Column

Kwijnende bakviskuren, maar heerlijk geschreven

Witteman heeft iets gelezen.

Ooit vond ik Couperus een ijdele, bespottelijke mooischrijver van geparfumeerd trutnichtenproza, maar later vernoemde ik met liefde een van mijn kinderen naar hem. Daar tussenin is, begrijpelijkerwijs, wel het een en ander gebeurd.

Tip: begin níét met Extaze of Noodlot, die zijn meer voor de gevorderde naturalist. De stille kracht is au fond een goede Couperus-starter-kit; voor mij helaas voorgoed bedorven omdat ik vóór het lezen die Nederlandse tv-verfilming met stijgende tegenzin had bekeken, alwéér met Pleuni Touw die de hele tijd met rollende stem om 'Oerrrrrip' schreeuwde en bovendien veel vaker naakt was dan strikt noodzakelijk, want dat deed men in 1974. (Willem Nijholt met snor in tropensmoking was ook een beetje jammer.)

Toen las ik, waarschijnlijk omdat ik me weer eens doodverveelde, Eline Vere. Rijk, mooi, laatnegentiende-eeuws Haags wicht probeert op allerlei kansloze damesmaniertjes vergeefs aan chronische melancholie te ontsnappen en is vervolgens nog te slap om behoorlijk zelfmoord te plegen: dat gaat uiteindelijk min of meer per ongeluk.

Gooi het maar in mijn pet, zegt u nu, en inderdaad ergerde ik me óók dood aan die kwijnende bakvissenkuren. Maar wat was het heerlijk geschreven! Overal poudre de riz en karmozijn, draperieën, waaiers van 'zeer fijn gesneden paarlemoêr', rozige kinderen die 'sinaasappelen met wijn en suiker' te eten krijgen, vrouwen die zich 'met loome elegance' op marokijnen ottomanes neervlijen, of in het pluche van hun privé-loge om 'een enkele acte' van een opera te gaan zien.

Geparfumeerd trutnichtenproza, jazeker, maar wel geparfumeerd trutnichtenproza waar Gods zegen op rust, en al dat gezeur over fatalisme en determinisme nam ik graag op de koop toe. Zo graag, dat ik daarna meteen De boeken der kleine zielen bij het nekvel greep, een vuistdikke homp over, alwéér (maar nu een complete familie!), mensen die langzaam maar zeker hun noodlot tegemoet gaan. Je wént eraan.

En daarna, ach ja, het ook al weer zo heerlijke Langs lijnen van geleidelijkheid over de ook al weer zo languissante (gescheiden! O, lala!) Cornélie de Retz en haar kameraadjes, onder wie het schitterend getroffen Amerikaanse nouveau riche-dametje-met-gouden-hart Urania Hope. Een roman met een bepaald alarmerend einde, in het licht van hedendaags feminisme. Ik ga niks verklappen, maar ik kon het mens wel sláán.

Terwijl ik me door de rest van Couperus' oeuvre heenvrat, werd ik ouder, wijzer en bevattelijker (zeker na De berg van licht) voor zijn verpletterende opvattingen over karakterfatalisme. Zijn wij niet allen een speelbal van het noodlot? Is het mogelijk om zelfs voor de ergste wandaden begrip op te brengen? Niet dat ik nu meteen zélf zin kreeg om, zoals Helegabalus, baby's te vermoorden en de toekomst uit hun ingewanden te lezen, maar u begrijpt waar ik naartoe wil. 'Niemand kon iets veranderen aan wat was of zijn zoû, niemand had een vrije wil, iedere was een gestel, een temperament, en kon niet anders handelen' dixit Vincent Vere, de overigens strontvervelende neef van Eline.

Couperus was afgelopen week jarig, tenminste, dat zou hij geweest zijn als hij niet dood was. Met liefde heb ik aan hem teruggedacht, en aan die veelzeggende anekdote van de grote schrijver die op straat een klein wit hondje tegenkwam en het met die geaffecteerde stem toeriep: 'Hondje, hondje, kom eens bij Louis Couperus!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden