Kwart meer tienermoeders sinds 1996

Het aantal tienermoeders in Nederland is sinds 1996 met bijna een kwart toegenomen. Van hen is 60 procent allochtoon, maar ook onder autochtonen is sprake van een stijging van het aantal tienerzwangerschappen....

In internationaal perspectief heeft Nederland nog steeds weinig moeders onder de 19 jaar. Toch is de stijging - hoe gering ook in absolute aantallen - opmerkelijk. Voor het eerst sinds dertig jaar is het percentage tienermoeders weer toegenomen. Begin jaren zeventig kregen tieners jaarlijks meer dan negenduizend kinderen. Halverwege de jaren negentig was dat gedaald tot 1900 kinderen, om in 1999 weer te stijgen naar 2300. 'Er is geen etnische groepering die er opvallend uitspringt. Het is het verhaal van de kleine beetjes', zegt CBS-onderzoeker A. Sprangers.

Zo komen er tienermoeders bij uit diverse asielzoekerslanden, met name uit China en Somalië. In 1999 telde het CBS 96 Chinese en 64 Somalische jonge moeders. Van de tienermoeders behoort 40 procent tot de eerste generatie allochtonen. Sprangers: 'De tweede generatie Marokaanse en Turkse vrouwen wordt veel minder vaak op jonge leeftijd moeder dan de eerste. Die zijn inmiddels door de Nederlandse opvattingen over moederschap beïnvloed.'

Hij zegt dat onder Turkse meisjes van de eerste generatie vijf keer zoveel tienermoeders zijn als onder Turkse meisjes van de tweede generatie. Ze zijn vaak tienermoeder binnen het huwelijk. Surinaamse en Antilliaanse jonge moeders zij vaker alleenstaand.

Onverklaarbaar is de stijging van het aantal autochtone tienerzwangerschappen. In 1995 telde het CBS er 715. In 1999 waren dat er 900.

Ze heeft het niet onderzocht, maar L. Seymonson, coördinatrice van tienermoederproject Mi Oso es mi Kas in Amsterdam-Zuidoost, denkt dat nonchalance de verklaring is voor de toename van tienerzwangerschappen.

Dat geldt voor zowel allochtone als voor autochtone meisjes. Seymonson: 'Je ziet vaak een houding van: mij gebeurt het niet. Condooms worden slordig gebruikt. Meisjes vergeten de pil te slikken.'

Het klopt, zegt ze, dat allochtone meisjes thuis vaak geen voorlichting krijgen. 'Daar is het nog taboe. Maar ze komen heus wel aan hun informatie. Ze krijgen voorlichting op school, via de media, krijgen informatie van hun vrienden.'

Onderzoekster M. van Leeuwen, die vorig jaar zomer voor de gemeente Rotterdam tienermoederschappen in kaart bracht, stuitte op een opmerkelijke stijging van het aantal Antilliaanse tienermoeders. Van Leeuwen: 'Eenderde van de jonge moeders onder de 18 jaar in Rotterdam is Antilliaans. Van het totale aantal jonge Antilliaanse vrouwen tussen 14 en 23 jaar is één op de vijf al moeder. De meesten zijn nog geen drie jaar in Nederland.'

Volgens Van Leeuwen zijn veel van die jonge Antilliaanse moeders in hun jeugd verwaarloosd, misbruikt of mishandeld en houden ze het kindje soms als troost. Ook weten ze in Nederland vaak de weg niet naar de hulpverlening.

Van Leeuwen: 'De Vereniging voor Bescherming van het Ongeboren Kind is heel actief. Overal liggen folders. Medewerkers van de VBOK praten met die meisjes, die zich hopeloos verlaten voelen. De enige optie die ze dan hebben, is het kindje houden. Ze zouden een bredere keuze moeten hebben, ook verwezen moeten worden naar Stimezo. Dan weten ze in elk geval dat abortus ook een mogelijkheid is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.