Laat de boer zijn randen koesteren

Natuurbeheer door de boer heeft tot dusver niet veel opgeleverd. Daarom is uitbreiding van het agrarisch natuurbeheer nodig en mogelijk, aldus hoogleraar Geert de Snoo....

In zijn werkkamer in Leiden, waar prof. dr. Geert de Snoo van het Centrum voor Milieuwetenschappen resideert, hangt een plaat met een ideaal stukje boerennatuur. Een korenveld en op de voorgrond een strook waar de natuur zich mag uiten; een spitsmuis, een patrijs, een veldleeuwerik, vlinders bij de vleet, wormen, loopkevers, lieveheersbeestjes, en een bonte verzameling korenbloemen en kamille. In de lucht loert een kiekendief op prooi.

Dit soort biotopen zou De Snoo - in 1995 gepromoveerd op een onderzoek naar onbespoten akkerranden - graag op veel boerenland tegenkomen. Met dat doel is hij bijzonder hoogleraar geworden voor agrarisch natuur-en landschapsbeheer in Wageningen, de oude landbouwuniversiteit.

'Ik wil met studenten onderzoek doen naar de kansen voor dit type natuur. En daarna moet de kennis daarover via internet ontsloten worden voor boeren', zegt de bioloog een paar dagen na zijn oratie in Wageningen.

Het is duidelijk dat boeren geen hoogwaardige natuur zoals de Oostvaardersplassen kunnen scheppen, het blijven akkers en graslanden. 'Maar we kunnen wel de processen stimuleren, die nodig zijn om de natuur een kans te geven. Elke boer zou 5 procent van zijn land moeten inruimen voor natuur, nu is dat hooguit 2 procent.'

Een nogal krasse opgave gezien de tegenvallende resultaten die tot dusver met agrarisch natuurbeheer zijn geboekt. Zo bleek uit Wagenings onderzoek, dat in 2001 het wetenschappelijk tijdschrift Nature haalde, dat de weidevogels niet beter af zijn op boerenbedrijven waar de nesten van grutto's, tureluurs en kieviten worden beschermd. Er kwamen niet meer weidevogels voor dan op de bedrijven waar niet aan weidevogelbeheer werd gedaan.

Boeren moeten dus meer doen om het de vogels naar de zin te maken. Nesten en eieren niet platmaaien, de basisvoorwaarde om voor een natuurcontract en bijkomende vergoeding van het rijk in aanmerking te komen, wil nog niet zeggen dat de uitgekomen jongen ook overleven. Zonder insecten halen ze de winter niet. Een gruttokuiken heeft tienduizend insecten per dag nodig om te overleven. Er moeten dus ook insecten zijn en daarvoor bieden bloemen die nectar geven, uitkomst. En planten gedijen doorgaans beter langs de slootkant.

De (jonge) dieren moeten ook dekking vinden in hoger gras om niet onmiddellijk in de bek van een vos of roofvogel te verdwijnen. Een beetje begroeïing waar geschuild kan worden, is dan al gauw geboden.

Veel boeren experimenteren nu met mozaïekbeheer, zegt De Snoo. Percelen met kort en lang gras en ook natte en droge stukken wisselen elkaar daarbij af. De vogel krijgt zo een gespreid bedje voor zijn hele levensloop. Of dit mozaiekbeheer een succes is, moet nog blijken.

In Nagele in de Noordoostpolder wordt op de proefboerderij die aan de universiteit in Wageningen is verbonden, veel onderzoek gedaan naar planten en hun omgeving. Onderzoeker dr. Andries Visser ziet de natuurlijke akkerranden ook als buffers waar sluipwespen en zweefvliegen zich kunnen ontwikkelen, de natuurlijke vijanden van luizen die zich aan de tarwe op de aangrenzende percelen tegoed doen.

Zo houdt ook het milieu er nóg een voordeel aan over. Als de plagen worden bestreden door insecten, hoeft een boer minder bestrijdingsmiddelen te spuiten. Als bij elk gewas de natuurlijke vijand wordt gezocht en deze zou alle kans krijgen in een natuurlijke akkerrand, dan kan een boer de gifspuit dus vaker achterwege laten. 'Op deze manier ontstaat een dooradering van het landschap met akkerranden, dat aangenaam oogt', zegt Visser.

De kans is groot dat er tussen die akkerranden en de 'pure natuur' van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten uitwisseling ontstaat. Ze helpen elkaar vooruit, omdat de boeren ruimte bieden voor bijvoorbeeld muizen waarop de roofvogels in het natuurgebied prederen. Visser zou deze akkerrandnatuur dan ook niet gauw als tweederangsnatuur betitelen.

Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale landschaps-stichtingen vinden dat zij op hun terreinen het meest de echte natuur benaderen. Ze leggen zich daar ook voor eeuwig op vast. Boeren sluiten slechts voor zes jaar een contract en kunnen daarna de natuur weer als landbouwgrond gebruiken. Daarmee geven ze een belangrijke voorwaarde voor natuur - namelijk continuïteit - op, zegt Robbert Moens van Natuurmonumenten. 'Agrarisch natuurbeheer is altijd in de marge van het landbouwbedrijf en dat levert per saldo minder natuur op.'

Om de stedeling meer naar het platteland te krijgen, moet de boerennatuur dichter bij de mensen komen, vindt De Snoo. Het recht op overpad, waarmee mensen over het boerenerf kunnen lopen zoals in Engeland al eeuwen gebeurt, moet ook in Nederland normaal worden. Nog directer is het profijt als wandelaars en fietsers de bessen en bloemen in de perceelranden mogen plukken.

De Snoo vindt dat boeren moeten kiezen: nu is het zo dat ze hun grond in eigendom willen houden met onbeperkt agrarisch gebruik en dan ook een eeuwigdurende subsidie willen krijgen. Op die manier lukt het niet om een omslag in de landbouw te bereiken. Europese landbouwsubsidies moeten uitsluitend bij boeren terechtkomen die aan natuurontwikkeling doen.

Supermarkten spelen in de visie van De Snoo een cruciale rol in die omslag. Ze zouden alleen nog producten moeten afnemen van boeren, die bewezen hebben dat ze een deel van hun grond inruimen voor de natuur en een ecologisch verantwoord bedrijf voeren.

'De boeren krijgen daarvoor geen vergoeding. Het wordt een voorwaarde om landbouwproducten aan supermarkten te kunnen afzetten. In Engeland vraagt supermarktketen Sainsbury al zo'n bewijs en daar is het een succes.'

De Snoo verwacht dat boeren zich massaal aan de nieuwe supermarkteisen zullen aanpassen.

'Boeren zijn gemotiveerd om hun bedrijfsvoering ecologischer te maken. Maar ze moeten wel ergens hun kennis opdoen.'

De nieuwe hoogleraar vermoedt dat een aantal boeren met zijn bedrijf zal stoppen en weidewachter wordt. Voor die boeren zou de organisatie Natuurlijk Platteland, de koepel waarbinnen alle clubs zijn verenigd voor agrarisch natuur-en landschapsbeheer, de vierde terreinbeherende organisatie in Nederland kunnen worden naast Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale landschappen.

'Prima, welkom bij de club', reageert Moens van Natuurmonumenten. 'Alleen, ik verwacht niet dat het gebeurt. Een boer is boer omdat hij zich toelegt op landbouw. Een boer die zich primair bezighoudt met natuur, is een zeldzaamheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden