Laat Defensie meedoen aan ontwikkelingshulp

Omdat het leger soms ontwikkelingshulp geeft, moet het worden toegerust om deze taak uit te kunnen voeren, vinden Sjoera Dikkers en Roeland Muskens....

Goede bijdrage van LPF-fractievoorzitter Mat Herben (Forum, 7 augustus).

Militair ingrijpen is in sommige gevallen inderdaad de beste manier van ontwikkelingshulp. Ontwikkeling is immers alleen mogelijk in een stabiele situatie. Wanneer, zoals in Liberia en grote delen van Congo, gewapende bendes het voor het zeggen hebben zullen boeren niet zaaien, kunnen kinderen niet naar school, vullen winkeliers hun voorraden niet aan, doen bedrijven geen investeringen. Defensie is (in bepaalde omstandigheden) ontwikkelingshulp en daar zouden het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, maar ook Defensie terdege rekening mee moeten houden.

Vervolgens pleit Herben slechts voor een budgettaire verschuiving. Hij zegt: als Defensie een taak heeft op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, dan moet minister Van Ardenne ook maar een deel van het budget van Defensie betalen. En verder 'business as usual'. Herben noemt dat een 'win-win situatie'. Enige meerwaarde is dat misschien vliegbasis Twenthe open kan blijven. (Heeft Herbens hobby van het vliegtuigspotten misschien iets te maken met zijn plotselinge belangstelling voor ontwikkelingssamenwerking?) Herben vreest dat 'linkse partijen' hier niet aan willen. Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben. Immers, de linkerzijde van het politieke spectrum pleit (met reden!) meestal voor een verhoging van het budget voor armoedebestrijding en niet voor een verlaging. Als Herben zijn argumentatie verder zou afmaken, dan zou hij wellicht ook steun van links voor zijn voorstel kunnen verwachten. We doen een voorzetje.

Inderdaad is 'de vredesmissie' een nieuwe taak van Defensie. Je zou zelfs kunnen volhouden dat het onder de huidige omstandigheden de enige serieuze taak van Defensie is. Herbens voorstel gaat daarom niet ver genoeg. Een verregaande hervorming van het defensieapparaat is nodig zodat het optimaal en maximaal ingezet kan worden voor vredesmissies. Vredesmissies worden in de praktijk nogal eens gemotiveerd door geopolitieke redenen (Afghanistan, Irak). Met ontwikkelingshulp heeft dat weinig van doen.

Wij pleiten daarom voor meer invloed van Ontwikkelingssamenwerking bij het besluit tot deelname. Dat wil zeggen dat Ontwikkelingssamenwerking vooral het initiatief zal moeten nemen tot de inzet van troepen. Herben noemt dat 'trekkingsrechten' en zolang hij daar hetzelfde mee bedoelt is dat wat ons betreft akkoord.

Het betekent in ieder geval dat de minister van Ontwikkelingssamenwerking kan zeggen: 'onze jongens' gaan naar Congo in plaats van Irak.

Er liggen meer aanpassingen van Defensie voor de hand: Het defensieapparaat dient gevoelig gemaakt te worden voor de nieuwe taak. Dat betekent in z'n simpelste vorm dat soldaten benul moeten hebben van de culturele omstandigheden en gebruiken in de landen waar ze ingezet worden. Het betekent ook dat de inzet van krijgsmachtonderdelen ondergeschikt wordt gemaakt aan de ontwikkelingsmogelijkheden van landen waar ze opereren. Welke mentale omslag dit vereist in de top van het defensieapparaat, daar valt alleen maar naar te gissen. Soms is snel optreden van levensbelang. Daarom is het inrichten van een parate 'rapid deployment' brigade, gericht op het snel uitvoeren van vredesmissies in crisisgebieden aan te bevelen.

Keuze van het materieel en het gewicht van de diverse krijgsmachtonderdelen dient op de nieuwe taak toegespitst te worden. Het is bijvoorbeeld niet in te zien wat de meerwaarde is van de Joint Strike Fighter in het defensieapparaatnieuwe stijl. Schrappen van dit project levert gelijk meer op dan enige bijdrage van Ontwikkelingssamenwerking.

Wellicht ligt ook een inkrimping van de marine voor de hand ten faveure van de landmacht en (in mindere mate) de luchtmacht.

Overigens betekent de grensvervaging tussen ontwikkelingshulp en militair optreden niet dat de hulpverlening gemilitariseerd dient te worden. Iedere noodhulporganisatie weet dat hulp in oorlogsgebieden slechts mogelijk is als de neutraliteit van de hulpverlener onomstreden is. Dus militaire operaties dienen vooral militaire operaties te blijven. 'Onze jongens' moeten niet de ontwikkelingswerker gaan spelen en ontwikkelingswerkers moeten geen Uzi-machinepistool omhangen. Uiteraard is militair optreden geen substituut voor ontwikkelingssamenwerking. 'Gewone' hulp is in verreweg de meeste situaties noodzakelijk en zinvol. Bezuiniging op hulpinspanning is daarom niet aan de orde.

Ontwikkeling is de beste vorm van conflictpreventie. Stabiliteit in een regio is voorwaarde voor ontwikkeling, geen ontwikkelingsdoel op zich. In deze lijn verder geredeneerd hoeven we het helemaal niet te laten bij een hervorming van het ministerie van Defensie. Zoals stabiliteit een voorwaarde is voor ontwikkeling (ergo: taak voor Defensie), zo is goede infrastructuur dat ook (een taak dus voor Verkeer en Waterstaat). En onderwijs. Volksgezondheid.

Vrijwel alle departementen zouden zich veel beter kunnen richten op de noden in andere delen van de wereld. Dat geldt zeker voor de ministeries van Landbouw en Economische Zaken. De taak van Landbouw is het allereenvoudigst: het afbouwen van de steun aan de Europese boeren en vrije toegang voor producten uit arme landen. Als klein, hoogontwikkeld, superrijk land siert ons een wijde blik naar de wereld om ons heen. Het doet ons goed dat Mat Herben ons de weg wijst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.