Laat Europees voetbal lering trekken uit politiek

PSV-voorzitter Van Raaij sloeg vorige week opnieuw alarm over de positie van het profvoetbal in de kleinere landen. Jaap Hoeksma meent dat de voetbalclubs hier kunnen leren van de politiek en pleit voor een EU-competitie ter vervanging van de Champions League....

DE Britse premier, Tony Blair, veroorzaakte begin november een golf van verontwaardiging, toen hij de regeringsleiders van Duitsland en Frankrijk uitnodigde voor een diner op Downing Street 10 om de militaire bijdrage van Europa aan de strijd tegen het internationale terrorisme te bespreken.

Na een eerder incident tijdens de Top van Gent, half oktober, sprongen de niet-uitgenodigde regeringsleiders van de EU-lidstaten zo ongeveer uit hun vel. Het ging volgens hen niet aan zulke belangrijke zaken buiten de instellingen van de EU om door een directorium van de grote drie te laten regelen. Sommige interventies hadden effect. De premiers van Italië en Spanje werden alsnog uitgenodigd, de Belgische premier mocht als vigerend EU-voorzitter meedoen en premier Kok slaagde er in zichzelf uit te nodigen.

Deze incidenten zullen tijdens de Top van Laken medio december, waarbij de toekomstige structuur van de EU een hoofdonderwerp vormt, ongetwijfeld weer ter tafel komen. De kleinere lidstaten hebben daarbij een wezenlijk punt. Als het proces van Europese integratie zou uitmonden in een overheersing van de kleinere lidstaten door de grote, dan worden de oorspronkelijke bedoelingen van Europese eenwording geperverteerd en komt de Europese Commissie uiteindelijk ook buitenspel te staan.

Dat de vrees van de kleine landen voor overheersing door de grote niet ongegrond is, moge blijken uit het feit dat deze angstdroom op het vlak van het betaalde voetbal in Europa al werkelijkheid is geworden. Sinds de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak-Bosman, waarbij het vrije verkeer van personen ook voor voetballers van kracht werd verklaard, wordt het Europese voetbal steeds meer gedomineerd door clubs uit de drie grote voetballanden, te weten Spanje, Engeland en Duitsland. Italië haakt af en aan en Frankrijk is weliswaar bij de landenteams tweevoudig kampioen, maar blijft in de clubcompetitie ver achter.

Deze dominantie komt tot uitdrukking in de Champions League, die door de UEFA als een soort veredeld bekertoernooi wordt georganiseerd. Clubs uit alle landen die bij de Europese voetbalbond zijn aangesloten, kunnen zich via een ingewikkelde formule voor deelname kwalificeren. Zeven van de acht kwartfinaleplaatsen in dit toernooi werden de afgelopen twee jaren door clubs uit de drie grote voetballanden ingenomen. Vóór de uitspraak van het Hof lagen die verhoudingen precies andersom. Het is dan ook niet toevallig dat Ajax de Europa Cup I voor het laatst won in 1995, het jaar waarin het Hof zijn uitspraak deed.

De oorzaak voor deze bedenkelijke ontwikkeling ligt in de omstandigheid dat voetbalclubs sinds 1995 als economische instellingen vrijelijk met elkaar op de gemeenschappelijke markt moeten concurreren, terwijl ze voor wat betreft hun inkomsten afhankelijk zijn van de nationale competities in de afzonderlijke lidstaten.

Deze tweeslachtigheid breekt de grote clubs uit de kleinere lidstaten in die zin op dat zij veel minder inkomsten uit wedstrijden en televisierechten krijgen dan de clubs uit de grote voetballanden. Ze moeten daarentegen juist wel met die clubs concurreren bij de aankoop van spelers en het behouden van zelfopgeleid talent. Die strijd is bij voorbaat verloren.

PSV-voorzitter Van Raaij is dan ook bepaald geen Cassandra, wanneer hij voorspelt dat het professionele voetbal in de kleinere lidstaten van de EU bij ongewijzigd beleid ten dode is opgeschreven (de Volkskrant, 27 november).

Blijkens de bovengenoemde reacties van de regeringsleiders van de kleinere lidstaten op het initiatief van Tony Blair hoeven kleine landen in Europees verband niet bij voorbaat tot het spelen van de tweede viool veroordeeld te worden. De bestuurders van de nationale voetbalbonden zouden er dan ook goed aan doen het voorbeeld van hun collega's uit de politiek te volgen.

In plaats van hardnekkig aan de landsgrenzen vast te houden, zouden zij zich rekenschap dienen te geven van het feit dat er op het gebied van de EU een gemeenschappelijke markt is ontstaan met één gemeenschappelijke munt en één rechtsstelsel. Zij zouden daarbij kunnen profiteren van het voorbereidende werk dat al door de Europese Commissie en de regeringsleiders is gedaan. In het Helsinki-rapport over Sport, dat aan de vooravond van het nieuwe millennium is gepubliceerd, geeft de Commissie namelijk de contouren aan, waaraan een reguliere voetbalcompetitie in het kader van de Europese Unie zou moeten voldoen.

De belangrijkste kenmerken daarvan zijn dat de piramidale opbouw van de competities gehandhaafd blijft en dat er een systeem van promotie en degradatie aan ten grondslag moet liggen. Een dergelijke competitie, die de huidige Champions League zou moeten vervangen, kan op een betrekkelijk eenvoudige wijze worden gerealiseerd door de kampioenen van de nationale competities te laten promoveren naar een supra-nationale EU-League. Net zoals dat nu bij de samenstelling van de Europese Commissie het geval is, kan de omvang van de grote lidstaten verdisconteerd worden door hen met twee clubs te laten deelnemen.

Bij de uitbreiding van de EU in 2004 kan aan de nieuwkomers op een soortgelijke wijze tegemoet worden gekomen als dat door de regeringsleiders in Nice is gedaan. De blauwdruk voor een Europese voetbalcompetitie ligt dus al klaar. De bestuurders van de UEFA en de nationale bonden hoeven er alleen maar hun eigen uitwerking aan te geven.

Als ze dat doen, is er voor clubs met een roemrijk Europees verleden, zoals Ajax, Anderlecht, Benfica, Celtic e.a., geen reden meer de toekomst te vrezen en kunnen ze straks op voet van gelijkheid met de clubs uit de grote lidstaten om het kampioenschap van de Europese Unie strijden.

De politiek zou er overigens goed aan doen zich niet afzijdig te houden. De toekomst van het voetbal als volkssport staat op het spel en het zou voor de betrokkenheid van veel burgers bij Europa catastrofaal zijn, wanneer hun sport als gevolg van Europese regelgeving ten onder zou gaan.

Omgekeerd zou het van grote symbolische waarde zijn, wanneer we in 2004 niet alleen een Europese grondwet krijgen, maar dankzij de gezamenlijke inspanning van clubs, voetbalbestuurders én politici ook een Europese voetbalcompetitie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden