Kwart jongvolwassenen keert na periode op kamers terug naar ouderlijk huis

Steeds meer jongvolwassenen keren na een periode op kamers tijdelijk terug naar het ouderlijk huis. Inmiddels woont een kwart van de jongeren binnen vijf jaar weer thuis.

Iris London met vader Frank en moeder Renee, thuis in Monnickendam. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

'Voor de twintigers van nu zijn steeds meer dingen flexibel en onzeker: relaties, banen en nu dus ook huisvesting', zegt bijzonder hoogleraar Jan Latten, hoogleraar sociale demografie en hoofddemograaf van het CBS over het vandaag gepubliceerde onderzoek van het CBS. 'Vastigheid is iets voor dertig plus'.

Het percentage 'boemerangkinderen' neemt sinds de jaren zeventig gestaag toe. Waar 16 procent van de jongeren die in 1995 het huis verlieten binnen vijf jaar terugkeerde, is tegenwoordig een kwart van de nestverlaters weer (tijdelijk) thuis. De toename kan deels worden verklaard door de stijging van het aantal alleenstaande jongvolwassenen. Kinderen die zelfstandig wonen zijn steeds vaker single en daarom minder zelfredzaam, zo is de gedachte. Maar ook de groep die wél samen gaat wonen keert soms huiswaarts, blijkt uit de nieuwe cijfers. Een relatiebreuk blijft de nummer één oorzaak voor een terugkeer naar het ouderlijk nest.

Meer vrouwen

Onder de terugkerende jongeren zijn vrouwen in de meerderheid, maar zij blijven wel minder lang hangen: twee jaar na hun thuiskomst woont iets minder dan de helft van de mannen daar nog steeds. Latten: 'Van mannen weten we dat zij minder snel aan binding toe zijn. Zij stellen een partner of kinderen langer uit.'

Opvallend is ook de stijging van het aantal jongeren dat financiële problemen als reden opgeeft om terug naar huis te gaan. Een op de vijf van de jongeren geeft aan dat de financiële situatie hun parten speelde, terwijl in eerdere jaren hun opleiding een belangrijkere factor was. Het boemerangen kan gevolgen hebben voor jongeren, denkt Latten. 'Hun jeugdigheid wordt eigenlijk opgerekt. Vroeger was op kamers gaan de stap naar volwassenheid, nu is deze levensfase veel meer onbestemd. Het aantal eind-twintigers met een vaste baan daalt ook. Er is veel meer bestaansonzekerheid.'

De relatie tussen ouder en kind

Latten denkt dat veel ouders dit terdege beseffen, en daarom de voordeur openzetten. 'Mensen passen zich aan, dat doen ze altijd. Veel ouders weten: eenmaal uitgevlogen betekent niet voor altijd weg.' Dat steeds meer kinderen tijdelijk terugkeren hoeft niet per se als probleem worden beschouwd, vindt de hoogleraar. 'Dat zoveel jongeren een tijdje bij hun ouders mogen wonen kan ook betekenen dat ze het thuis samen goed hebben. Het zegt ook iets over de relatie tussen ouder en kind.'

Het CBS spreekt over boemerangkinderen als jongeren na minimaal 45 dagen op kamers weer minimaal 45 dagen thuis bivakkeren, en tussen de 16 en 40 jaar oud waren toen ze het huis verlieten. Niet te verwarren met de zogeheten 'nestklevers' die het ouderlijk huis nooit verlaten. Deze groep zit ook in de lift, vooral sinds het afschaffen van de basisbeurs. Op basis van een enquête uit oktober, onder ruim 42 duizend studenten, wordt verwacht dat het aantal uitwonende studenten de komende acht jaar met 13 duizend daalt. Zonder de afschaffing van de overheidstoelage zou dit aantal juist met 22 duizend stijgen.


Een tussenjaar terug op het nest

Iris London wás een nestklever en ís een boemerangkind, maar vindt het thuis prima toeven. Ze woonde tijdens haar studie kunstgeschiedenis in een containerwoning in de Amsterdamse Houthavens, maar keerde in december terug naar haar ouders toen het complex moest plaatsmaken voor een nieuwbouwproject en geen andere betaalbare woning kon vinden. Nu woont ze weer in Monnickendam heeft een bijbaan waar ze goed mee verdient. 'Ik zie deze periode eigenlijk als een soort tussenjaar. Door bij mijn ouders te wonen kan ik sparen om te reizen. Daarna ga ik een baan zoeken en hopelijk weer op mezelf wonen. Maar mijn specialisatie is architectuurgeschiedenis, dus ik wil nu eerst al die buitenlandse gebouwen zien waar ik al die tijd over heb gelezen.'

Iris kan het goed met haar ouders vinden, maar merkt wel dat ze haar vrijheid een beetje kwijt is. 'Je bent nooit meer alleen thuis. We hebben een hond die blaft en mijn broer doet een muziekopleiding.' Lachend: 'Kijk, en nu komt mijn vader binnenlopen, om te zeggen dat hij thuis is. Ook als je zit te bellen. Dat dus.'

Vader Frank London: 'Natuurlijk is het drukker in huis, maar het is vooral heel gezellig. En de huishoudelijke verdeling gaat ook goed. Vaak komen wij thuis van werk en heeft Iris of haar broer, die tijdelijk ook weer thuis woont, al gekookt. Dan merk je toch dat je met jongvolwassenen woont. Maar ik vind de situatie ook zorgelijk. Dat het voor jonge mensen tegenwoordig zo lastig is om woonruimte te krijgen, of een vast contract.'

Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

De studieborrel is plots wel ver weg

Annabel de Koning studeert Gender Studies in Utrecht, maar woont sinds november vorig jaar weer thuis in Naaldwijk. Ze woonde eerst antikraak, maar moest in een jaar tijd vier keer verhuizen. Iets anders betaalbaars vinden bleek een onmogelijke opgave. Weer thuis zijn was vreemd, vooral in het begin. 'Aan hoe vroeg we hier eten, bijvoorbeeld. Maar goed, het is niet echt aan mij om te zeggen dat we voortaan een uur later aan tafel gaan.' Vervelender is dat de drempel naar het studentenleven steeds hoger wordt, zegt Annabel. 'Met de trein is het twee uur heen en twee uur terug. Bij verjaardagen en studieborrels ga je dan toch twee keer nadenken: heeft het wel zin?'

In huize de Koning is de rolverdeling als vanouds, al helpt Annabel in het huishouden als haar ouders dat vragen. 'Maar dat doen ze eigenlijk niet zo vaak. Ik denk dat ik stiekem misschien wel een beetje verwend ben.' Moeder Marlen Smal beaamt dat. 'Ik ben een idioot zorgzame moeder. Ik heb mijn kinderen totaal verpest. Daarom was het ook een opluchting toen de kinderen uit huis waren. Toen was het zorgen even voorbij en waren we weer met zijn tweeën. Leuk was dat. Dus ja, ook voor mij was het heel erg wennen. Maar ik vind het logisch dat ze hier nu woont, en goed dat ze die onrust niet meer heeft. Dat leven uit die verhuisdozen. Het leuke is dat onze band zich verdiept, omdat ik tegenwoordig ook meer thuis ben. We gaan soms naar het strand, of wandelen in het bos. Nee, het is goed dat de situatie tijdelijk is, maar ik had deze tijd ook niet willen missen.'

Annabel de Koning met haar vader Bram, thuis in Naaldwijk. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.