InterviewsAnderhalve meter

Kwetsbaren zien de coronadiscipline verwateren: ‘Roep niet dat ik een halve gare ben’

In het Amsterdamse Vondelpark wijzen borden de bezoekers op de coronamaatregelen. Beeld EPA

Terwijl het land verder van het slot gaat, ziet een flinke groep kwetsbare Nederlanders met lede ogen aan hoe de anderhalvemeterdiscipline verwatert. ‘Mensen gedragen zich of alles weer normaal is. Ze vergeten dat er ook ouderen, gehandicapten en chronisch zieken zijn. Dat doet me pijn.’

‘Mijn arts zei laatst nog dat ik echt binnen moet blijven’

Naam: Roos Vermeren (41) uit Almere

Risicofactor: auto-immuunziekte

‘Ik maak me zorgen over de versoepeling. Hier in de straat zie ik dat mensen zich niet goed meer aan de regels houden. Ik hoor van een supermarkt die de winkelwagentjes niet meer ontsmet. Mensen gedragen zich of alles weer normaal is. Ze vergeten dat er ook ouderen, gehandicapten en chronisch zieken zijn. Dat doet me pijn. 

‘Zelf zit ik al maanden thuis, vanwege een zeldzame auto-immuunziekte. Voor mij is het coronavirus heel gevaarlijk. Om mijn immuunsysteem te onderdrukken, slik ik medicijnen. Daardoor kan mijn lichaam zich niet goed verweren tegen ziektekiemen. De arts in het Erasmus MC zei me vorige week nog dat ik echt binnen moet blijven.

‘Mijn man gaat ook sinds maart niet naar zijn werk. Eerst zodat hij mij niet zou besmetten, later bleek hij vanwege zijn diabetes ook meer risico te lopen. Ook onze 19-jarige dochter blijft thuis. Dat bleek nog een heel gedoe. Ze heeft een vorm van autisme en zit daarom op het speciaal onderwijs. Daar gaan de examens gewoon door. Op school. Dat vonden we geen goed idee. Eerst wilde de overheid geen uitzondering voor leerlingen als zij maken, maar uiteindelijk mag ze de examens thuis op de laptop doen. De tuindeur staat open, een surveillant van school zit met een mondkapje in de tuin. Ik ben daar ontzettend blij mee.

‘Nee, ook nu gaan we niet naar buiten. Mensen houden zich gewoon niet aan de regels. Dat was een paar maanden terug al zo. Toen ging mijn dochter een keer wandelen, stond er iemand vlak naast haar bij het stoplicht te hoesten. Bloedirritant is dat. Ik zou willen dat mensen afstand blijven houden. Dat ze niet alleen denken: voor mij is het niet nodig.

‘En weet je wat ook pijn doet? Als ze zeggen dat vooral mensen die toch al ziek zijn aan het virus sterven. Ach, wat maakt het uit, lijken ze te zeggen. Het is toch minderwaardig volk. Dat geeft me een heel akelig gevoel. Alsof ik gewoon dood mag.’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

In Utrecht genieten jongeren van het zomerse weer. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

‘In de supermarkt reiken ze over mijn rolstoel heen’

Naam: Johan van der Dong (58), kunstenaar/conceptualist/performer, uit Grijpskerk

Risicofactor: diabetes type 1

‘Ik zit in allerlei risicogroepen. Omstreeks 2010 heb ik twee beroertes gehad. Als gevolg daarvan zit ik nu in een rolstoel. Ook heb ik suikerziekte type 1. En ik ben zeer vatbaar voor ziektekiemen. Er hoeft maar een griepje rond te gaan, of ik lig veertien dagen op bed. Dat klinkt als een ernstig medisch journaal, maar ik ben relatief gezond. Graag hou ik dat zo.

‘De laatste maanden zie ik zo weinig mogelijk mensen. Mijn vrouw werkt thuis vanwege mijn kwetsbare gezondheid. Ik ga nog wel naar mijn atelier, maar daar ben ik praktisch alleen. Ik moet het nu even rustig aan doen, zodat ik over een half jaartje weer full speed verder kan. Er staan nog allerlei leuke kunstprojecten op stapel.

‘De versoepelingen? Daar zal het kabinet goed over hebben nagedacht. We kunnen ook niet eeuwig in zo’n toestand blijven zitten, dat begrijp ik wel. Maar sommigen zijn nu wel erg laks. Wij zijn een weekje naar Ameland geweest en dan zag je dat mensen op de veerboot gewoon uit hun auto stapten, terwijl dat verboden is. Fietsers zaten op een kluitje bij elkaar. De rederij roept wel om dat iedereen afstand moet houden, maar mensen luisteren niet. Boos word ik er niet van, maar ik denk wel: idioten, gebruik je gezond verstand.

‘In de supermarkt merk ik het ook. Mensen reiken gewoon over mij en mijn rolstoel heen. Dat is me al een paar keer overkomen. Meestal zeg ik er iets van: denk er volgende keer bij na, alsjeblieft. Dan reageren ze wel begripvol. Ze doen het niet opzettelijk. Soms pak ik een winkelwagentje. Handig is het niet, met mijn rolstoel erbij vorm ik een soort treintje. Maar het helpt me om afstand te houden. En als het nodig is, kan ik de ergste asshole er een ram mee geven, hahaha!’

Vorige week zondag kwamen mensen onder de noemer 'Viruswaanzin' samen op het Malieveld in Den Haag. Beeld Hollandse Hoogte / ANP

‘Ik draag een hesje en zwaai wat meer met mijn witte stok’

Naam: Joke van den Bergh (74) uit Rijswijk

Risicofactor: oogaandoening

‘In maart was het heel stil op straat. Ik hoorde vooral vogels, dat was geweldig. Nu wordt het weer drukker. Dat is beangstigend. Mensen denken dat het voorbij is, ze worden nonchalant, komen vaker dicht bij me in de buurt. Mijn man zegt er dan wat van.

‘Ik haal er wel hulpdingetjes bij om duidelijk te maken dat ik blind ben. Mijn witte stok bijvoorbeeld, die anderhalve meter lang is. Ik zwaai er wat meer mee dan anders. En ik heb een hesje van de Oogvereniging. Daar staat op: ‘Ik zie je niet. Houd jij afstand?’ Eerst had ik daar mijn twijfels over, maar ik ben er toch een gaan dragen. Sindsdien houden mensen meer rekening met me.

‘Voor mij is de coronatijd een ramp. Ik ben bang, overal waar ik kom. Van de artsen mocht ik ook niet naar winkels. Te veel risico, vanwege mijn leeftijd en mijn oogaandoening. Je kunt ook via je ogen besmet raken. We krijgen geen bezoek. In mijn flat ga ik niet in de lift als daar al iemand in staat. En de post laten we een dag op de grond liggen voordat we die openmaken.

‘Ik ging ook altijd graag met de bus naar de stad. Of met de Sprinter. Nu mijd ik het openbaar vervoer. Ik ben bang dat ik iets oploop. Je weet nooit of de reiziger naast je iets onder de leden heeft. Ik hoor ook dat niet iedereen een mondkapje draagt. Ze laten het zakken omdat ze het te warm vinden. Dat zou ik dus niet in de gaten hebben. En er is nauwelijks toezicht. Voor mij een reden om niet met de trein te gaan. Zeker als straks alle zitplaatsen weer gebruikt mogen worden.’

‘Als je geen anderhalve meter houdt, roep dan niet dat ik een halve gare ben’

Naam: Tejo Moerings (67), kunstenaar en auteur, woont in Lioessens

Risicofactor: diabetes, nierkanker

‘Ik woon in het hoge noorden van Friesland, pal tegen het natuurgebied Lauwersmeer. Je zou zeggen: weinig inwoners, geen besmettingsgevaar. Maar er zijn veel dagjesmensen en toeristen die maling hebben aan de anderhalve meter. Ik ben al maanden niet in de supermarkt van Anjum geweest. Ik voel me er niet veilig, met al die potentiële besmettingshaarden.

‘Al heel lang lijd ik aan suikerziekte, wat veel gedoe geeft. Eind verleden jaar werd ook nierkanker geconstateerd. De hele nier moest eruit, plus de urineleider. Door een abces in m’n buik, liep ik twee keer een bloedvergiftiging op. Zo’n virus kan ik er niet bij hebben. Het is code rood, dus ik blijf angstvallig uit de buurt van mensen en dingen die door mensen aangeraakt worden. Helaas is er geen arts die tegen me zegt dat ik een eerste klas paranoia aan het ontwikkelen ben. Ze geven me min of meer gelijk.

‘Mijn vriendin die twintig minuten bij me vandaan woont, doet nu mijn boodschappen. Ik woon twee onder een kap in een klein dorp. Als het goed weer is probeer ik het terras, maar de buren schreeuwen naar elkaar op 50 centimeter afstand, hun ‘druppels’ komen daardoor over de schutting mee met de wind en als volwassen pensioentrekker zit ik in zak en as door dat gedrag. Naar binnen dus.

‘Buiten waag ik me nauwelijks, afspraken van medische aard loop ik snel af. De huisarts komt al bij me thuis voor een consult. Hij begrijpt het. Verder doet iedereen in het dorp, in de steden rondom en in de toeristische hotspots alsof er geen virus bestaat. Ze weten niet wat een risicogroep is, omdat ze denken blakend van gezondheid te zijn. Een kortzichtige houding.

‘Die groepsknuffel van die demonstranten laatst is voor mij een klap in het gezicht. Kijk eens, wij doen het lekker wel, lijken ze te zeggen. Zoek het maar lekker uit! Kwaad word ik ervan. Hou gewoon rekening met elkaar. En als je geen anderhalve meter afstand houdt, roep dan niet dat ik een halve gare ben die zich van alles door het RIVM op de mouw laat spelden. We hebben door handen te wassen en niet in elkaars gezicht te hoesten wel mooi een uitbraak overleefd.’

Lees ook

Een plensbui, en daar gáát de anderhalve meter
Een kroegentocht in coronatijd gaat niet zonder bokkensprongen, blijkt vrijdagavond in Leiden. Eén wolkbreuk en de mensen duiken hutjemutje samen onder parasols en zonneschermen. ‘Wat moet ik dan zeggen: ga maar in de regen staan?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden