La Niña kans voor grieppandemie

Als er een La Niña is, een tijdelijke afkoeling van de Stille Zuidzee, pas dan op. De kans op een nieuwe, potentieel gevaarlijke griepuitbraak lijkt dan groter dan ooit.

AMSTERDAM - Tijdens een La Niña verleggen trekvogels hun routes, strijken ze vaker en op andere plekken neer en raken sommige soorten verzwakt. Allemaal factoren die ertoe kunnen bijdragen dat de dieren onbedoeld een nieuw en mogelijk dodelijk griepvirus tevoorschijn knutselen. Nieuwe griepvarianten ontstaan immers doordat vogelvirussen met elkaar vermengd raken, al dan niet in het lichaam van andere dieren zoals varkens of kippen op de boerderij.


Die opmerkelijke mogelijkheid schetsen twee Amerikaanse epidemiologen, Jeffrey Shaman en Marc Lipsitch, in het vakblad PNAS. Het was de twee opgevallen dat de grieppandemieën van 1918, 1957 en 1968, maar ook die van 2009, volgden op een La Niña. Dat is misschien toeval - maar misschien ook niet, aldus Shaman en Lipsitch. 'Onze hypothese is dat La Niña de juiste omstandigheden schept, door de mengpatronen van trekvogels te veranderen', licht Shaman toe.


Eerder onderzoek bracht al andere frappante verbanden aan het licht tussen schommelingen in de zeewatertemperatuur van de Stille Zuidzee en ziekten. Maar dat een La Niña, in de woorden van Shaman en Lipsitch, 'in sommige delen van de wereld subtypes van griep samenbrengt', is nieuw.


Vrij van problemen is de theorie niet, geven Shaman en Lipsitch toe. Zo was de La Niña die aan de pandemieën van de 20ste eeuw voorafging lang niet altijd even sterk en kwam de 'Mexicaanse' griep van 2009 niet van vogels, maar van varkens.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden