestuur wantrouwt de directeur, de overheid wantrouwt het veld. En zo geven we dit wantrouwen aan elkaar door. Zelfs tot de leerling aan toe.

Willen we uit dit systeem van ‘geïnstitutionaliseerd wantrouwen’ breken dan zijn oppervlakkige aanpassingen, zoals bijvoorbeeld het veranderen van de werkwijze van de inspectie, niet voldoende.

Om uit dit patroon te stappen, moeten we het onderliggende probleem aanpakken en scholen tegemoet treden als professionele organisaties en leraren als professionals waar we vertrouwen in hebben. Scholen moeten zelf in staat zijn antwoorden te bieden op de vraagstukken die op hen afkomen. Met leraren die zich niet alleen bezighouden met hun eigen lessen, maar die ook een stem hebben in de organisatie van het onderwijs.

Dit vergt wel iets van scholen en van leraren. Leraren en scholen moeten leren beter met elkaar samen te werken, hun eigen handelen aan zelfanalyse bloot te stellen en hun eigen organisatie effectief vorm te geven om zo hun eigen rompslomp tot een minimum te beperken. Want als scholen en leraren met meer zelfvertrouwen te werk gaan en van de lagen boven hen het vertrouwen krijgen, betekent dat niet een totale afwezigheid van regels of bureaucratie.

Maar daarover hebben ze dan zelf veel meer te zeggen en het zal daardoor als minder erg ervaren worden. Want het is met rompslomp hetzelfde als met rotzooi: het is vooral vervelend als het veroorzaakt wordt door een ander.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden