Nieuws behulpzaamheid

Laagopgeleiden zijn behulpzamer dan hoogopgeleiden, vrouwen iets meer dan mannen, grote meerderheid zou graag meer doen

Laagopgeleiden helpen vaker hun buren, vrienden, kennissen of familieleden dan hoogopgeleiden. Zo’n 41 procent van de lager opgeleiden zegt wekelijks iets te doen voor een ander, tegen 28 procent van de hoger opgeleiden. Het percentage dat zegt nooit iemand te helpen, verschilt nauwelijks onder hoog- en laagopgeleiden, ongeveer 10 procent.

Een buurtbijeenkomst bij wijkcentrum De Hobbit in de voormalige achterstandswijk Malburgen in Arnhem. Beeld Marcel van den Bergh

Dit blijkt uit het onderzoek ‘Hulp in de omgeving’ van I&O Research, in opdracht van de NOS. 2.251 personen van 18 jaar en ouder zijn ondervraagd. Daarnaast vulden, via een oproep van de regionale omroepen, ruim vijfduizend personen een enquête in, om mogelijke regionale verschillen te kunnen duiden.

Bijna iedereen zegt dus zeker eens per jaar een ander te helpen. De helft van de ondervraagden doet minimaal één keer per maand iets voor iemand anders, eenderde minimaal één keer per week of zelfs elke dag. Het gaat bijvoorbeeld om ‘lichte hulp’: iemands kat verzorgen, iemands vuilnis buiten zetten, iemand helpen met de administratie of een eenzaam persoon gezelschap houden. Een kleiner percentage geeft regelmatig zwaardere hulp, bijvoorbeeld persoonlijke verzorging en helpen bij douchen en aankleden. Vrouwen zijn gemiddeld hulpvaardiger dan mannen.

Geografische binding

‘Laagopgeleide vrouwen werken gemiddeld minder uren dan hoogopgeleide vrouwen en hebben dan meer ruimte om anderen te helpen’, zegt hoogleraar burgerschap Evelien Tonkens aan de Universiteit van Humanistiek. Wat volgens haar ook een verklaring kan zijn voor het hogere percentage laagopgeleiden dat hulp biedt, is de gemiddeld grotere geografische binding van laagopgeleiden. Die wonen vaker dan hoogopgeleiden in buurten of dorpen waar ze geworteld zijn. Wie meer contacten en familie heeft in de eigen omgeving, zal ook gemakkelijker iemand helpen. Hoogopgeleiden verlaten vaker hun geboortegrond voor studie of werk.

‘Daarbij kunnen hoogopgeleiden ook gemakkelijker hulp inkopen dan laagopgeleiden’, zegt Tonkens. ‘En hoogopgeleiden zijn dan weer actiever dan laagopgeleiden op andere gebieden, zoals het opzetten van burgerinitiatieven.’

Gemeenschapszin

Uit het onderzoek blijken geen grote verschillen in hulpvaardigheid tussen stad en platteland. In het zuiden is men gemiddeld iets hulpvaardiger. In de landelijke gebieden helpen mensen elkaar vaker vanwege een sterker gevoel van gemeenschapszin. ‘In onze regio is dat vanzelfsprekend’, is een veel gegeven antwoord. Ook het argument van wederkerigheid wordt vaak genoemd: ‘Dan doen onze buren ook weer wat voor ons als wij er niet zijn.’ In stedelijke gebieden noemen ondervraagden vaker liefde en genegenheid als motief.

Het geeft voldoening om te helpen, zeggen de meesten. Een ruime meerderheid van de ondervraagden zegt ook graag meer te willen doen voor een ander, vooral als het gaat om lichte hulp. ‘Het is fijner om te helpen dan om zelf hulpbehoevend te zijn’, zegt een ondervraagde. ‘Het geeft mij een veilig gevoel als we voor elkaar zorgen; dat maakt de maatschappij sterker’, zegt een andere.

Bij zware hulp zeggen veel ondervraagden dat zij zich moreel verplicht voelen die te geven. Onder deze groep voelen ook meer ondervraagden zich overbelast dan in de andere categorieën.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.