Kwetsbaarheid als kracht

Sylvia Borren is directeur af van de ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib. Ondanks alle ellende die zij in de derde wereld zag,blijft ze optimistisch....

Olav Velthuis

‘Ik heb best wel momenten van depressie gehad’, zegt Sylvia Borren, die donderdag afscheid nam als directeur van de ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib. Die opmerking, aan het einde van het interview, is haast een verontschuldiging.

Borren heeft zich tot dan toe opgewonden over ‘het mondiaal apartheidssysteem’, dat vrouwen uit arme landen dwingt overzees te werken om hun families te kunnen onderhouden. Ze heeft verteld over de humanitaire rampen die ze in haar dertien jaar (waarvan acht jaar als algemeen directeur) bij Oxfam Novib heeft meegemaakt. En ze heeft haar zorgen geuit over de deuken die het imago van Nederland in de rest van de wereld heeft opgelopen.

Maar telkens onderbreekt Borren haar klaagzang met harde lachsalvo’s; zij ziet de misstanden vooral als aanleiding om er nog harder tegenaan te gaan, en sluit haar antwoorden af met de overtuiging dat de strijd tegen de wereldwijde armoede en onrechtvaardigheid gewonnen zal worden. Net zoals bij de strijd tegen de slavernij in de 19de eeuw, of de strijd tegen de apartheid in de jaren tachtig.

Momenten van depressie waren er dus ook, al moet Borren er ver voor terug in de tijd. ‘Op mijn 20ste kwam ik met een vriendin thuis in plaats van een vriend. Ik was verliefd op haar. Dat is een essentieel moment in mijn leven geweest. Ik ben toen in ongenade gevallen.

‘Mijn vader onderzocht of hij me kon laten opsluiten in een psychiatrische inrichting. Mijn ouders hebben mij onterfd. Een aantal jaren heb ik hen niet gezien en mochten mijn jongste broer en zus niet met mij praten. Een paar jaar later is het weer goed gekomen. Rond die tijd van ruzies was ik wanhopig en depressief.’

In wat voor familie bent u opgegroeid?

‘Van geboorte ben ik Nederlandse, maar in 1963 (Borren was toen 12, red.) emigreerden wij naar Nieuw-Zeeland, waar mijn vader directeur werd van Philips. Voor mijn ouders heeft de tijd toen stilgestaan, ze hielden vast aan de gestolde, traditionele Nederlandse cultuur van 1963.

‘Ik ben opgegroeid in een gezin met vijf broers en twee zussen. De jongens kregen bij ons de kansen en de aandacht, de meisjes minder. Dat vond ik oneerlijk. Maar het was ook een heel sportieve familie. Twee broers van me hockeyden op de Olympische Spelen. Zelf heb ik ook fanatiek gesport: hockey, tennis en zelfs cricket. Misschien dat ik daar mijn strijdlust vandaan heb: als je sport, kun je ook niet gaan sippen zodra het niet goed gaat. Je moet tegen je verlies kunnen.’

Wat betekende de afwijzing van uw seksuele geaardheid voor u?

‘De rode draad in mijn leven is daar begonnen: strijden tegen onrechtvaardigheid. Ik leerde wat het is om tot een onderdrukte minderheid te behoren. Ik kon gelukkig doorstuderen, maar voor sommige homo’s en lesbiennes in mijn omgeving was die tijd heel pijnlijk. De wetgeving van Nieuw-Zeeland verbood homoseksualiteit. Er stond een gevangenisstraf op van zeven jaar voor mannen. Later heb ik vanuit het COC en de International Lesbian and Gay Association meegewerkt aan het afschaffen van die wet. Dat is pas in 1986 gelukt. Maar inmiddels heeft Nieuw-Zeeland het homohuwelijk ingevoerd. Dat verklaart een deel van mijn optimisme.’

Is het niet lastig om optimistisch te blijven als directeur van een ontwikkelingsorganisatie?

‘Wat ik zieliger vind is verwendheid, mensen voor wie alles al is geregeld. Waar vind je dan nog een uitdaging in? Misschien heb ik die behoefte in overdreven mate. Mijn levenshouding is: de mensheid laat zich niet beknotten. Vrouwen in Congo of Rwanda die weer iets opbouwen en voor hun kinderen opkomen, dat vind ik indrukwekkend. Ik leen levensmoed van mensen die veel grotere hobbels hebben genomen dan ikzelf. Gelovig ben ik niet, maar ik ben erg onder de indruk van de menselijke spirit, de levenskracht die niet kapot te krijgen is.’

Geen eelt op uw ziel?

‘Nee, maar ik heb wel veel gezien. Te veel. In 1997 tijdens de hongersnood in Bahr El Gazal, een regio in het zuidwesten van Soedan. Kindjes die meer op skeletten leken, ik heb hen gras zien eten. Meisjes van 8 en 9 jaar in Manilla, die als hoertjes waren opgedirkt. Een kerk in Rwanda, waarin alle lijken nog lagen. Ter plekke kon ik doorwerken. Ik heb in Rwanda bijvoorbeeld nog een interview gedaan voor de radio. Maar na thuiskomst merkte ik dat ik vastliep. Een aantal keren heb ik therapie en traumacounseling gehad. De therapeut zei: je moet iedere dag aan iemand vertellen wat je hebt gezien. Aanvankelijk vond ik dat gênant, want iedere keer vloeiden er tranen.’

Ondermijnde dat uw positie niet binnen Novib?

‘Integendeel, het heeft me juist meer contact opgeleverd met mijn collega’s. Kwetsbaarheid tonen blijkt toch een kracht te zijn. Maar de kunst is om dat verdriet om te zetten in actie, om tot de conclusie te komen: ik wil dit anders, ik wil dat dit ophoudt. Het feit dat de wereld in elkaar zit zoals hij in elkaar zit, met alle onnodige armoede en onrechtvaardigheid, komt door onze eigen lamlendigheid. En dat kan ik niet accepteren. Als je je best hebt gedaan om er iets aan te doen en het lukt niet: oké. Maar dat is nu niet het geval. Ik vind het nog erger als je vals speelt: als je zegt dat je er iets aan gaat doen, maar dat vervolgens nalaat.’

Wie verwijt u dat?

‘De politiek. Die lost beloften niet of nauwelijks in. Bijvoorbeeld op het gebied van schulden, handel en ontwikkelingshulp. De belofte in 2005 was om de hulp aan Afrika te verdubbelen, maar daarvan is weinig terechtgekomen. En van het extra hulpgeld dat Europa ter beschikking stelt, gaat in de komende jaren veel minder naar onderwijs of gezondheidszorg, laat staan naar vrouwen.

‘Het is het oude liedje: veel geld gaat naar grote technische oplossingen die de elites rijk maken, maar niet naar de mensen om wie het echt gaat. Medicijnen tegen malaria, hiv en aids, het vrouwencondoom – ze verliezen het van geavanceerde medische kunsten voor de happy few. Er is een steeds grotere kloof in de politiek tussen woorden en daden. Ik vind dat ontzettend gevaarlijk, dat haalt het geloof weg in democratische processen. De burger raakt zo gedesillusioneerd.’

Wat denkt u er tegen te doen?

‘Ik wil onder andere een juridische weg inslaan. Westerse landen hebben zich gecommitteerd aan de millenniumdoelen, die inhouden dat armoede voor 2015 gehalveerd zal worden. We willen kijken of die belofte juridisch getoetst kan worden. Wat mij betreft is er sprake van contractbreuk. Ik hoop dat het mogelijk zal zijn om bijvoorbeeld naar het Europese hof te stappen.’

Is dat ook waarmee u zich de komende tijd gaat bezighouden?

‘Ik ga eerst eens twee maanden bijkomen in Nieuw-Zeeland. Voorlopig wil ik alleen de verantwoordelijkheid dragen voor mijzelf, dus eventjes geen eindverantwoordelijkheden meer. Er was wel interesse vanuit de Verenigde Naties voor een functie om vrouwenrechten hoger op de agenda te krijgen. Maar dat is niets voor mij. De VN is zo’n politieke instelling. Ik kan het wel, dat politieke spel, maar ik ben met opzet nooit in de politiek gegaan. Je moet plezier hebben in tactiek. Ik heb dat niet.’

In plaats daarvan gaat Borren samen met de grootste vakbond van onderwijzers in de wereld, Education International, iets doen aan het tekort van onderwijzers (18 miljoen) in de wereld. Ze is ook voorzitter van een aantal internationale maatschappelijke organisaties, waaronder de Global Call for Action against Poverty (GCAP), een mondiale burgerbeweging die zich inzet voor de strijd tegen armoede.

Waarom is een mondiale burgerbeweging belangrijk?

‘Er is nu een enorm democratisch tekort op mondiaal niveau. Burgervertegenwoordiging, onafhankelijke rechtspraak, ombudsmannen – het ontbreekt allemaal. Maar besluitvorming vindt wel steeds meer op mondiaal nivo plaats, veelal achter gesloten deuren. Helaas zijn sommige overheden en de VN zwakker geworden, en het bedrijfsleven krachtiger.

‘Multinationals hebben veel meer geld en in sommige landen meer macht dan regeringen. Nederlandse multinationals hoeven zich in het buitenland niet te houden aan de normen die in ons eigen land gelden op het gebied van arbeidsomstandigheden en milieu. Dat moet zo snel mogelijk wettelijk geregeld worden. Helaas ontbreken op mondiaal niveau nu nog de controlemechanismen. Dat betekent dat wij ons als burgers ook internationaal beter moeten organiseren om onzichtbare internationale besluitvorming te kunnen volgen en beïnvloeden.’

Wat kan zo’n beweging als GCAP teweegbrengen?

‘In Nederland is de Novib ook als burgerbeweging begonnen. En aan de afschaffing van de slavernij of aan het Kinderwetje van Van Houten uit 1874, die kinderarbeid verbood in Nederland, ging ook een lange burgerstrijd vooraf. We hebben al bereikt dat landmijnen beperkt gaan worden door de Verenigde Naties en dat er nu veel minder kinderarbeid is dan tien jaar geleden. Niemand wil toch in kleren lopen die door kinderhandjes zijn gemaakt?

‘Ik kan geen enkele reden bedenken waarom een kind in Nederland naar school gaat en in Bangladesh moet werken voor onze winst.’

Nederland lijkt met heel andere zaken bezig.

‘Ik maak me veel zorgen over het debat in Nederland. We hadden in de wereld altijd een positief imago als het om rechtvaardigheid gaat. Maar in dat imago zijn nu deuken gekomen door onze houding op het gebied van bijvoorbeeld migratie en terrorismebestrijding. Het is heel makkelijk om mensen tegen elkaar op te zetten.

‘Veel mensen die nieuw zijn in Nederland krijgen nu te horen: je bent niet goed zoals je bent. Door mijn eigen lesbische achtergrond weet ik dat niemand dat over zijn kant kan laten gaan. Voor hen levert het sociale contract weinig tot niks op: ze moeten zich inburgeren, maar als ze dat gedaan hebben, horen ze er nog steeds niet bij.’

Toch nog reden voor pessimisme?

‘Je kunt je zorgen maken over de politieke discussie, maar tegelijkertijd ben ik optimistisch over kleine initiatieven. Er is een weekendplek waar ik mijn caravan en paarden heb, een uur buiten Amsterdam. Mijn vriendin, een Peruaanse, was jaren geleden de eerste niet-witte die daar rondliep. De mensen waren eerst afwachtend, totdat ze echt met haar in contact kwamen.

‘Datzelfde zie je gebeuren in plaatsen waar een asielzoekerscentrum werd gevestigd. Eerst verzetten mensen zich tegen de komst ervan, maar toen de asielzoekers jaren later uitgezet dreigden te worden, wonden diezelfde mensen zich daar over op. Ik geloof erg in de ontmoeting.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden