Laat keuze tussen 65 en 67 vrij

Laat iedereen zelf kiezen of hij zijn AOW-rechten opmaakt vanaf zijn 67ste of kiest voor een langer, maar lager pensioen vanaf zijn 65ste, betoogt Rutger Claassen....

Het kabinet wil de AOW-leeftijd verhogen van 65 naar 67 jaar. Reden is dat door de vergrijzing de AOW-uitgaven stijgen, terwijl de groep werkenden die de premies moet betalen juist kleiner wordt. Dat creëert een financieel probleem voor de overheid, die zich de komende decennia geconfronteerd ziet met explosief stijgende AOW-lasten die zwaar op de begroting gaan drukken.

Ook al zijn er mensen die de precieze cijfers en omvang van het probleem betwisten, dit is de analyse die vandaag de dag gemeengoed is. Stel dat deze analyse correct is en we moeten ingrijpen om dit te voorkomen, wat moeten we dan doen? Het is een vraag waarover de sociale partners zich de komende maanden moeten buigen.

Verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar betekent voor de meeste mensen langer doorwerken. Zij leveren 2 jaar vrije tijd in (winst voor de schatkist die geen AOW hoeft uit te betalen), en betalen 2 jaar langer belasting (opnieuw winst voor schatkist). Het alternatieve voorstel is het fiscaliseren van de AOW: de AOW-leeftijd blijft zoals hij is, maar iedereen betaalt een hogere belasting op zijn aanvullend pensioen (eventueel boven een bepaalde drempel) om de AOW-uitkeringen te financieren. Bij het laatste levert niemand vrije tijd in, maar heeft iedereen gedurende zijn vrije jaren een lager netto besteedbaar inkomen.

De keuze voor toekomstige ouderen is dus: of minder vrije tijd en evenveel inkomen, of evenveel vrije tijd en minder inkomen. Laten we aannemen dat beide opties per persoon een even groot financieel offer vragen ten bate van de gemeenschap. Wat te doen?

Een van de uitgangspunten van de klassiek-liberale politieke theorie is dat de staat zoveel mogelijk neutraal is ten opzichte van verschillende levensovertuigingen en leefstijlen. De staat schrijft niets voor, burgers maken zelf hun keuzen hoe hun leven in te richten: de keuze wel of niet een religie aan te hangen, onze seksuele geaardheid te volgen, een gezin te stichten, et cetera. Dit klassiek liberalisme, dat van links tot rechts gedragen wordt, heeft echter niet alleen betrekking op morele en religieuze kwesties. Het kan ook in het sociaal-economisch verkeer worden toegepast.

Zo kennen we de vrijheid ons eigen beroep te kiezen, wat een belangrijk onderdeel is van de identiteit en levensstijl van velen. En ook bepalen we zelf of we onze arbeid voor bijvoorbeeld drie, vier of vijf dagen aanbieden op de markt, waarbij we in ruil voor meer vrije tijd ons tevreden kunnen stellen met een lager inkomen dan een fulltimer.

Waarom nu niet dit liberale uitgangspunt toegepast op de AOW-problematiek? Beide voorstellen – verhoging van de AOW-leeftijd en fiscalisering – getuigen van een ouderwetse aanpak. Vadertje Staat vertelt ons hier wat goed voor ons is op de oude dag: langer werken dan wel soberder leven. Maar waarom zouden we dat zelf niet kunnen bepalen? Laat de een zijn AOW-rechten opmaken vanaf zijn 67ste, en geef de ander een langer (vanaf 65 jaar), maar lager pensioen. Een hokje aanvinken op het belastingformulier volstaat, zodra men 65 jaar wordt.

Dit voorstel zou belangrijke weerstanden wegnemen. Veel mensen stoppen immers al eerder met werken; van de mensen tussen 60 en 65 jaar werkt nog slechts een kwart. Dat betekent dat werken op die leeftijd blijkbaar minder aantrekkelijk is. En dat geldt niet alleen voor de fysiek zware beroepen (de spreekwoordelijke stratenmakers); ook het kantoorpersoneel heeft het tegen die tijd wel gezien.

De redenering van voorstanders van verhoging van de AOW-leeftijd is dat we veel langer leven dan toen de AOW werd ingevoerd; dan is een hogere AOW-leeftijd toch niet meer dan logisch? Die redenering miskent echter dat we ook veel welvarender zijn dan toen. We kunnen ons dus ook veel meer vrije tijd permitteren. Linksom of rechtsom, de gestegen welvaart kan altijd op twee manieren worden geïncasseerd: in vrije tijd (een langere levensavond) of in inkomen. Waarom zouden we niet de keuze mogen hebben?

In de praktijk zullen mensen natuurlijk hun eigen keuze blijven maken. Sommige pensioenfondsen bieden mensen op dit moment de keuze om met hun 62ste of 63ste met pensioen te gaan en de rest van hun leven elk jaar een lagere uitkering te genieten, of te wachten op een volledig pensioen op hun 65ste.

Als de AOW-leeftijd naar 67 jaar gaat, kunnen de pensioenfondsen hun pensioengerechtigden aanbieden een deel van hun aanvullend pensioen in te zetten om het gat tussen 65 en 67 jaar te overbruggen. Dan hebben zij na hun 67ste minder aanvullend pensioen over – dat betekent netto hetzelfde effect als fiscalisering. Mensen laten zich niet zo makkelijk dwingen. De echte winst – voor schatkist én samenleving – ligt elders: in de enorme gemiste arbeidsinzet van 55- tot 65-jarigen. Het werk aantrekkelijk maken voor deze groep gaat echter niet per decreet: daartoe moet zij worden verleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden