Kwart miljoen smartegeld voor ex-gevangenen

Twee mannen die eerder in hoger beroep wegens cocaïnehandel zijn veroordeeld, hebben donderdag een kwart miljoen gulden schadevergoeding toegewezen gekregen....

Van onze verslaggever

Marc van den Eerenbeemt

AMSTERDAM

De mannen, de Nederlander J.H. en de Colombiaan F.G.B. waren veroordeeld tot tien jaar cel en vijfhonderdduizend gulden boete. In 1996 kwamen ze vrij na 3,5 jaar voorarrest, nadat was gebleken dat de ex-rechercheurs K. Langendoen en F. van der Putten tegen de rechters hadden gelogen over doorgelaten drugstransporten.

De 'Dordtse zaak' stond lange tijd bekend goed voorbeeld van de mogelijkheden die het doorlaten van drugstransporten bood bij de bestrijding van de handel in verdovende middelen. Een burgerinfiltrant kon het vertrouwen van de drugshandelaren winnen nadat de politie drie transporten van in totaal 15 duizend kilo cannabis ongemoeid had gelaten. Daardoor kreeg hij de opdracht een vierde container 'binnen te halen' met elfhonderd kilo cocaïne.

Dat drugs waren doorgelaten kwam aan het licht tijdens de parlementaire enquête Opsporingsmethoden in 1995 en 1996. In het rapport van de Rijksrecherche over de zaak staat dat tot aanhouding werd overgegaan 'op het moment dat de criminelen letterlijk de hand legden op de 1100 kilo cocaïne'.

In de zomer van 1994 verklaarden Langendoen en Van der Putten onder ede voor het hof Den Haag dat in dit onderzoek geen drugs waren doorgelaten. Ook zouden geen undercovers actief zijn geweest. Ook het Openbaar Ministerie wist van het gebruik van de methode, maar heeft 'opzettelijk verhinderd', aldus het Amsterdams gerechtshof in 1996, dat de methode aan de rechters bekend zou worden.

Van der Putten was chef van de regionale criminele inlichtingendienst (RCID) Dordrecht. Hij noemde zichzelf voor de commissie-Van Traa de architect van de methode van het doorlaten. Langendoen bekleedde dezelfde functie in Haarlem. Eind maart moet hij zich samen met oud-rechercheur J. van de Vondel verantwoorden voor de rechtbank Den Haag op verdenking van meineed voor de commissie-Van Traa.

De schadevergoeding kan nog hoger oplopen. Advocaat Gabriël Meijers zal voor zijn cliënt H. ook in een civiele procedure schadevergoeding eisen. Het schoonmaakbedrijf van H. is door diens langdurige afwezigheid failliet gegaan. De man kreeg honderdduizend gulden schadevergoeding voor zijn hechtenis. Ook krijgt hij duizend gulden voor zijn advocaat, die aan hem door de Staat der Nederlanden was toegevoegd.

Advocaat Adèle van der Plas bestudeert nog of zij verdere stappen zal ondernemen. Haar cliënt G.B., die al langere tijd in Nederland woont na zijn huwelijk met een Nederlandse vrouw, kreeg ruim twaalfduizend gulden voor advocatenkosten en 149 duizend gulden voor zijn hechtenis. Dat dit bedrag hoger ligt dan dat van H., ligt aan het feit dat G.B. zijn detentie onderging in de zwaardere omstandigheden van de Tijdelijk Extra Beveiligde Inrichting (TEBI) in Vught.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden