Laaggeschoolde flexwerker moet geduld oefenen

Na twee jaar flexwerk een vast contract in plaats van na drie jaar: vakbonden en werkgevers hebben er belang bij. Het profijt voor de flexwerker is onzeker.

De flexwerker die hoopt op een stevigere positie op de arbeidsmarkt moet nog even geduld hebben. De vaste baan die lonkt na twee jaarcontracten in plaats van drie schuift een jaar vooruit in de tijd. Een meerderheid in de Tweede Kamer besloot deze week tot uitstel van dit onderdeel van de Flexwet. Met als reden: om vooral jongeren in bescherming te nemen. In crisistijd zouden zij juist werkloos worden als werkgevers worden gedwongen ze eerder een vaste baan te geven.


Het uitstel leverde gisteren meteen boze reacties op. Werkgeversvoorman Bernard Wientjes stoort zich eraan dat er in de Tweede Kamer een 'sfeertje is gecreëerd dat werkgevers iedereen na twee jaar op straat gooien'. Dat is volgens hem 'een karikatuur van de werkelijkheid'.


Volgens FNV-voorzitter Ton Heerts zijn ingeperkte flexcontracten juist nodig om jongeren perspectief te geven op een vast dienstverband. 'Uitstel van deze maatregel verbetert de positie van jongeren juist niet.'


De Flexwet - officieel Wet Werk en Zekerheid - geldt als het succes van de wederopstanding van het poldermodel. Werkgevers en werknemersorganisaties werden het in het voorjaar van 2013 eens over ingrijpende veranderingen voor de arbeidsmarkt.


Flex wordt hierdoor minder flex, vast minder vast. Buit voor de vakbeweging: er wordt paal en perk gesteld aan tijdelijk werk, zowel in het aantal contracten als in de vorm (geen 0-urencontract meer in de zorg), al wordt dat nu een jaar later. De werkgevers halen hun winst in 2015 binnen: het wordt goedkoper om vaste medewerkers te ontslaan. De ontslagvergoeding is dan geen willekeurige gouden handdruk meer, maar bedraagt maximaal 75 duizend euro voor iedereen die wordt ontslagen.


Maar heeft een flexwerker er nu baat bij als hij al na twee jaar een vast contract krijgt (Heerts), of leidt dat alleen maar tot meer werkloosheid onder flexwerkers zoals een meerderheid in de Tweede Kamer vindt?


Er is nog nooit consensus geweest over de effecten van flexwerk. Er zijn economen - en politici - die tijdelijke banen beschouwen als een oneindige, verwerpelijke carrousel die zich vooral afspeelt aan de onderkant van de arbeidsmarkt waar laagopgeleiden nooit de zekerheid van een vaste baan krijgen. En er zijn economen - en politici - die flexwerk vooral beschouwen als een broodnodig instrument voor werkgevers om mee te bewegen met de economie.


Praktisch als politici moeten zijn: die laatste stroming heeft met D66, VVD en CDA in Den Haag de overhand. En het kabinet-Rutte/Asscher heeft hen nu eenmaal nodig.


Ondertussen hoopt de Haagse politiek al even pragmatisch dat het economische herstel dit jaar doorzet. Want dan trekt uiteindelijk ook de arbeidsmarkt aan en daarvan profiteert dan ook de flexwerker.


Werkgeversvoorman Wientjes liegt niet als hij ageert tegen 'de karikatuur van de werkelijkheid'. Ondanks de toegenomen flexibilisering kunnen jongeren met bijvoorbeeld een opleiding in de techniek nu hier en daar al een vaste aanstelling krijgen. Het is vooral de laaggeschoolde flexwerker die straks vermoedelijk meer zekerheid kan ontlenen aan de nieuwe Flexwet. Maar die moet eerst nog geduld hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden