l'Aquila: Verfomfaaid de moed erin houden

Ruim twee weken na de aardbeving bivakkeren tienduizenden daklozen nog in tenten. De vele naschokken houden de wederopbouw tegen.

Waarom zou je hier ’s ochtends nog opstaan? De vraag is misschien wat boud, maar toch: wat voor zin heeft het om in dit gigantische tentenkamp aan de rand van L’Aquila aan een nieuwe dag te beginnen – zonder werk, met het huis in puin, en in het besef dat sommige familieleden of kennissen die vreselijke, eindeloze aardbeving van 6 april niet hebben overleefd?

Giuliana Gatti haalt haar schouders op. Het is half 8 ’s ochtends en het is koud. Boven de besneeuwde toppen van de Apennijnen hangen nog steeds de diepgrijze regenwolken van afgelopen dagen. Gatti (57) voert haar hondje in melk gedrenkte koekjes uit een plastic bekertje. ‘We moeten ons aanpassen’, zegt zij. ‘Maar dat is nogal moeilijk in deze omstandigheden.’

Twee weken geleden had Gatti nog een fijne baan bij de provincie en woonde ze met haar man in een comfortabel appartement op de derde verdieping van een flatgebouw in L’Aquila. Toen begon de aarde te schudden, en haar woning te wankelen. ‘Zelfs toen de beving voorbij was, bewogen de muren en trappen nog.’

Nu zit ze buiten met verfomfaaide haren en op pantoffels op een vochtige houten pallet, omringd door 1.600 dakloze lotgenoten op een doordrenkt terrein. Gatti plukt aan de zoom van haar vaalroze joggingbroek. ‘Ik mis hier een reden om me fatsoenlijk te kleden.’

Dat probleem tart vrijwel alle zestigduizend daklozen van het aardbevingsgebied in Midden-Italië. Tweederde van hen leeft in de 170 tentenkampen in en rond L’Aquila, de rest verblijft in hotels aan de Adriatische kust, die in opdracht van de regering zijn vrijgemaakt.

Met duizenden vrijwilligers verricht de nationale burgerbescherming indrukwekkend werk: er zijn gaarkeukens waar ontbijt, lunch en diner worden verstrekt, er zijn douches en chemische toiletten, er zijn huisartsenposten en in sommige kampen is zelfs een kapper en een dierenarts.

En toch. Zonder werk, school en een fatsoenlijk onderkomen is het een stevige klus om de moed erin te houden. Ook al omdat de meesten in een tent moeten samenleven met wildvreemden. ‘Mijn echtgenoot en ik slapen in een ruimte met twee mannen en twee oudere vrouwen met een papegaai’, zegt Giuliana Gatti. ‘Dat leidt tot ruzies. Willen wij televisie kijken, willen die vrouwen slapen. Vannacht begon een van hen ineens enorm te schreeuwen, omdat een van de mannen lag te snurken als een trein. Sommigen slapen met Chinezen en Albanezen in een tent. Dit moet snel veranderen, anders gaat dat misschien fout lopen.’

‘Deze mensen zijn in twintig seconden alles kwijtgeraakt’, zegt Francesco Martella, hoofd van het Rode Kruis in het kamp op Piazza d’Armi. Martella was in 1997 bij de verwoestende aardbeving in Umbrië en de Marken, en in 2004 bij de schok in San Giuliano di Puglia. Hij weet: ‘Een aardbeving zuigt je helemaal leeg en veroorzaakt heftige posttraumatische stress. Het is heel anders dan een overstroming, waarbij je na afloop je woning schoonmaakt en met het leven verder gaat. Een eigen huis heeft voor de meeste Italianen een grote betekenis, daarin ligt vaak een leven vol opofferingen besloten. Maar in nog geen halve minuut is dat allemaal vernietigd.’

Snel beginnen met de wederopbouw zou de L’Aquilanen hoop kunnen geven. In heel L’Aquila (voorheen ruim 75 duizend inwoners) zijn nu slechts vier, vijf winkels open: een supermarkt, een bakkerij, een paar koffiebars. Daar krijg je het leven niet mee op gang, weet ook premier Silvio Berlusconi, die vandaag met de hele ministersploeg in het aardbevingsgebied is. In het gebouw van de Guardia di Finanza in Coppito, een paar kilometer ten noordwesten van L’Aquila, besluit de regering onder meer tot de bouw van enkele duizenden woningen. ‘Die zullen over vijf, zes maanden klaar zijn’, verzekert Berlusconi.

In de tentenkampen heerst scepsis. ‘Beloften worden in Italië makkelijk gedaan, maar weinig worden er nagekomen’, zegt studente psychologie Lara Lorenzetti (25) in het tentenkamp op Piazza d’Armi in L’Aquila. ‘Dit zal bij de wederopbouw van deze regio niet anders zijn, vrees ik.’

Voorlopig gaat er sowieso geen paal de grond in. Niet omdat ‘politici alleen aan zichzelf denken’, zoals de heersende gedachte in de kampen is, maar omdat de voortdurende naschokken elke vorm van wederopbouw tegenhouden. Honderden zijn er al geregistreerd, en ook vandaag is het even na vijf uur weer raak: een beving van ruim 4 op de schaal van Richter.

‘Wij moeten onze mentale rust terugvinden’, zegt Mario Panella in een van de kleinere tentenkampen in Coppito, niet ver van de provisorische raadszaal van de Italiaanse regering. Zijn echtgenote boent driftig de tentvloer droog, voordat straks de avond valt en ze niets meer kan zien; het kamp in Coppito moet het zonder elektriciteit doen. ‘Ik schrik me nog steeds rot bij elke schok’, zegt Panella, die volschiet bij de gedachte. ‘Berlusconi heeft beloofd dat wij over een paar maanden uit de tenten kunnen. Maar wij moeten ons eerst zeker voelen om terug te kunnen.’

Tot die tijd tracht Panella de dagen door te komen ‘met opofferingsgezindheid’. Veel praten en wandelen. ‘En niet te vroeg naar bed. Anders ga je aan dingen denken die je uit de slaap houden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.