La solitudine dei numeri primi

Wat lezen ze eigenlijk over de grens? Correspondenten over de bestsellers in hun land. Vandaag: Eric Arends in Italië over La solitudine dei numeri primi....

Paolo Giordano is geen filmster, geen zanger en evenmin voetballer van Juventus, al komt hij uit Turijn. Giordano is schrijver. Met dat beroep werf je doorgaans weinig groupies. Maar de vele, spontane reacties op zijn debuutroman op websites en blogs zijn zo juichend, de complimenten aan hem zijn zo liefdevol, dat de literaire wereld in Italië spreekt van een ‘woeste, onstuimige’ gebeurtenis.

Misschien heeft zijn leeftijd ermee te maken. Giordano is van 1982. Hij ziet er ook nog eens goed uit, wat ze op de pr-afdeling van uitgeverij Mondadori kundig benadrukken met webvideo’s en gelikt fotomateriaal van de auteur. Maar daarmee is het plotselinge succes van de afgestudeerde fysicus slechts zeer ten dele verklaard. Ook recensenten van de serieuze kranten loven de ‘overtuigende, buitengewone roman’ van Giordano, die in het rijtje zou passen van gevierde jonge auteurs als Mark Haddon en Niccolò Ammaniti. Begin juli kreeg Giordano zelfs de premio Strega, de belangrijkste literaire prijs van Italië.

Met thema’s als verlatingsangst, perfectionisme, schaamte en het verwoestende verwachtingspatroon van pa en ma, sluit La solitudine dei numeri primi (‘De eenzaamheid van priemgetallen’) naadloos aan bij de delicate leefwereld van de huidige generatie Italiaanse twintigers. Het boek beschrijft de parallelle levens van Alice en Mattia, een meisje en een jongen die los van elkaar op jonge leeftijd een dramatische ervaring ondergaan die van beslissende invloed is op hun persoonlijke ontwikkeling.

Alice, die een intense hekel heeft aan skiën, moet van haar vader toch naar de skischool om te ‘laten zien wie je bent’. Ze verlaat boos de skiklas, glijdt alleen richting dal, verdwaalt in de mist, breekt een been en loopt vanwege een gebrekkige genezing de rest van het boek mank. Mattia is de hoogbegaafde tweelingbroer van Michela, een meisje dat geestelijk niet helemaal in orde is. Hij schaamt zich voor zijn zus, laat haar in het park achter om in zijn eentje naar een verjaardagsfeest te gaan, wil haar een paar uur later weer ophalen maar ontdekt dat zij is verdwenen, naar later blijkt voorgoed.

Alice en Mattia leren elkaar enkele jaren later kennen op school, waar ze zich zeer tot elkaar aangetrokken voelen. Maar de liefde blijft onuitgesproken, laat staan dat ze wordt geconsumeerd. Het leven heeft hen intussen zo getekend (Alice krijgt anorexia, Mattia doet aan zelfverminking) dat zij niet in staat zijn normaal om te gaan met gevoelens van liefde en genegenheid.

In de optiek van Mattia, die uitgroeit tot een bejubeld wiskundige, wijken de twee jongeren af van hun omgeving als priemgetallen van ‘gewone’ cijfers.

Een vrolijk boek is het niet, en op de forums op internet krijgt Giordano ook het verwijt wel erg veel leed op elkaar te stapelen. Maar de meeste lezers wijzen met instemming op ‘de zeer actuele onderwerpen’ die Giordano aansnijdt, of verklaren dat ook zij al jaren als priemgetal door het leven gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden