La ravissante

Kinderen en carrière: het is spitsuur in het leven van Magdalena Kozená. De mezzosopraan komt als festivalster naar de Operadagen Rotterdam. 'Mijn vak gaat niet alleen over zingen, het lastigste is de psychologie eromheen.'

Agenda's trekken, de maand doornemen, wie zorgt wanneer voor de kinderen? Tot zover wijken de keukentafelsessies bij Magdalena Kozená thuis niet af van de onderhandelingen in menig spitsuurgezin.


Wat het al lastiger maakt, is dat haar carrière als mezzosopraan zich afspeelt in zalen en operahuizen wereldwijd. Als ze niet oppast, duurt het weken voor ze in Berlijn Jonas (7) en Milos (4) weer kan knuffelen.


Maar pas echt gecompliceerd wordt het in combinatie met de betrekking van haar man. Die heet Simon Rattle en verdient de kost als chef-dirigent van de Berliner Philharmoniker.


Een baan met verplichtingen, nog afgezien van het feit dat zowat elk Europees, Amerikaans en Aziatisch orkest bedelt om een gastoptreden van de gewilde Sir Simon. Doorgaans tevergeefs, weet Kozená. 'We vinden een regulier gezinsleven namelijk allebei belangrijk. En ik moet zeggen dat Simon, voor een dirigent van zijn statuur, veel tijd investeert in zijn kinderen. Hij wordt er door sommige collega's zelfs mee gepest. Simon Rattle? Is dat niet die parttimedirigent?'


In 2003, allebei getrouwd, leerden ze elkaar kennen tijdens het werk aan Mozarts opera Idomeneo. Hun verhouding lekte uit en de Tsjechische Kozená maakte hardhandig kennis met de Britse schandaalpers. Die publiceerde smeuïge verhalen over een blue-eyed blonde bombshell op duizelingwekkend hoge hakken.


'Sindsdien weet ik hoe celebrity's zich moeten voelen', zegt de mezzo met haar nuchtere, lage spreekstem. In de lobby van haar Londense hotel meldt ze zich op platte hakken. En sinds haar recente titelroldebuut in Bizets opera Carmen is het helblonde er ook al af.


'Het bleef een gehannes met die operapruik. Toen heb ik mijn haar maar laten verven. Voorlopig houd ik het zo; die rossige tint bevalt me wel.'


Zaterdag viert ze haar 39ste verjaardag. Kort daarop zet Kozená koers naar Rotterdam, waar de Operadagen met twee optredens profiteren van haar sterrendom.


In 1999, schuchter en wel, stapte ze met een zelfgemaakt barok-cd'tje naar het gerenommeerde platenlabel Deutsche Grammophon. Dat lijfde de zangeres uit Brno per direct in. Voor ravissante pr-foto's keek men vanaf het begin niet op een stuiver.


Toch was het vooral Kozenás geluid dat de aandacht trok. Haar stem tart elke beschrijving, zei in 2003 Malcolm Martineau, de man die als pianist nog altijd fenomenale liedzangers in portefeuille heeft. 'De ene minuut sopraan, de andere alt, zoiets heb ik nog nooit gehoord.'


Gelauwerde barokdirigenten als John Eliot Gardiner en Marc Minkowski wisten het Tsjechische Vielseitigkeitswunder al snel te vinden. Toen ook toonaangevende podia begonnen te bellen - van de Salzburger Festspiele tot de Metropolitan Opera in New York - kreeg de aanstormende diva een druk woonwerkverkeer.


Tegenwoordig is het enthousiasme niet onversneden. Ja, gaf het kennerstijdschrift Opernwelt toe na Kozená's Carmen, haar geluid is nog altijd 'subtiel gedifferentieerd' en 'fijn geciseleerd'. Maar wanneer de dramatiek opflakkert, lijden de hoge tonen.


Zelf vindt ze haar stem, na het hormonale oproer van twee zwangerschappen, vooral rijker geworden. 'De romantische lijnen van Brahms en Mahler liggen me nu beter, vooral in het middenregister. Met het circuswerk van coloraturen heb ik echter meer moeite. Vroeger stapte ik uit bed en kon ik meteen kwinkeleren, dat is er tegenwoordig niet meer bij.'


Misschien is het ook de prijs die ze betaalt voor de verbreding van haar repertoire. Kozená, begonnen met Bach en Händel, schoof door naar Mozart en bereikte via Tsjechen als Janácek en Martinu de 20ste eeuw.


Nu, in een uitverkochte Wigmore Hall, zingt ze zelfs Poèmes pour Mi van Olivier Messiaen, de militante katholiek die in 1992 overleed. 'Sla, klop, mep voor je God!', schalt Kozená door de Londense kamermuziektempel.


De zangeres lijkt verlegen met het gejuich dat losbarst. Als pianiste Mitsuko Uchida haar maant om componist en titel van de eerste toegift te noemen, maakt Kozená een verstolen wegwerpgebaar.


'Schuw, ik? Welnee', riposteert ze de volgende ochtend. 'Ik dacht: ik sta hier voor een kennerspubliek, dat ga ik toch niet beledigen door braaf Der Nussbaum van Schumann af te kondigen?'


Een deel van haar Londense programma herhaalt ze in Rotterdam, maar dan met Malcolm Martineau. Een paar dagen eerder trekt ze in Ravels eenakter L'enfant et les sortilèges voor het eerst op met Yannick Nézet-Séguin, de swingende chef van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.


Haar uitstapje zal het gemonkel over Kozená en Rattle vermoedelijk niet doen verstommen. Wie de een vraagt, luidt soms de klacht, krijgt de ander erbij. Kozená die meezingt in Mahler, op Rattles platenlabel EMI. Rattle die voor Kozenás nieuwe cd met liederen van Dvorák, Mahler en Ravel tijdelijk oversteekt naar Deutsche Grammophon.


'Het is waar, we treden vaker samen op dan we anders zouden doen. Maar dat vloeit nu eenmaal voort uit de logistiek van ons gezin. In artistieke zaken volg ik gelukkig nog altijd mijn eigen kompas. Mijn echtgenoot heeft mij niet ontdekt, laat staan beroemd gemaakt.'


Toch reizen ze deze zomer, voor de reprise van Carmen, opnieuw in familieverband naar Salzburg. Magdalena Kozená ziet haar rol nadrukkelijk in historische context: de wereldpremière van Carmen vond in 1875 plaats in de intieme akoestiek van de Parijse Opéra-Comique. En de eerste titelvertolkster, Célestine Galli-Marié, had een licht geluid, 'niet de welhaast genetisch gemanipuleerde, krachtige borststem waarmee Carmen tegenwoordig wordt gezongen.'


Ooit heeft ze zichzelf bezworen geen recensies meer te lezen. Kritiek, akkoord, maar de taal waarin die wordt geformuleerd ervaart ze soms als kwetsend. Trapte ze er laatst toch weer in.


Weken na de Carmen-première ontving ze van de Salzburgse pr-mensen een vriendelijk mailtje. Dan zal in de bijlage wel die ene aardige recensie zitten, meende Kozená. Las ze hoe The Telegraph haar hard bevochten Carmen beschreef als - ze haalt adem - 'een leuk meisje uit Brno, dat is verdwaald tijdens het uitstapje van de zondagsschool naar Sevilla.'


Het duurde dagen voordat de stoom uit haar oren was ontsnapt. 'Mijn vak gaat niet alleen over zingen, het lastigste is de psychologie eromheen. En in tegenstelling tot wat ik vroeger altijd dacht, wordt dat met het klimmen der jaren niet makkelijker.'


CV Magdalena Kozená, mezzosopraan


1973 geboren in Brno (Tsjechië)


1995 wint het Internationale Mozartconcours in Salzburg


1999 tekent een platencontract bij Deutsche Grammophon


2001 debuteert bij De Nederlandse Opera in Händels Giulio Cesare


2003 ontmoet dirigent Simon Rattle, met wie ze in 2008 trouwt


2004 wordt door het Britse kennerstijdschrift Gramophone uitgeroepen tot Artist of the Year


2011 trekt zich bij De Nederlandse Opera ziek terug uit Der Rosenkavalier van Richard Strauss


2012 maakt haar titelroldebuut in Bizets opera Carmen


Operadagen Rotterdam


'Droom & Daad' luidt het thema van de zevende editie van de Operadagen Rotterdam. Magdalena Kozená is 'speciale festivalster'. Sopraan Claron McFadden presenteert met Lilith haar eerste eigen productie. Gerardjan Rijnders schreef een libretto voor acteursgroep Wunderbaum. Op talrijke podia vallen nog 38 andere opera- en muziektheaterproducties te zien.


Operadagen Rotterdam, 25 mei t/m 3 juni, operadagenrotterdam.nl


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden