Laat direct betrokkenen het onderwijs besturen

IJs&Weder

 

Toch nog maar even over de almacht van de onderwijsbesturen. Ze zitten er immers nog, de demonstranten in dat met spandoeken behangen Maagdenhuis, ook al heeft Louise Gunning deemoedig erkend dat haar College fouten heeft gemaakt. Of nee, 'iets heeft geleerd'.

Het bekostigingssysteem dus, de lumpsum. Nu niet meteen gapen, beste lezer. Kwaliteit van onderwijs raakt iedereen, of het nu gaat om tochtende draaideuren door een constructiefout in een nieuw station, de rekenvaardigheid van de verpleegkundige die uw infuus vult of de peuterleidster die uw kind de taal leert: de gevolgen van slecht onderwijs zijn voor iedereen voelbaar. Die miljarden gemeenschapsgeld, uw geld, mogen best goed worden besteed.

Zolang de weeffout van de autonome, door beroepsbestuurders geleide, maar geheel door de overheid betaalde onderwijsinstellingen blijft bestaan, schreef ik vorige week, blijven we ontsporingen houden, zoals kartelvorming, duurbetaalde bestuurders met kantoren vol hofhouding, gerommel met vastgoed, de baantjescarrousel, het gretig inhuren van bevriende adviseurs, het gul diploma's uitreiken, slecht betaalde en onbevoegde leraren, steeds meer eisen aan en minder vrijheid voor de docenten en het almaar slinkende deel van het onderwijsgeld dat in de klas terechtkomt.

Wel de lusten van de vrije markt, maar niet de tucht, dat werkt niet. Het is na twintig jaar ondernemertje spelen in het onderwijs, en een overheid die bij elke misstand de armen wanhopig ten hemel heft - 'Wij gáán er niet meer over!' - hoog tijd voor iets nieuws.

Mijn column viel niet goed bij Alexander Rinnooy Kan, die vorige week zaterdag net als ik sprak op een symposium van de Vereniging Beter Onderwijs. Rinnooy Kan, tweede op de verkiezingslijst van de Eerste Kamer voor 'onderwijspartij' D66, vond dat leraren zelf meer gebruik moesten maken van medezeggenschapsraden. Hij concludeerde dat ik kennelijk graag terug wilde naar de jaren vóór 1995, toen de overheid volledig heer en meester was in het onderwijs. In die pre-lumpsumtijd werd álles, de inhoud van het onderwijs en de vorm, de salarissen en de lesprogramma's van bovenaf bepaald. Vreselijke tijden, vond Rinnooy Kan. Moeten we niet wéér hebben.

Maar dat wil ik helemaal niet, en dat schreef ik ook niet. Het is een bekende reflex: wie kritiek heeft op de huidige financiering van het onderwijs is automatisch voorstander van ouderwetse Haagse betutteling. Al denk ik wel dat de docenten onder de knoet van hun eigen bestuurders en de 'raden' met hun grote macht en schimmige status, slechter af zijn is dan bij hun oude werkgever, het ministerie. De salarissen daalden, de werkdruk steeg, de speelruimte van de leraar werd kleiner, het ziekteverzuim door burnout en arbeidsconflicten liep op.

Dat betekent dat niet dat we terug moeten naar 'staatsonderwijs'. Alsof er maar twee smaken zijn: overheid of markt, hond of kat, gebeten word je toch. Wat een fatalisme.

Waarom zouden onderwijsinstellingen niet bestuurd kunnen worden door mensen die er direct bij betrokken zijn en in eigen kring worden gekozen? Docenten in de eerste plaats, en ouders, en in het hoger onderwijs studenten? Geen fulltime banen, maar redelijk betaalde nevenfuncties.

Groepen kunnen dan nieuwe scholen oprichten, vernieuwend of traditioneel, hoogtechnologisch of ecologisch, elitair of ambachtelijk. Duizend bloemen bloeien en ouders en studenten hebben weer wat te kiezen. Zo was de vrijheid van onderwijs bedoeld: vrijheid om scholen op te richten die met publiek geld worden betaald. Maar het ontaardde in een quasi-markt waarbij de macht kwam te liggen bij besturen van monopolistische mammoetinstellingen, waardoor er steeds minder te kiezen viel.

Het is een goed idee dat, áls de bestuurlijke macht in handen komt van de betrokkenen, er tegelijk een wet komt die kartelvorming verbiedt, de overheid weer zeggenschap krijgt over de salarissen en de bevoegdheden, en de inspectie grotere macht krijgt om slechte scholen te sluiten. Meer vrijheid, maar ook hardere grenzen.

Ik kan het idee op één zonnige donderdagmiddag niet gedetailleerd uitwerken, maar ik weet dat er meer mensen oren naar hebben. Onderwijssocioloog Jaap Dronkers, bijvoorbeeld, zette een dergelijk plan al in 2007 uiteen in zijn boek Ruggengraat van ongelijkheid. De tijd is er nu rijp voor.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe. Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.