Kwestie van vaderlijke verantwoordelijkheid

Het nu volgende verhaal had ik graag zelf geschreven, maar ik heb het gewoon ergens gevonden. Sindsdien loop ik er, ordinaire strandjutter die ik ben, mee te leuren, en nu moet ik het dan maar eens van de hand doen....

Het verhaal komt uit de rubriek ‘Lastige Vragen’ van het dagblad Trouw. In de vorige eeuw kreeg iemand in die rubriek steeds een paar van de lastige levensvragen op zich afgevuurd die de Zwitserse schrijver Max Frisch eerder aan zichzelf had gesteld in zijn dagboeken. Zo kreeg op 20 november 1993 iemand deze vraag over het vaderschap voor zijn kiezen: ‘Had u het vaderlijke verantwoordelijkheidsbesef al voordat u het kind verwekte, terwijl u het kind verwekte, of op welk ander moment diende het zich bij u aan?’

Het antwoord was verbijsterend. De laatste tijd is in de literatuur de ultra short story weer in de mode, het uiterst korte verhaal dat in een paar zinnen evenveel stof tot nadenken biedt als een volwaardige roman, maar nooit schreef een schrijver zo’n geslaagd ultrakort verhaal als dit. Lees vooral ook de laatste zin.

Dit was het antwoord op de lastige vraag: ‘Toen ik 14 was ben ik één keer met een vrouw naar bed geweest. Zij was een vrijgezelle vrouw die een fourniturenzaak dreef in het dorp. Ze raakte zwanger, verkocht de zaak en verliet het dorp. Het kind heeft ze afgegeven. Later hoorde ik dat ze ergens in Brabant huishoudster was geworden van een rijke dame. Ik weet niet of mijn kind een zoon of dochter is. Ik ben nu 46. Het kind moet 31 of 32 zijn. Ik heb geprobeerd deze episode te vergeten, maar het is zo’n kort verhaal dat het gemakkelijk is te onthouden en moeilijk te vergeten.’

Voilà. Een rijkere roman zul je nooit vinden. Ongrijpbaar en mysterieus is het verhaal intussen ook, en als antwoord is het op zijn minst een kritisch commentaar op de vraag, want hoeveel vaderlijke verantwoordelijkheid kan een jongen van 14 jaar aan?

Deze dagen herhaal ik tot vervelens toe dat het goed zou zijn om in de Maand van de Filosofie eens na te denken over verantwoordelijkheid. Maar dat kan ik dan wel zo parmantig beweren, daarmee heb ik nog niet verteld hoe je dat doet. Er zijn zoveel verschillende manieren om na te denken, en in de filosofie dienen zich steeds nieuwe methodes aan. Sinds kort is er alweer een nieuwe methode van denken, en die heet experimentele filosofie.

Van oudsher ga je een begrip als verantwoordelijkheid het liefst analytisch te lijf; oude mannen met baarden, zoals ik, proberen het begrip met behulp van rationele argumenten tot op het bot te ontleden. Dat wil zeggen: je begint ergens, met een vage intuïtie over de betekenis van een woord, en dan zoek je daar vervolgens net zolang voorbeelden en tegenvoorbeelden bij totdat je uiteindelijk tamelijk precies weet wat je met het woord wilt bedoelen.

Nu zijn er de jonge honden van de experimentele filosofie, en die gebruiken zulke hypermoderne technieken als vragenlijsten om erachter te komen wat een begrip inhoudt. Dat heet experimenteel omdat je niet in je werkkamer in gedachten verzonken bent, maar de deur uitgaat om tastbare gegevens op te sporen.

Het Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte heeft het huidige kwartaalnummer helemaal gewijd aan deze nieuwe techniek. De experimentele filosofie, lees je daar, hangt nauw samen met de psychologie – als je mensen vraagt naar het idee dat ze over een begrip hebben, krijg je immers te maken met hun neiging om iets anders te antwoorden dan ze eigenlijk denken; je krijgt te maken met de verschillen tussen mensen onderling en met rare misverstanden, omdat sommigen de vraag anders opvatten dan hij is bedoeld.

Doordat die psychologie ertussendoor komt, lijkt de experimentele filosofie wezenlijk anders van aanpak dan de analytische filosofie, waarin de ethiek rationeel en volgens de lijnen van de logica wordt beoefend. In het Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte buigen geleerden zich over die verschillen tussen de twee benaderingen, en de een is daarbij wat sceptischer over de vernieuwing dan de ander.

De aardigste conclusie die je kunt trekken na het lezen van het tijdschrift, is dat de twee benaderingen niet zonder elkaar kunnen. Ook als je uitgaat van de feitelijke emoties van grote groepen mensen, al dan niet vastgesteld met behulp van hersen-scans, dan nog zul je met behulp van de ratio moeten vaststellen wat je nou helemaal hebt ontdekt over het menselijk gedrag.

En als je juist kiest voor de ouderwetse, rationele aanpak, dan kun je weer niet zonder inzicht in de emoties en morele intuïties van mensen: waar moet je anders in je werkkamer over nadenken?

Een 14-jarige verwekt een kind bij een vrouw die een fourniturenwinkel drijft, en 32 jaar later is het hem nog niet gelukt dat feit te vergeten. Wat kun je leren van dit antwoord op de vraag naar vaderlijke verantwoordelijkheid? Voor mij is dit verhaal een van de vele, vele ultrakorte verhalen die helpen een begrip als verantwoordelijkheid scherp te slijpen. Maar je had de man ook op de operatietafel kunnen leggen om zijn brein te bekijken. Allebei nuttig: hoe meer kennis over het menselijk gedrag hoe beter.

Zelf ben ik uit puur filosofische ijver begonnen iedereen in Nederland uitgebreid en één voor één te googlen – vanuit mijn werkkamer. Mocht u mij ooit spreken en ik begin glazig te kijken, dan is dat daarom ook niet uit desinteresse, maar omdat ik juist razend nieuwsgierig ben geworden naar uw diepste gevoelens en denk: ‘Dat zoek ik thuis wel op.’

Reageren?vervolg@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden