Kwijt

De helft van mijn tijd besteed ik aan het zoeken naar spullen die ik ben kwijtgeraakt. 'Heb kwijtgemaakt' volgens mijn levensgezel. Vaak ook stelt hij de vraag die geen enkele vrouw graag hoort en zeker niet van haar man: 'Waarom leg je je (sleutels, mobiele telefoon, stadspas) dan ook niet op dezelfde plek?' Terwijl hij zelf altijd alles kwijt is. Maar in dat geval vraagt hij doodgemoedereerd: 'Heb jíj mijn (bril, pen, pinpas) soms kwijtgemaakt?' En ik, ook niet mis: 'Nee, jijzelf misschien?!' Zoals in veel verbintenissen van langer dan acht jaar zijn wij beurtelings pot en ketel.


Maar toegegeven, zij het node: ik verlies wel eens iets. Is het niet het hoesje van een zonnebril of de zonnebril zelf (zonder hoesje), dan zijn het wel antieke oorbellen, nog van mijn arme moeder. Blijkbaar heb ik die bezittingen gedachteloos ergens 'even' neergelegd om onmiddellijk te vergeten waar. Tot ze na een tijdje weer boven water komen: in de zak van een badjas, diep in een tas, op het aanrecht.


Voor de goede orde: ik meld dit zonder enige zelfvertedering. Liever ben ik geen vergeetachtig oud wijf en houd ik mijn boeltje bij elkaar. Het leven zelf is al onoverzichtelijk genoeg.


Laatst bleek, vlak voor een reis, mijn paspoort spoorloos. Nota bene een gloednieuw exemplaar waarvoor ik me nog kortgeleden - tot twee keer toe! - knarsetandend had moeten vervoegen bij de meest demoraliserende instantie denkbaar: burgerzaken. Afgezien van lelijk want van rodekoolkleurig plastic is zo'n paspoort aardig prijzig. En daar komen de kosten van die vermaledijde foto ook nog bij. Die kun je - wel zo handig - een eindje verderop in de gang van dat genereus bemeten, uit glas opgetrokken, quasi-klantvriendelijke en daardoor des te deprimerender gemeentehuis laten maken. 'Nee, niet lachen, mevrouw', maant de fotograaf op werktuiglijke toon. 'Dat mag tegenwoordig niet meer.' En dan neemt hij je genadeloos en face. Resultaat: alsof je in de bolle kant van een lepel kijkt.


Goddank heb ik dat paspoort teruggevonden, in een laadje waar het nooit eerder had gelegen, tussen oude brieven, roestige paperclips en andere dingen die voorbij zijn.


Gek dat mijn dankbaarheid bij het terugvinden van zo'n verloren voorwerp veel minder groot is dan ik me voornam toen het nog onvindbaar was. Niks op de knieën, ogen ten hemel, dank u, lieve heertje, nee hoor: die vent bestaat niet eens en nu snel een lekker kopje koffie. Wat zit de mens opportunistisch in elkaar.


Afgezien van veel kwijt, heb ik ook vaak iets niet bij me dat ik bij me zou hebben moeten hebben. Een paar keer per week sta ik, na een omslachtige afdaling uit huis, eindelijk klaar om op te stappen, bij mijn fiets en ontdek dat mijn mobiele telefoon nog boven ligt. Een verslag van de smadelijke terugtocht voert te ver, maar, eenmaal boven, waar ligt hij? En, staat hij wel aan opdat ik hem kan traceren met de gewone telefoon?


Laatst toen het ding geen kik had gegeven en ik onverrichter zake ten tweede male was afgedaald, vond ik het in een van mijn fietstassen in een plasje water. Nu niet precies de plek waarop mijn wederhelft doelt als hij mijn pot of ketel is. Laat ik, voor hij onverhoopt mijn column van vandaag onder ogen krijgt, die hele V verstoppen. Als hij vraagt: 'Heb jij dat bijvoegsel soms kwijtgemaakt?' hul ik me in een raadselachtig zwijgen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.