‘Laat anderen het stokje overnemen’

Het is Rooie Vrijdag en in Petawawa, populatie 14.651, lopen ze derhalve door de garnizoensstad in T-shirts in de nationale kleur om de jongens in Afghanistan te steunen....

Wat hij nou vindt van het gekibbel in Ottawa, luidde de vraag, waar oppositie en regering elkaar bijna de tent uitslaan over de omstreden oorlog die al aan 54 soldaten het leven heeft gekost?

Het is het hoogste Canadese dodental in vijf decennia vredesmissies. Uiteengereten langs de weg door bermbommen en zelfmoordterroristen of in het hoofd gehakt met een bijl door de Taliban. Van de 54 waren 21 gelegerd in de legerbasis van Petawawa, een van ’s lands grootste.

Bruggen zijn er behangen met yellow ribbons (gele linten) en bij autodealers en winkels staan borden met de tekst: ‘Wij staan achter onze troepen’. . Bij elke onheilstijding uit Taliban-land, vertelt burgemeester Bob Sweet, daalt er een stilte neer over Petawawa en de omliggende dorpen van Renfrew County.

‘Het zijn jongens die hun leven hebben gegeven voor de vooruitgang’, zegt Sweet (64) op het stadhuis over de gevallen zonen en dochters van Petawawa. ‘Dit wordt een tweede Irak’, mompelt Dew, een gepensioneerde inwoner pessimistisch.

Dew: ‘Niemand in Ottawa heeft ons ooit uitgelegd waarom we nou in Zuid-Afghanistan zitten of ons gevraagd wat we van deze missie vinden. Ik steun onze jongens volledig, maar ze komen daar gewoon niet verder. Wegwezen.’

Canada, het NAVO-lid met naar verhouding de meeste doden in Zuid-Afghanistan, worstelt met de moeilijkste militaire klus sinds de Korea-oorlog. Nederland neemt in de zomer een besluit over verlenging van de missie, maar als het aan een meerderheid van het Canadese parlement ligt, komt er een einde aan het Afghanistanavontuur.

Of per 2009, zoals de grootste oppositiepartij de Liberalen én bijna tweederde van de bevolking wil, of direct, waarvan de kleinere Nieuwe Democratische Partij (NDP) groot voorstander is.

Omdat beide oppositiepartijen hopeloos verdeeld blijven, hebben moties over een terugtrekking van de 2500 militairen uit de provincie Kandahar tot nu toe geen meerderheid gekregen en kon de Conservatieve minderheidsregering van premier Stephen Harper gewoon doorregeren.

Maar voor Harper, die de missie te vuur en te zwaard verdedigt, is het elke dag weer op eieren lopen. De dood van negen militairen rond Pasen en recente onthullingen dat Talibanstrijders door de Afghaanse politie zijn gemarteld nadat ze door Canadese soldaten waren overgedragen, hebben de roep om terugtrekking versterkt.

Ook het Canadese beeld van de oorlog als een Amerikaanse operatie doet de missie niet veel goeds. ‘George Bush is hier impopulair’, betoogt de Liberale senator Colin Kenny (63) in zijn kamer tegenover Parliament Hill. ‘Dat vormt een flink probleem voor deze uitzending.’

Zo’n 55 procent van de Canadezen, die net als de Nederlanders al jaren gewend zijn vredes- en niet zozeer gevechtsmissies uit te voeren, wil nu de militairen terughalen als het dodental flink blijft stijgen. Hoe hoog de gemoederen in het parlement kunnen oplopen, blijkt tijdens Question Period, het dagelijkse vragenuurtje.

Tussen bijtende vragen over taalrechten voor minderheden en de stijgende werkloosheid, hekelt de oppositie vrijwel dagelijks het Afghanistanbeleid. Al met al weinig patriottisch en zelfs verraad aan de soldaten in Kandahar, insinueerde premier Harper, in het gezelschap van ‘s lands hoogste militairen, onlangs tijdens een bezoek aan Petawawa.

De polemiek is zelfs doorgedrongen tot het Canada War Museum, dat deze dagen een aangrijpende tentoonstelling wijdt aan de oorlog. ‘Omdat ik onze deelname in twijfel trek’, heeft een bezoeker, anoniem, gekrabbeld op een briefje dat bij de ingang op een muur is geplakt, ‘wil dat niet zeggen dat ik geen patriot ben en onze soldaten niet steun.’ Op een groot beeldscherm doemen de gezichten op van de 54 gesneuvelden.

‘We hadden Bush nooit blindelings moeten volgen en de oorlog verklaren aan Afghanistan’, zegt Lise (65) uit Montreal die met haar man Jean-Claude en twee vrienden de expositie bezoekt. ‘We volgen de Amerikanen altijd. Terugtrekken, nu!’ Jean Claude (68): ‘We gingen er indertijd heen om op te bouwen en nu vechten we constant in Kandahar. Twintig doden is al erg genoeg, laat staan 54.’

Bizar en dom, zo noemt Kenny de luide roep, ook in zijn partij, om terugtrekking in 2009. Hij toont apetrots foto’s van zijn vader, een Dakotavlieger, die in de Tweede Wereldoorlog boven Arnhem werd neergeschoten. Kenny: ‘In 1940 hebben we ook niet gezegd: we vechten tegen de Duitsers tot 1943. Het is een verkeerd signaal aan de Taliban en de wereld.’

Volgens de senator wreekt zich nu dat er nooit een publiek debat is geweest, onder de vorige Liberale regering van Paul Martin noch onder Harper, over deelname aan de strijd in Zuid-Afghanistan. Kenny: ‘Voor je de militairen in gevaar brengt, moet je de 32 miljoen Canadezen achter je hebben. Maar er is nooit politiek leiderschap getoond. Harper heeft niet eens de moeite genomen de bevolking duidelijk te maken waarom we in Afghanistan zitten. En dat het de moeite waard is om daar soldaten te verliezen.’

Bij het postkantoortje van Petawawa parkeert veteraan Stan Duplisia (56) zijn Harley Davidson. Twee rode vlaggen wapperen aan de achterkant. Morgen rijdt Duplisia, die in 1992 in Somalië diende, samen met andere Harley-rijders de basis op om de militairen een hart onder de riem te steken. Daarna gaan ze barbecuen. Duplisia: ‘De klus is geklaard, laten andere landen het stokje nu maar overnemen. Wij hebben genoeg gedaan.’

‘We hadden Bush nooit blindelings moeten volgen’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden