Laat Afghanistan eigen politie trainen

De opleiding van de Afghaanse politie gaat moeizaam. Het moreel onder de agenten is laag en de trainers zijn gefrustreerd....

Philip Jol

De Afghaanse Nationale Politie (ANP) kan nog steeds niet op eigen benen staan. Zelfs niet na vele jaren intensieve training door de internationale gemeenschap. Toch wil Nederland nog meer politietrainers naar Afghanistan sturen. Daarvoor hebben GroenLinks en D66 een voorstel ingediend. Deze twee partijen willen het aantal van 20 Nederlandse trainers uitbreiden met 50. De extra trainers zullen door ongeveer 200 Nederlandse militairen moeten worden beschermd. Het is een goed idee dat Nederland zich na ‘Uruzgan’ blijvend wil inzetten voor Afghanistan. Het is alleen de vraag of dit plan de beste keuze is.

De NAVO meldde onlangs dat de ANP (96 duizend man sterk) in slechts 12 van de bijna 400 districten van Afghanistan zelfstandig kan werken. In de rest van het land is het politiewerk ver beneden de maat en moeten agenten continu worden begeleid door internationale trainers en mentoren. Dit komt doordat de ANP kampt met veel problemen. Deze problemen hebben een Afghaanse en een internationale kant.

Aan de Afghaanse zijde is de ANP als organisatie doordrenkt van corruptie. Hoge banen worden voor veel geld gekocht waarna de investering dubbeldik wordt terugverdiend aan malafide praktijken. Ook het lagere kader is goed in het genereren van extra inkomsten die zij vooral bij het volk weghalen.

Daarnaast lukt het de Taliban om het systeem te ondermijnen en agenten aan te zetten tot geweld tegen internationale trainers en militairen. Soms met dodelijke afloop. Hoewel het werk van een Afghaanse agent risicovol is, zijn de salarissen laag. De keuze uit geschikt personeel is hierdoor beperkt. In sommige gevallen worden zelfs drugverslaafden aangenomen, als zij maar beloven af te kicken. Bovendien kunnen de meeste agenten niet lezen of schrijven.

De internationale zijde van het probleem kenmerkt zich onder andere door het grote aantal hervormings- en trainingsprogramma’s. Die programma’s lopen kris kras door elkaar en de coördinatie is soms ver te zoeken. Allemaal hebben ze een eigen visie en doel. De één tracht kwaliteit te behalen terwijl de ander voor kwantiteit gaat. Vooral de Amerikanen, zij hebben de meeste programma’s, stomen veel rekruten klaar in slechts enkele weken tijd. Velen van hen worden direct ingezet in contra-terroristische activiteiten. Maar hun training schiet daarvoor tekort. Hierdoor is het sterftecijfer onder de Afghaanse agenten enorm hoog.

Ook struikelt de internationale gemeenschap over het aantal verschillende bevolkingsgroepen binnen de ANP. Hen verkeerd interpreteren kan tot fricties leiden en ondermijnt de communicatie die over het algemeen al moeizaam verloopt. Daarnaast lijden de programma’s onder een aanzienlijk tekort aan trainers. Dit komt doordat het voor buitenlandse agenten gevaarlijk en lastig werk kan zijn. De veiligheidsvoorschriften zijn fors en belemmeren hun bewegingsvrijheid en manier van werken. Een andere reden is dat regeringen simpelweg niet met de nodige financiën over de brug komen. Desalniettemin is dit jaar een nieuw trainingsprogramma in het leven geroepen. Dit keer onder leiding van de NAVO met Amerika als aanvoerder. Want ondanks alles moet de ANP in 2014 tot 160 duizend agenten zijn uitgegroeid. Dit past in de exit-strategie van Amerika. Zij willen dat de Afghanen dan zelf de verantwoordelijk nemen voor hun eigen veiligheid.

Al met al lopen de trainingsprogramma’s moeizaam. Veel trainers zijn gefrustreerd en het moreel onder de Afghaanse agenten is laag. Als na acht jaar nog maar 3 procent van alle districten zelfstandig kan werken, wil dat veel zeggen. De Nederlandse regering moet zich afvragen of het sturen van louter meer trainers de beste bijdrage is. Nog meer mensen confronteren met deze problemen zou niet wenselijk zijn. Nederland zou er beter aan doen de eigendomsoverdracht van trainingen te stimuleren.

De Afghanen moeten meer te zeggen krijgen over hun eigen politie. Want wat lijkt te ontbreken aan alle internationale pogingen iets van de ANP te maken, is het concept ‘ownership’. De Afghanen hebben nagenoeg geen aandeel in alle inspanningen. Wij zijn de meesters en zij de leerlingen. Het excuus is vaak dat zij het niet aankunnen of niet betrouwbaar zijn. Maar dit afgezet tegen het groot aantal problemen lijkt het (geleidelijk) teruggeven van deze verantwoordelijkheden de enige manier schot in de zaak te krijgen.

Nederland zou ervoor kunnen kiezen energie te steken in de didactische vorming van een selecte groep capabele agenten. Afghaanse agenten die vervolgens als trainer in hun eigen taal, in hun eigen complexe samenleving, aan de slag gaan. Zij zouden veel beter in staat zijn kennis en ervaringen door te geven. Met de juiste vaardigheden kunnen zij worden ingezet om agenten te motiveren goede agenten te zijn. Er zou zelfs aan een piramidetraining gedacht kunnen worden. Een steeds grotere groep lokale trainers zou een steeds bredere laag van agenten weten te bereiken. Nederland moet, naast het faciliteren, een adviserende, beschermende en controlerende rol spelen. zijn. Want het is zoals de Amerikanen het zeggen: zij moeten het uiteindelijk zelf doen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden