Voorwoordonderwijs

Laat het onderwijsgeld weer gaan naar hen die het daadwerkelijk verdienen: de leerkrachten

Kinderen leren steeds minder op school. Terwijl er bepaald niet minder onderwijsadviseurs, -projectleiders en -innovators zijn. Integendeel. De adviezen stapelen zich op. Wat als het klaslokaal het zelf voor het zeggen had?

null Beeld Matteo Bal
Beeld Matteo Bal

Je hebt beroepsgroepen waar nauwelijks iemand zich mee bemoeit. Weinig mensen die ooit zeggen: ‘Als ik hier de lood­gieter was, zou geen gootsteen in Nieuwegein-Zuid nog verstopt raken’. Of: ‘Als ik hier de ict-manager was, zou je altijd kunnen inloggen’. Of: ‘Als ik hier de kapper was, zou niemand nog krulspelden nodig hebben.’

Zo weinig als mensen op eigen initiatief ‘mee­denken’ met de loodgieter en de systeembeheerder, zo vaak doen ze dat met de juf van groep 3 en de meester van groep 7 en de docent Nederlands en de conrector onderbouw. Het is een klein wonder dat zoveel docenten nog elke dag gewoon lesgeven en niet bezwijken onder tonnen advies en feedback. Loodgieters hebben niet te maken met bestuurders en adviseurs die zelf geen gootstenen repareren maar wel ambitieuze plannen maken voor gootsteenvernieuwing. Loodgieters hoeven niet op ouderavonden te luisteren naar analyses van mama’s en papa’s van wat er volgens hen onder de gootsteen verkeerd gaat.

Je zult maar de bewindspersoon zijn die over deze sector gaat. Zo weinig als mensen zich op eigen initiatief verplaatsen in de minister van Buitenlandse Handel, zo veel doen ze dat in de minister van Onderwijs. Er zijn geen betrouwbare statistieken uit hoeveel monden jaarlijks het zinnetje: ‘Als ik de minister van Onderwijs was…’ vloeit, maar het zijn er heel wat. Je kunt betogen dat minister van Onderwijs de slechtste baan van Nederland is voor mensen die een hekel hebben aan luisteren naar anderen die graag hun zegje doen. Dit is een branche waar nooit eens iemand de boel de boel wil laten.

Er zijn mensen die zeggen dat de tragiek van deze branche is dat al zo lang niemand daar de boel de boel wil laten – dat als dingen daar de laatste decennia niet zo vaak op de schop waren gegaan, je nu minder mensen zou hebben die roepen dat dingen daar op de schop moeten. Je hebt de uitdrukking ‘stilstand is achteruitgang’. In commentaren op decennia van onderwijsvernieuwing in Nederland wordt weleens een spreekwoord gebruikt: ‘het kind met het badwater weggooien’.

Bijna iedereen die iets vindt van het onderwijs in Nederland, weet dat het niet goed gaat met dat onderwijs. Al jaren daalt de kwaliteit op de lijstjes van Pisa (Programme for International Student Assessment), het international vergelijkend onderzoek van Oeso. Een kwart van de Nederlandse vijftien­jarigen heeft tegenwoordig moeite met lezen. Wie betoogt dat de smartphone daar debet aan is, niet zozeer de school, moet bedenken dat kinderen uit landen die het beter doen ook smartphones hebben. In het Pisa-landenklassement is Nederland uit de top tien verdwenen. Die statistieken dateren nog van voor de coronacrisis.

De kennis van leerlingen gaat achteruit, blijkt uit de cijfers, die van leraren ook. In het kielzog daarvan groeit de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden. Een halve eeuw geleden had je nauwelijks kinderen in Nederland die bijles kregen, tegenwoordig gaat het om hele volksstammen. Kinderen die bijles krijgen, hebben ouders die dat kunnen betalen, en zulke ouders zijn vaak hoog opgeleid. Een Finse leraar kwam in 2019 met een eenvoudige regel: ‘Hoe minder kinderen in een land bijles krijgen, hoe beter de toestand van het onderwijs er is.’

Ach Finland, dat staat nog wel in de Pisa-top 10, daar is ‘leraar worden’ nog steeds net zo iets als ‘dokter worden’, daar schrijven meer studenten zich in voor universitaire lerarenopleidingen dan er plekken zijn. Als dit cruciale beroep in Nederland evenveel status zou hebben, als er even goede opleidingen voor zouden bestaan en een even goede salariëring, was er geen lerarentekort.

De Nederlandse overheid stelt nu 8,5 miljard euro extra ter beschikking aan het onderwijs, om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen, maar ook om iets te doen aan dingen die in het precovidium al niet zo goed gingen. Met 8,5 miljard maak je van Nederland geen Finland en ook geen Singapore. Dit is nu eenmaal een land met een gedecentraliseerde onderwijscultuur, een land met bastions van bijzonder onderwijs. In zo’n land willen honderd hoofdrolspelers vaak honderd verschillende dingen.

Typisch is dat veel mensen die goed in het Nederlands onderwijs zijn ingevoerd het wel vaak eens zijn. Wie geen onderwijsspecialist is maar het kaf van het koren scheidt in wat deskundigen erover zeggen, durft de volgende conclusie zeker aan: er zou al een wereld gewonnen zijn als die extra miljarden ditmaal worden besteed aan de mensen om wie het in eerste en laatste instantie allemaal gaat, aan de leraren en de leerlingen. Hoe meer geld de komende jaren direct gaat naar degenen die acte de présence geven in het klaslokaal (het afgelopen jaar was het vaak een virtueel lokaal), hoe beter de prognose voor het onderwijs.

Veel onderwijsspecialisten vrezen dat het niet zal gebeuren. De plaag die Nederlandse scholen de laatste decennia trof, laat zich ietwat oneerbiedig samenvatten als ‘alle franje die eromheen is komen te hangen’. Er ging steeds meer geld en steeds meer macht en steeds meer ruimte naar mensen die zich wel met onderwijs bezighouden maar niet met de corebusiness, niet met de kennisoverdracht, die niet in het klaslokaal zijn. Steeds meer ging er naar lagen van schoolbestuurders die op hun beurt ruimte boden aan lagen van adviseurs, cursusaanbieders, projectleiders, innovators, en ga zo maar door, meestal beter betaald dan leraren. Een provinciestad in de Sovjet-Unie had een kleinere nomenklatoera.

Wat als je die zin ‘als ik de minister van Onderwijs was…’ laat afmaken in het klaslokaal zelf? In deze bijlage komen mensen aan het woord die zich op eenzelfde manier met onderwijs bezighouden als loodgieters met gootstenen. Eén verrassende aanbeveling voor de nieuwe minister van Onderwijs onthullen we alvast hier: zorg dat de magen van leerlingen ’s ochtends vol zitten. ‘Er zijn genoeg kinderen die nog niet hebben ontbeten als ze de klas binnenkomen. Dan kun je als docent hoog en laag springen maar dan ga je die leerling niets bijbrengen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden