Kwestie-Srebrenica heeft Den Haag kopschuw gemaakt

Militairen gehoorzamen. Dat is de basis van hun vak. Bij de Nederlandse militair hoeft aan die grondhouding geen enkele twijfel te bestaan....

HELLA ROTTENBERG

Van onze politieke redactie

DEN HAAG

Wie vandaag met een 'beroeps' in gesprek raakt, hoort reeds na enkele minuten een partij tieren en schelden op 'Den Haag' en 'de politiek'. 'Srebrenica was een politiek, niet militair falen', zegt een soldaat die in Srebrenica heeft gediend.

Degenen die de val van Srebrenica hebben meegemaakt, Nederlandse militairen en deskundigen, hebben een scala aan redenen opgesomd waarom het zo en niet anders is gegaan. Dutchbat was te licht bewapend, de Serviërs controleerden de aanvoer en namen naar believen hulpgoederen, brandstof en reserve-onderdelen in beslag. De Nederlandse troepen zaten niet geconcentreerd op één plaats, maar verspreid over Bosnië, hun opleiding was onvolmaakt, enzovoorts, enzovoorts.

Maar als alle stofwolken zijn opgetrokken, komen er vragen tevoorschijn van meer principiële aard. Die betreffen de doelstellingen en het mandaat van en de bevelvoering over VN-troepen. Voor Nederland betekent het echec van Srebrenica hoe dan ook dat het zich gaat herbezinnen op de deelname aan VN-vredestaken. Het kabinet verstrekt binnenkort een opdracht aan de Adviesraad voor Vrede en Veiligheid. De groep experts die zich gaat buigen over de toekomst van de Nederlandse vredesmissies komt onder leiding te staan van oud-minister van Buitenlandse Zaken en hoogleraar volkenrecht Kooijmans.

In een onlangs verschenen artikel in de Internationale spectator velt Kooijmans een genadeloos oordeel over de volkerenorganisatie: 'Bij de herdenking van het vijftigjarig bestaan van de Verenigde Naties kan slechts een ding voluit gevierd worden: dat de Verenigde Naties nog bestaan. (. . .) Alle andere dingen en verrichtingen die wij vieren hebben een bittere bijsmaak.'

Kooijmans noemt het 'volstrekt onverantwoord' om vredebewarende troepen in te zetten als de strijdende partijen afspraken niet zullen nakomen. Op die manier is mislukking gegarandeerd, zo schrijft Kooijmans. Toch trekt hij niet de conclusie dat de VN als zodanig ongeschikt zijn voor vredesoperaties. Zelfs in de gecompliceerde binnenlandse conflicten van na de Koude Oorlog ziet hij kansen voor effectief optreden.

Hij steunt de (door anderen lacherig verworpen) gedachte van minister Van Mierlo om een permanente troepenmacht ter beschikking van de VN te stellen, maar hij vindt dat deze in een veel eerder stadium moet kunnen ingrijpen. Voorwaarde is dat de VN-Veiligheidsraad een grotere legitimiteit verkrijgt: de raad moet de verhoudingen in de wereld afspiegelen. Kooijmans meent dat de Europese Unie genoegen kan nemen met slechts één zetel in de V-raad.

Het is maar de vraag of er steun is te vinden voor zoveel idealisme. De gedachte om het buitenlands beleid meer expliciet te baseren op het Nederlands 'nationaal belang', wordt niet alleen vertolkt door VVD-leider Bolkestein. Zowel in het rapport Stabiliteit en veiligheid in Europa van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid als in de 'herijkingsnota' van het kabinet, is dat streven te herkennen.

De euforie over de kansen voor een 'nieuwe wereldorde' na afloop van de Koude Oorlog is verdwenen. Telkens weer blijkt - alle oprechte woorden en gevoelens van medeleven ten spijt - dat het hemd nader dan de rok is. Zodra de veiligheid van de eigen mensen serieus in gevaar komt, houdt de wil tot interventie op. In de VS (zie Somalië) is dat niet anders dan in Europa. Fraaie beloften doen en die niet door daden laten volgen ('veilige gebieden' instellen en ze dan niet verdedigen) heeft een funeste uitwerking. Dergelijke halfslachtigheid ondermijnt de eigen geloofwaardigheid, de eigen krijgsmacht en de internationale instellingen.

Grofweg kan het beleid twee kanten op: meedoen aan vredesoperaties voorzover en zolang dat veilig is, of de eigen bevolking (en krijgsmacht) ervan overtuigen dat interventie in het buitenland in het nationale belang is, zodat er de bereidheid bestaat offers te brengen. Voor totale afzijdigheid zal voorlopig niemand pleiten, al was het maar omdat na het wegvallen van het Warschaupact de krijgsmacht een reden van bestaan moet houden.

Van Srebrenica is de Nederlandse politiek - al wordt dat nog niet hardop erkend - kopschuw geworden. Nederland, meent prof. A. van Staden, directeur van het Nederlands instituut voor vredesvraagstukken Clingendael, stond te popelen om mee te doen. Voor het eigen geweten, voor de internationale status en invloed. 'Over de voorwaarden is niet nagedacht', zegt hij. 'We zijn het moeilijkste gebied in gegaan, terwijl de waarschuwingen van de landmacht genegeerd zijn.'

Uit de ervaring is gebleken dat enorme aanpassingsproblemen de krijgsmacht parten spelen. De Nederlandse militairen zijn mentaal en praktisch niet ingesteld op het opereren in een guerrilla-achtige omgeving. In de opleiding wordt onpartijdigheid onderwezen, in het veld is een oordeel onvermijdelijk.

De Adviesraad voor Vrede en Veiligheid zal ook antwoord moeten geven op vragen als: kan Nederland zijn aanbod gestand doen vier vredesoperaties tegelijk aan te pakken, wat is het mandaat, hoe ziet de commandostructuur er uit, wat blijft er over van de Nederlandse zeggenschap, moet er niet een prioriteit (Europa) voor vredestaken worden gesteld?

Van Staden voorspelt dat de politiek 'op z'n minst lippendienst zal blijven bewijzen aan vredesmissies'. Maar als het gaat om daadwerkelijke uitzending van Nederlandse militairen zal de politiek veel voorzichtiger en kritischer zijn.

Hella Rottenberg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden